Bach-Liszt Organ Works – Daniel Chorzempa [RECENSIE]

Text Example

advertentie



Medium: geremasterde quadrafone opname op SACD-formaat, stereo afspeelbaar.

Speelduur: 60 min. en 19 sec.

Producer: Wilhelm Hellweg

Label: Pentatone Classics PTC 5186 127

Prijs: € 24,50

Een fraaie productie, dat is het zonder meer. Hoe fraai? Schoolcijfers mogen het zeggen: artistieke kwaliteit: 9, programmatische evenwichtigheid: 6, kwaliteit van de opname: 8, documentatie: 7. Zo kun je nog even doorgaan. Cijfermatig beoordelen lijkt objectief, maar dat is betrekkelijk.

Een dergelijke kwantitatieve beschrijving zegt ook het nodige over de opsteller van het review en is daarmee subjectief. Je kunt alleen maar objectief zijn als je met een sluitend beoordelingsysteem werkt, een gedefinieerd referentiekader. Met zo’n lijst in de hand ga je dan afturven en scores tellen. Maar zo werkt dat bij orgelcd’s niet.

Je maakt nieuwsgierig het toegestuurde pakketje open, schuift de cd in de lade, en dan: luisteren maar in de luie stoel. Ondertussen blader je het leaflet geïnteresseerd door. De eerste indruk van het geheel is bepalend. Iets wat ook voor veel menselijke contacten vaak opgaat. Na een uurtje luisteren is de toonhoogte van de review al vastgelegd. Slaat de muzikale vonk over? Wordt je enthousiast en zou je in de winkel, met een schuine blik op het prijskaartje, al gaan dubben over de aanschaf ervan?

De Amerikaanse pianist/organist Daniel Chorzempa leverde in 1970 (!) met zijn interpretatie van vijf grote Bach-werken een grote muzikale prestatie. Het 53 stemmen tellende vierklaviers orgel van de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Breda was juist een jaar eerder, dus in 1969, gerestaureerd en uitgebreid, het klinkt puntgaaf en monumentaal. Wat een akoestiek heeft dit godsgebouw, secondenlang duurt het voor de akkoorden zijn weggeëbd. Vooral in het eerste werk, de overbekendeToccata en Fuga in d, met zijn vele echo-effecten, ervaar ik de ruimtelijke klank van de opname als boeiend. De andere Bach-werken, de Passacaglia in c (BWV 582), Preludes en Fuga’s in d (BWV 532) en in a (BWV 543) klinken ook, om het plastisch uit te drukken, behoorlijk “nat”. De polyfone lijnen zijn nog wel te volgen, maar de galmstaarten van vele tientallen voorgaande noten, maken dit wel inspannend. Persoonlijk zou ik bij het beluisteren van het complexe stemmenweefsel liever het ruimtelijke effect op een lager pitje willen. Te meer daar nagalm ook werkt als een filter, die de lagere timbres veel sterker maakt. Anders gezegd, de akoestiek voegt een donkergekleurde “oe”-formanten toe aan het spectrum.

Het is alsof Chorzempa dit ook al aanvoelde, want voor het vervolg van de cd gebruikt hij het grote concertorgel in de Rotterdamse Doelen. Het is bij het luisteren even alsof een onzichtbare hand je watjes in de oren stopt. Wat een verschil in akoestiek! Maar ook het in 1968 gebouwde Flentrop orgel (70/IV/P) en het muzikale idioom van de bekende variaties van Franz Liszt op Bach’s Cantate “Weinen, Klagen, Sorgen, Zagen” confronteren de luisteraar met een heel andere orgelcultuur. Geheel passend bij de tekst klinkt in allerlei variaties telkens hetzelfde chromatisch dalende thema. Nu eens zacht klagend, dan weer fel emotioneel en opstandig. Totdat na 13 minuten en 30 seconden als een oase van gemoedsrust het koraal “Wat God doet dat is welgedaan” met de strijkers van het Bovenwerk weerklinkt. Het is bekend dat de pianist en organist Chorzempa een sterke voorkeur had (en waarschijnlijk als 61 jarige nog heeft) voor het oeuvre van Franz Liszt en Julius Reubke. Hij speelt, voor zover de klank van het in aanleg toch wel neobarokke Doelen-orgel dat toelaat, Liszts variaties dan ook met veel overtuiging.

In de aanhef kreeg de programmatische evenwichtigheid het cijfer 6. Dat heeft niet alleen te maken met het inzetten van onvergelijkbare orgels in onvergelijkbare akoestische ruimten, waarop ook nog onvergelijkbare compositorische stijlen worden gekozen. Een andere reden is dat ik graag in de opeenvolging van de genoemde grote Bach-werken wat meer variatie zou willen zien: één of meer van Bach’s grote koraalbewerkingen, met fraai omspeelde Cantus Firmi, zouden weldadig werken tussenal die intensieve prelude’s, toccata’s en fuga’s . Ik denk aan de bekende A-B-A vorm, waar de B doorgaans een rustig middendeel is.

Dit neemt niet weg dat ik deze fraaie cd graag cadeau zou doen aan een orgelliefhebber, die zowel houdt van muzikaal-mathematische Bach-muziek als van de individueelste muzikale expressie van Liszt, die het boeiend vindt de akoestiekrijke klank van een kathedraal af te wisselen met de voor orgels nogal korte helle naklank van een concertzaal. Ook voor fijnproevers, die de voortreffelijke ruimtelijkheid van een SACD (Super-Audio CD), op hun apparatuur tot klinken kunnen brengen, is deze productie een waarvolle aanwinst. Ook op een normale cd-speler kan deze zilveren schijf overigens met succes worden gedraaid, zij het dat dan van de oorspronkelijke quadrafone opname, die nu is vertaald naar een eveneens 4-kanaals SACD, een normale stereo-weergave over blijft. [WIM ERADUS]

© 2006 orgelnieuws.nl