Academiehuis Zwolle kiest Norden-stemming voor Schnitger-orgel

© foto Leo Huijssoon

Het bestuur en de directie van het Academiehuis | Grote Kerk Zwolle (AGKZ) hebben besloten dat het Schnitger-orgel uit 1721 bij de lopende restauratie wordt voorzien van de Norden-stemming. Het besluit werd op 19 november gepubliceerd. Daarmee verschillen zij van inzicht met de Stichting Schniterorgel Zwolle (SSZ) die een mildere ongelijkzwevende stemming voor zich ziet.

Text Example

advertentie



Het Academiehuis is sinds 2015 eigenaar van de Grote of Sint-Michaëlskerk en verantwoordelijk voor beheer en instandhouding van gebouw en orgels. De in 2022 gestarte restauratie door Flentrop Orgelbouw brengt het instrument dichter bij de situatie van 1721 dan de voorgaande restauratie van 1953–1956.

‘Eenighsints passabel’

In het restauratieplan is vastgelegd dat het orgel een nader te bepalen ongelijkzwevende stemming zou krijgen, geïnspireerd op de in het keuringsrapport van 1721 beschreven gemodificeerde middentoonstemming. Dat keuringsrapport vermeldt dat enkele tertsen ‘wat grooter sijn gemaakt’ om andere intervallen ‘eenighsints passabel te maken’. De historische documentatie laat echter ruimte voor interpretatie.

Lees ook
Schnitger-orgel Zwolle na zeven jaar weer te horen

Tijdens onderzoek en luisterproeven is daarom gekeken naar varianten binnen het middentoonstemmingsgebied. Volgens AGKZ bood een strikte middentoonstemming wel karakter, maar geen historische basis; het Zwolse orgel heeft deze stemming nooit gehad. De Norden-stemming werd gekozen als best passende benadering binnen de historische bandbreedte.

Beperkingen

In de toelichting stelt het Academiehuis dat de keuze niet uitsluitend technisch van aard is. De Norden-stemming zou het orgelklankbeeld en de ruimtelijke beleving benaderen zoals deze in 1721 moeten hebben geklonken.

De organisatie erkent dat de stemming beperkingen kan opleveren voor repertoire en samenspel met koor of moderne instrumenten. Om die reden onderzoekt men de aanschaf van een aanvullend begeleidingsorgel op langere termijn.

Verschil van inzicht

De keuze voor de stemming werd door het Academiehuis op 4 november jl. meegedeeld in een vergadering van de Stichting Schnitgerorgel Zwolle. Ook deze stichting hanteert het restauratierapport als leidraad voor inhoudelijke keuzes, meer pleit samen met door haar geconsulteerde adviseurs, vakorganisten en vertegenwoordigers uit de Zwolse muziekpraktijk voor een mildere ongelijkzwevende stemming dan Norden (1985).

Volgens SSZ biedt zo’n mildere stemming een bredere inzetbaarheid van het instrument, waarbij muziek tot circa 1850, waaronder het volledige werk van Bach, met minder concessies uitvoerbaar blijft. In de visie van de stichting is deze bredere bruikbaarheid wenselijk voor een orgel dat zowel liturgisch als concertant een veelzijdige rol vervult.

Vervolgstappen

Het bestuur van SSZ en titulair organist/adviseur Toon Hagen hebben daarom laten weten zich ‘unaniem en uitdrukkelijk’ van het besluit van AGKZ te distantiëren en beraden zich op vervolgstappen.

Zie ook

25 Comments

  1. De keus voor deze stemming vind ik onjuist.
    Het prachtige Schnitgerorgel kent een roemruchte geschiedenis, niet in het minst in de 20e eeuw na de restauratie van 1956.
    In een evenredige stemming heeft dit orgel de harten van velen veroverd, van zowel barokliefhebbers als liefhebbers van werken uit later tijd. Denk aan de concerten en opnames van Charles de Wolff, Lucas Lindeboom en niet te vergeten Toon Hagen. Ze speelden op dit orgel naast Buxtehude en Bach ook Reger, Messiaen en Hagen. Maar ook organisten uit de meer romantische hoek waren gek op dit orgel. Op internet zijn vele overtuigende opnames te beluisteren.

    En nu moet het orgel terug naar een stemming die dicht bij de oorspronkelijke stemming komt?
    Waarom?

    Ik zie een notitie met een uitvoerig onderzoek naar oude stemmingen en historische gegevens, ik lees dat er luisterproeven zijn gedaan. Het lijkt heel objectief.
    Toch zijn hier kritische vragen bij te stellen. Moeten alleen gegevens van rond 1721 ons vertellen hoe dit orgel nu moet klinken en hoe het nu gebruikt moet worden?
    Er is ook een geschiedenis van dit orgel ná 1721, o.a. een roemruchte geschiedenis in de 20e eeuw.
    Ik ben er zelf diverse keren live getuige van geweest. Het instrument raakte me, juist ook met werken uit later tijd. De vaak spannende programmering tussen oud en nieuw was ook heel verfrissend.
    Moet dat moois allemaal uitgewist worden? Moet er een oude muziekcultuur ontstaan rond dit orgel?

    Het gaat om een stadsorgel dat met gemeenschapsgeld gerestaureerd wordt, dat staat in het Academiehuis, het ‘overdekte stadsplein’ van Zwolle. Een orgel dat in een modernere stemming vele functies zou kunnen vervullen, waarbij de fraaie barokke klanken een rol zouden kunnen spelen bij samenspel met koren en orkesten, ook in moderne muziek en waarop natuurlijk ook een groot gedeelte van de orgelliteratuur goed klinkt.
    Met de nu gekozen stemming wordt veel niet meer mogelijk, ja werken van Bach zullen voor een groot gedeelte niet goed klinken zonder te transponeren. Er zal vooral veel muziek klinken van voor 1720. De liefhebbers van oude muziek zullen volop aan hun trekken komen. Maar is dit orgel alleen van en voor hen?

    Ik zie ook (o.a. op Facebook) dat de emoties hoog oplopen. En dat is niet voor niets. Velen zijn ooit geraakt door dit orgel en mensen hebben het gevoel dat hen iets dierbaars wordt afgenomen.

    Bij de restauratie van diverse grote barokorgels zijn andere keuzes gemaakt in het verleden: wel terug naar een oorspronkelijke situatie wat betreft klank en intonatie, maar wat stemming betreft een aanpassing aan het gebruik van vandaag. Denk aan de Westerkerk Amsterdam, Bavo Haarlem, Grote Kerk Alkmaar, Jacobijnerkerk Leeuwarden of Bovenkerk Kampen met hun gelijkzwevende stemmingen, maar elk met een eigen karakter. Stuk voor stuk orgels die zeer geliefd zijn en veel gebruikt worden. Maar Groningen Martini en Walburgis Zutphen met licht ongelijkzwevende stemmingen voldoen ook prima. Zwolle zou deze voorbeelden prima kunnen navolgen, daar heb je geen bewijzen voor nodig uit 1721.

    Ik pleit er voor het besluit te parkeren en eerst eens in rust een open en eerlijke discussie te voeren, waarbij alles in een breder perspectief wordt geplaatst. Daarbij zouden m.i. ook de tegenstanders van de nu gekozen Norden-stemming een eerlijke kans moeten krijgen hun stem te laten horen.
    Een symposium hierover met vertegenwoordigers uit de volle breedte van de orgelwereld zou denk ik een goed idee zijn.

    • Via FB is er al zo ongeveer een online symposium geweest en het Academiehuis heeft zich van diverse kanten laten voorlichten, zie ook de reactie van Robert Helder. Een symposium is natuurlijk altijd interessant, maar ik heb maar zo het idee dat er niet veel mensen van mening zullen veranderen. Er zijn twee verschillende visies op orgel en orgelgebruik die hier botsen. Het Academiehuis heeft als eigenaar van het orgel een beslissing gemaakt waarbij één van de visies is teleurgesteld. Een symposium gaat dat niet anders maken.

      • Die discussies op Facebook kun je niet gelijkstellen met een symposium, ze gaan soms alle kanten op bij gebrek aan structuur. Ze laten wel zien hoe erg het leeft, hoe verschillend de meningen zijn en welke emoties er rond dit orgel spelen. Een symposium geeft de mogelijkheid genuanceerder naar diverse opvattingen te luisteren, meer helderheid te geven over het gevolgde/ te volgen proces en mogelijke misverstanden uit de weg te ruimen. Ook bieden ze de kans om de discussies in een breder kader te plaatsen.
        Of er veel mensen van mening veranderen weet ik niet. Door elkaar te ontmoeten ontstaat er mogelijk meer begrip voor de diverse standpunten.
        Ik had het wijs gevonden als dit eerder in het proces was georganiseerd. Maar wellicht kan het nu nog?

  2. Graag wil ik onderbouwen waarom de Norden-stemming m.i. een verkeerde keuze is voor het Schnitgerorgel in de Grote Kerk van Zwolle.

    In het restauratieplan staat over de stemming het volgende uitgangspunt: “het aanbrengen van een nader te bepalen ongelijkzwevende stemming, rekening houdend met de in 1721 aanwezige gemodificeerde middentoonstemming.”  Het is m.i. maar de vraag of er daadwerkelijk en een gemodificeerde middentoonstemming in dit orgel in 1721 aanwezig is geweest of dat het slechts een vermoeden is.
    In de notitie stemming Schnitger-orgel Zwolle staat vermeld dat ieder gevonden snipper informatie wordt benut voor een zo waarheidsgetrouw mogelijk resultaat. Eén van deze snippers is het volgende citaat uit het keuringsrapport van 1721:
    “Aangaande het accoort van ’t gantsche orgel vinden wij dat wel passeeren kan (: dogh is
    niet gestelt op die manier als men gewoon is in Holl[an]t de orgels te stellen om dat de Terz
    van g: en h: en die van g: en ♭e wat grooter sijn gemaakt om de terz van h: en d̢ [dis]
    eenighsints passabel te maken.”

    Snippers informatie kunnen in (historisch) onderzoek heel gemakkelijk leiden tot foutieve interpretaties omdat het totaalplaatje ontbreekt.

    Het lijkt er in het rapport op dat de keuze voor de Nordenstemming slechts gebaseerd is op alleen de hierboven geciteerde informatiesnipper. Deze is erg dun. Bovendien zijn de begrippen “wat grooter” en “eenighsints passabel” (later in de notitie wordt dit ineens “eenighsints plausibel” genoemd)  alleen relatief te interpreteren. Hier liggen kennelijk geen berekeningen onder, maar hebben de keuringsmeesters waarschijnlijk slechts hetgeen ze gehoord hebben, gemeld.
    Het is dus niet zeker of “wat grooter” dicht bij zuiver betekent en “eenighsints passabel” heel groot heeft aangeduid.

    Bovendien borrelt de vraag op welke personen het keuringsrapport uit 1721 hebben opgesteld. Waren dit capabele personen? Waar kwamen ze vandaan? Waren ze alleen gewend aan de Hollandse orgels? Kenden ze de Noord Duitse orgels in voldoende mate?
    Het lijkt me wel aannemelijk dat de Hollandse keurmeesters de stemming hebben beoordeeld met de ¼ komma stemming als uitgangspunt. Deze stemming was gangbaar in de 17e en 18e eeuw in de Hollandse orgels.
    Het citaat uit het keuringsrapport uit 1721 is m.i. te mager om te kiezen voor de Norden-stemming. De Norden-stemming legt te grote beperkingen op wat betreft de uit te voeren muziek. Er worden in het citaat geen uitspraken gedaan over de grote tertsen op Des, As en Fis.

    Naar ik begrepen heb, zijn de originele manualen en pedaal weer teruggeplaatst in het orgel.
    De originele klavieren hebben echter geen kort octaaf. Als Schnitger een (gemodicifeerde) middentoonstemming voor ogen heeft gehad, dan was het zeer aannemelijk geweest dat hij de klavieren had voorzien van een kort octaaf. Aangezien Schnitger gekozen heeft voor “volledige” klavieren (zowel manualen als pedaal) heeft hij op z’n minst open gestaan voor mildere stemmingen, zoals een 1/6 komma stemming aangezien een 1/5 komma stemming helemaal geen historische stemming is. De Norden-stemming stamt uit 1985.

    In de notitie wordt als tolerantiegrens voor een grote terts  +24 cents genoemd. Bronnen als Andreas Werckmeister (Hypomnemata Musica 1697, 27, 28; Musicalische Temperatur, Quedlinburg 1691, 4, 5) en Johann Georg Neidhardt (Mathematische Abtheilungen, Koningsberg/Leipzig 1732, 21, 22) worden hierbij aangehaald.
    In de Norden-stemming zitten drie grote tertsen boven de tolerantiegrens van +24 cents.
    Zo heeft de grote terts op de Fis een afwijking van 31 cents t.o.v een zuiver terts.
    De oren van de meeste luisteraars zullen bij een afwijking van meer dan +18 cents bij een grote terts al protesteren. Deze tertsen met een afwijking van meer dan +18 cents schuren al teveel en de opmerking dat de akoestiek deze tertsen wel milder zal maken geeft eigenlijk al aan dat deze tertsen toch teveel afwijken van zuiver.
    Alsof je als dirigent tegen een koor zegt: “Het maakt niet uit dat jullie een beetje vals zingen, de akoestiek maakt het wel goed”.
    Als de organist denkt dat de tertsen in een orgelstuk teveel schuren, dan moet de organist het stuk maar transponeren aldus de notitie. Welke concertorganist doet dit? Een kerklied kun je nog een keer transponeren maar een groot orgelwerk transponeren (en daarna ook nog uitvoeren in een andere toonsoort) lijkt me geen aantrekkelijke klus.

    De opmerking dat de Norden-stemming zoveel grote- en kleine tertsakkoorden toelaat dat bijna
    alle literatuur tot 1750, veel muziek tot ongeveer midden negentiende eeuw en (verrassend) verschillende werken uit de twintigste eeuw zonder aanpassingen gespeeld kunnen worden en  ook meer dan 90 procent van het werk van Johann Sebastian Bach speelbaar is, lijkt m.i. niet houdbaar.
    Een orgelwerk als Praeludium in e-moll (klein) van Nicolaus Bruhns (1665-1697) is in de Norden-stemming niet zonder “kromme tenen” uit te voeren.

    De notitie meldt dat 1/5 komma getempereerde kwinten nauwelijks voorkomt in historische bronnen. De 1/5-komma is geen reconstructie van de oorspronkelijke stemming, maar slechts een compromis ten opzichte van ook nog eens een vermoedelijke originele stemming. Toch wordt er voor de Nordenstemming gekozen. Het gevolg hiervan is wel dat er met de Norden-stemming (te) grote beperkingen zijn t.a.v. de keuze van de uit te voeren muziek.
    Er moet naar mijn mening naar een mildere stemming gezocht worden en men moet het niet zoeken in de akoestiek of in het compleet moeten transponeren van een orgelwerk.  
    Een stemming Neidhardt Grosse Stadt zou m.i. prima voldoen of een gemodificeerde Neidhardt I:

    C -1/6 G -1/6 D -1/6 A 0 E -1/6 B -1/6 Fis 0 Cis 0 Gis -1/12 Es -1/12 Bes 0 F 0 C
    De afwijking van de grote tertsen t.o.v. zuiver is in deze stemming maximaal (bijna) 18 cents. De minimale afwijking van de grote tertsen t.o.v zuiver is (bijna) 10 cents, terwijl de afwijking van de grote tertsen t.o.v van zuiver bij een gelijkzwevende stemming (bijna) 14 cents bedraagt.
    De hierboven genoemde gemodificeerde Neidhardt I-stemming lijkt me een goede en volstrekt verantwoorde keuze voor dit orgel en karakterverschillen van de verschillende toonsoorten zullen zeker merkbaar zijn. Bovendien strookt een stemming als deze ook met de “volledige” klavieren die Schnitger in 1721 heeft geplaatst.

    In deze stemming is de genoemde orgelliteratuur uit de notitie speelbaar. Zeker ook het werk van Johann Sebastian Bach, waarvan de uitvoerbaarheid, aldus de notitie, door velen als belangrijk criterium wordt gezien, is speelbaar in deze gemodificeerde Neidhardt-stemming.

    Deze stemming voldoet dan wellicht niet aan de inhoud van het citaat uit het keuringsrapport van 1721, maar deze stemming biedt veel meer mogelijkheden.
    Opvallend is dat er veel Hollandse instrumenten na restauraties zelfs een gelijkzwevend stemming hebben gekregen. Te denken valt o.a. aan het Hagerbeerorgel (1639) in Alkmaar, het Duytschotorgel (1702) in de Nieuwe Kerk in Den Haag (restauratie 2023!), het Duytschotorgel (1683) in de Westerkerk te Amsterdam, het Müllerorgel (1738) in Haarlem.
    Het Müllerorgel (1734) in de Oude Walenkerk in Amsterdam is voorzien van een Neidhardt-stemming en klinkt ook 1/2 toon boven 440 Hz.
    Indien de Norden-stemming daadwerkelijk manifest zal worden, blijft er een vrij dun boekje orgelmuziek over (in vergelijking met het totaal aan orgelrepertoire dat in loop der eeuwen is ontstaan) dat uitvoerbaar is op het orgel. Wat een verarming zal dat zijn, wat een verspilling van gemeenschapsgeld (rijk, provincie, sponsoren en donateurs) en wat zal men binnen zeer afzienbare tijd een spijt hebben van deze keuze.
    Ik begrijp dan ook volledig dat het bestuur van SSZ en de adviseur/titulair-organist zich unaniem en uitdrukkelijk van dit besluit distantiëren.
    Ik zou een dringend beroep willen doen aan het bestuur en de directie van het Academiehuis Grote Kerk (AHGK) om hun verantwoordelijkheid in deze te nemen en zorg voor te dragen dat dit orgel kan klinken voor een breed publiek anno 2026 en niet slechts voor een select publiek dat geïnteresseerd in slechts een dun boekje orgelliteratuur.

  3. Het Academiehuis, de Grote Kerk, noemt zich het grootste overdekte stadsplein van Zwolle. Laat het dan ook zo zijn dat dit prachtige orgel er zal zijn voor alle Zwollenaren, en dat het te beluisteren zal zijn in al z’n glorie, en in alle denkbare muzikale samenstellingen, dus ook met diverse koren, orkesten en solisten. Laat daarom dat onzalige idee van de Nordenstemming alsjeblieft onmiddellijk varen!

  4. Ik heb het besluitvormingsproces van tamelijk nabij kunnen volgen. Ik heb respect voor het huidige bestuur van het Academiehuis. Het zijn mensen die zich goed verdiept hebben in de materie en in de standpunten. Zij moesten een besluit nemen waarvan altijd de halve orgelwereld blij zou worden en de andere helft niet. Maar een keuze was onontkoombaar en die is bewust en gewetensvol gemaakt. Dirk Flentrop liet in 1956 het oordeel over zijn werk over aan een volgende generatie. Misschien is dat nog steeds een goed advies.

    • Het is bekend dat in ons land de middentoonstemming gebruikelijk was tot in de eerste decennia van de 19e eeuw. In delen van Duitsland was dit ook het geval.
      Daarbij moeten bedacht worden dat orgels bestemd waren voor het begeleiden van de gemeentezang.
      Toen in de 18e eeuw voorgesteld werd het orgel in de Martinikirche te Bremen om te stemmen van middentoon naar een getempereerde stemming, liet de organist weten dat dit niet nodig was omdat het orgel uitsluitend voor begeleiding van de gemeentezang werd gebruikt. Met andere woorden: ensemblespel (orgel met andere instrumenten) kon een reden zijn tot omstemming zijn.
      Er zijn in de geschiedenis verschillende pogingen geweest om orgels om te stemmen, maar die hadden geen resultaat omdat of de financiële middelen ontbraken, of omdat de eigenaar van het orgel van mening was dat het instrument te lang niet beschikbaar zou zijn voor de liturgie. Met andere woorden: het handhaven van de middentoonstemming was niet altijd een artistieke beslissing.

      De geschiedenis van het orgel in Zwolle is goed gedocumenteerd. Zie het uitstekend rapport van Cees van der Poel.
      Wanneer men een keuze voor de middentoonstemming te rigoreus vindt omdat die teveel beperkingen oplegt, lijkt het raadzaam voor een andere historische stemming te kiezen die zo dicht mogelijk bij de tijd van ontstaan ligt.
      De huidige Norden-stemming is een ontwerp van Reinhard Ruge voor het orgel in de Ludgerikirche in Norden. Dat is geen historische stemming en bovendien is het orgel in Norden niet te vergelijken met dat in Zwolle: er is een tijdsverschil van drie decennia.
      Nu het orgel in Zwolle niet meer in eerste instantie voor gemeentezang wordt gebruikt, maar een functie heeft in de brede cultuur van het Academiehuis, zou een historische stemming met meer mogelijkheden beter passen dan een 20e eeuwse stemming met beperkingen. Neidhardt Grosse Stadt (1724) blijkt breed inzetbaar, ook al is er geen relatie tussen Schnitger en Neidhardt, maar die relatie is er ook niet tussen Schnitger en een 20e eeuwse stemming als “Norden”, ook al ligt die dichter bij de middentoon-stemming.

  5. Toen in september 1956 het gerestaureerde Schnitgerorgel door Flentrop Orgelbouw aan de toenmalige kerkvoogdij werd overgedragen, was het al een monument van klank en restauratie. Deze monumentale waarden hebben zich de afgelopen decennia onverwijld bewezen.
    De restauratie van het Schnitgerorgel in de Grote – of Sint Michaëlskerk in Zwolle in 1956 door Flentrop Orgelbouw beschouw ik als één van de best geslaagde naoorlogse orgelrestauraties in Nederland. In technisch opzicht heeft het instrument ruim 60 jaar probleemloos gefungeerd. Ode aan Flentrop!

    Het Zwolse Schnitgerorgel stond in de naoorlogse jaren op eenzame hoogte. Orgels waren verloren gegaan door oorlogshandelingen (o.a. Laurenskerk Rotterdam, Eusebiuskerk Arnhem) of waren zo aangepast en verminkt door ‘restauraties’ dat zij hun oorspronkelijke karakter verloren hadden . Bijvoorbeeld de orgels van de Martinikerk in Groningen en de Westerkerk in Amsterdam. Andere orgels waren gedemonteerd en opgeslagen door restauratie van het kerkgebouw (Bovenkerk in Kampen, en Nieuwe Kerk te Amsterdam)

    In het najaar, op 28 oktober 1966, krijgt Charles de Wolff in het Concertgebouw te Amsterdam, op het Grand Gala du Disque, uit handen van minister mr. M. Vrolijk van Cultuur, Recreatie en Maatschappij, zijn Edison uitgereikt voor zijn grammofoonplaat met orgelwerken van Johann Sebastian Bach (1685-1750), opgenomen in de Grote- of St. Michaëlskerk in Zwolle.

    De betekenis van deze muziekprijs is voor Charles de Wolff van ongekende betekenis geweest. Zijn naam als Bach-vertolker werd alom (h)erkend. Een belangrijk effect voor ‘Zwolle’ was dat de combinatie tussen ‘Franz Caspar Schnitger’ en ‘Charles de Wolff’ zeer geslaagd was. Er was een hechte relatie tussen de 18e -eeuwse orgelbouwer en de 20-eeuwse musicus. Het Schnitgerorgel wordt tot op de huidige dag geassocieerd met Charles de Wolff. En niet alleen zijn uitvoeringen van de vele Bachwerken, maar ook de grote koraalfantasieën van Max Reger (1873-1916) en hedendaagse muziek kregen in Zwolle door Charles de Wolff een gewaardeerd podium. Onlosmakelijk is Charles de Wolff met het Zwolse culturele leven verbonden geweest. Vanaf zijn eerste concert in de Bethlehemsekerk op 28 september 1951 tot zijn laatste bespeling in de Grote- of St. Michaëlskerk medio 2005.

    De veelzijdigheid, breedheid en rijkdom van het orgelrepertoire, waar Charles de Wolff in Zwolle een exponent voorbeeld van is geweest, behoort met een Norden-stemming definitief tot het verleden.

    De adviseurs in 1956 , dr. Anthon van der Horst, Adr. C. Schuurman en George Stam, hebben toen het wijselijke besluit genomen om een ‘gelijkzwevende stemming’ toe te passen op Schnitgerorgel. Dat besluit heeft zich dubbel en dwars verdiend doordat het spelen van de gehele orgelliteratuur daardoor decennialang mogelijk was.
    Tijdens het presentatieconcert op 21 september 1956 vertolkte dr. Anthon van der Horst een eigen compositie; ‘Suite in modo conjuncto’ . Bij een Norden-stemming, is dit niet eens meer mogelijk!

    De kerkelijke functie van het Schnitgerorgel is afgenomen. Voor de toekomst zal het accent liggen op haar concerterende functie. Als haar effectiviteit zodanig beperkt wordt door ‘Norden’ zal dit ook grote gevolgen hebben voor de exploitatie van het Academiehuis. De beker van euforie die nu geheven wordt, is een kelk van bitterheid.

    • Het Schnitger-orgel was absoluut een prachtig instrument, maar het mengde ook hoorbaar minder goed als andere Schnitger-orgels als je doorwerkte naar het volle werk. Ik ken velen die zeiden: tot de Octaaf 2 is het mooi, daarna gaat Zwolle niet mee met de allure die Groningen en Alkmaar hebben. Geldt ook wel voor de grote tongwerken. Verder moet je niet de speler centraal stellen maar het orgel. In Zwolle is er de unieke gelegenheid, door de aanwezigheid van veel historisch materiaal, het orgel met behulp van de restauratiekennis van de laatste 70 jaar echt dicht bij 1721 te krijgen. Een stemming is daarvan een essentieel onderdeel. Ik vind dat een veel belangrijker uitgangspunt dan het idee dat we het orgel zo moeten houden omdat Charles de Wolff er ooit mooie opnames maakte. Verder denk ik dat het met die kelk van bitterheid wel meevalt, in de Nederlandse orgelwereld is de oude muziek nooit echt serieus genomen, maar breder in de klassieke wereld gebeurt dat wel. Daar bestaat ook volop belangstelling voor gezien de hoeveelheid oude muziek festivals en opleidingen die er zijn. Er zijn sowieso veel ensembles die zich hierin specialiseren. Vanuit die hoek zal er veel belangstelling zijn voor Zwolle.

  6. Gewoon een milde ongelijkzwevende stemming. Denk aan Groningen en Zutphen. Daar klinkt alles goed! Lijkt me het meest voor de hand liggend. Is iedereen bij gebaat.

  7. Hoeveel van de critici hebben: (a) de notitie Winkel/Van der Poel onbevooroordeeld goed gelezen en (b) het orgel in Norden ooit zelf op lokatie beluisterd? Hamburg, Skt.Jacobi heeft dezelfde stemming. Deze is nog heel wat milder dan de echte middentoonstemming, zoals in Leiden. Klagen ze er daar over? En ze hebben een andere goed orgel voor de jongere literatuur. Dat zou in Zwolle ook kunnen, zeker voor koorbegeleiding.

  8. Het is een onvoorstelbaar slecht besluit. Hopelijk wordt dit nog verhinderd. Het machtige orgel is straks van zijn kracht en pracht beroofd. Je zult er maar organist zijn. Het feit dat de Stichting en Toon Hagen zich hebben teruggetrokken zegt genoeg.
    Dit orgel waar Feike Asma,Lucas Lindeboom,en Klaas jan Mulder zo vaak op gespeeld hebben, wat zouden die in het geweer gekomen zijn. Bach, Reger, Boëllmann, Karg-Elert enz. is op dit geweldige orgel gespeeld. Kun je straks allemaal vergeten. Weinig mensen zijn liefhebber van de muziek ver voor Bach. Zeer velen van de muziek na Bach. Beluister nog eens de opnamen van Lucas Lindeboom, het orgel straalde, en dat nu ongedaan te willen maken, verschrikkelijk.

  9. Laat Academiehuis de oren hangen naar degene die zich garant stelde voor de restauratiekosten?
    En wat als men straks exploitatietekorten krijgt omdat er wel een prachtig orgel is maar de verhuurbaten sterk achterblijven omdat het orgel niet breed inzetbaar is? Aan een orgel met historische stemming heb je niets als het zwijgt.

    • Nee, het Academiehuis luistert naar diegenen die o.a. de notitie hebben opgesteld, al gelezen? Daar wordt helder uitgelegd waarom deze stemming een goede keuze is.

  10. Hopelijk kan het tij gekeerd worden. Succes Toon Hagen!! En hopelijk kan het veranderd worden!!

  11. Waarom moeten we terug naar 1721? We musiceren nu, het orgel is geen museumstuk. Moeten de balgen dan ook getreden worden en de windvoorziening het doen zonder motor? Moet dan ook de elektrische verlichting wijken? M.i. is hier een concurrentiestrijd bezig tussen de musici van de Stichting Schnitgerorgel en de machtige regenten van het Academiehuis die over het geld gaan!

  12. Gebruik een Maria Renold reine kwinten stemming. Dan heb je een goede balans tussen speelbaarheid en historische correctheid. Maar ik ben benieuwd of er in Nederland mensen zijn te vinden die zo kunnen stemmen.

  13. Helemaal mee eens Jetze. Gewoon een gelijkzwevende- of Bach-stemming. Dan kunnen de eventuele zangers er ook beter mee overweg.

  14. Laten ze a.u.b. de adviezen van Stichting Schnitgerorgel en Toon Hagen opvolgen en het orgel voor een breed publiek en repertoire toegankelijk houden. Er zijn zoveel mooie momenten geweest met samenspel orkest Musica Michaelis en de Michaelscantorij. Zowel Toon Hagen als Stichting Schnitgerorgel hebben zich jarenlang met hart en ziel ingezet voor het Schnitgerorgel, het zou absurd zijn om deze adviezen aan de kant te schuiven.

  15. Het lijkt mij wenselijk de visie van stadsorganist Toon Hagen in dezen te volgen!

  16. Goede keuze wat mij betreft. Het orgel zal veel aan karakter winnen met deze stemming en het sluit aan bij wat er in 1721 is opgeleverd, zie ook het uitgebreide notitie geschreven door Erik Winkel en Cees van der Poel. Inderdaad zal andere muziek nu lastiger of niet meer speelbaar zijn. Ik vind dat geen onoverkomelijk probleem, zijn genoeg andere orgels waar je deze muziek wel op kunt spelen terwijl er nauwelijks grote instrumenten in een oude stemming zijn. Als het in Zwolle net zo druk wordt als in Norden hebben ze niets te klagen.

    • Dag Henk, het gaat over meer dan een middentoonsstemming. Het gaat om de functionaliteit ven het orgel. Het staat in een cultureel multifunctionele ruimte en zal met de Norden-stemming daaraan niet kunnen bijdragen. Verder is het zo dat het beleidsplan, goedgekeurd door stichting Academiehuis, niet wordt uitgevoerd. Kortom, het is voor dit orgel in deze ruimte een hele slechte beslissing.

      • Het kan daar meer dan genoeg aan bijdragen. Er is 250 jaar muziekgeschiedenis wat voor 95% kan in deze stemming en ook tegenwoordig wordt er muziek gecomponeerd voor dit soort orgels. Recentelijk hoorde ik nog de Mariavespers van Monteverdi door het Luthers Bach Ensemble en het rugwerk, ook dat was prachtig. Kortom, er is meer dan genoeg te spelen in Zwolle.

  17. Hoe dom kun je zijn om tot zo’n beslissing te komen.
    Hoe kan dit besluit ooit teruggedraaid worden. We leven in 2025.
    Dit orgel wordt op deze manier uitgerangeerd. En dat van onze dure belastingcenten.

    • Dag Jetze, het gaat over meer dan een middentoonsstemming. Het gaat om de functionaliteit ven het orgel. Het staat in een cultureel multifunctionele ruimte en zal met de Norden-stemming daaraan niet kunnen bijdragen. Verder is het zo dat het beleidsplan, goedgekeurd door stichting Academiehuis, niet wordt uitgevoerd. Kortom, het is voor dit orgel in deze ruimte een hele slechte beslissing.

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.