Een bezonken Bach uit Dordrecht

Cor Ardesch

‘Geen dag zonder Bach’. Deze spreuk prijkt achterop het jasje van organist Cor Ardesch. In de Grote Kerk van Dordrecht kijken de luisteraars naar Ardesch’ rug, terwijl hij een aantal werken van Johann Sebastian Bach speelt. Hij doet dat bij de presentatie van de eerste cd van een serie waarop alle orgelwerken van Bach worden opgenomen.

Het is een fors project, alle orgelwerken van Bach op vijftien of zestien cd’s. Dat zal zo’n vijf of zes jaar in beslag nemen, dat betekent twee tot drie cd’s per jaar. Ardesch wil er graag voor tekenen, maar ‘bij leven en welzijn’, voegt hij eraan toe.

Nu zijn er al heel wat organisten die zo’n Bachintegrale achter de rug hebben. Waarom daaraan nog eentje toegevoegd? En nog wel een waarbij alle werken op hetzelfde orgel worden gespeeld? Het is een bepaalde fase in de ontwikkeling als organist, zegt de 48-jarige Ardesch. ,,Op een gegeven moment ben je er aan toe. Bach is gewoon een van de grootste orgelcomponisten. En, wij hebben hier in Dordrecht nu een van de beste instrumenten van ons land om daarop zijn oeuvre uit te voeren.’’

Ardesch wil niet de zoveelste Bachserie op de markt brengen. ,,Er zijn heel wat interpretaties, die uitgaan van muziekhistorisch onderzoek. Als het daarbij blijft, krijg je spel dat op papier klopt – je houdt je aan de barokke uitvoeringsregels – maar dat ook heel zielloos kan zijn. Ik houd terdege rekening met de verworvenheden van die musicologisch verantwoorde praktijk, maar ik probeer tegelijk naar het verhaal achter de noten te kijken.’’

Bij dat verhaal moet je volgens Ardesch ook rekening houden met de theologische achtergronden van Bach. ,,Hij was een mysticus, daar moet je bij je spel rekening mee houden. Wat mij in zijn muziek dan opvalt is dat die rust uitstraalt. Dat heeft direct invloed op de tempi die je kiest, die moeten niet te hoog zijn Verder zoek ik naar een heilzame balans tussen ratio en gevoel. Ik ben ervan overtuigd dat dat op en top Bach is. Aan de ene kant in zijn ver doorgevoerde polyfonie en contrapunt en op hetzelfde moment in de emotie die overal in doorklinkt. Ook geeft zijn muziek me een gevoel van levenszin, levensopdracht, geborgenheid en een zekerheid van eeuwig leven… Tja, dat is nogal wat, wat zal ik nog meer zeggen? Waar woorden stoppen, begint de muziek, het is toch een geweldige opdracht om dan zo’n serie te maken?’’

Concertprogramma
Sinds een jaar is Ardesch de bespeler van het zogenaamde Bach-orgel, een instrument gebaseerd op de orgels van Saksische bouwer Godfried Silbermann, met name het orgel dat hij in 1714 in Dom van Freiberg bouwde. ,,Het instrument van Verschueren is een schitterend orgel. Verschueren heeft zich in de klankwereld van Silbermann ingeleefd en die sterk benaderd. Maar dit orgel is geen kopie van een Silbermann-orgel, het blijft een ‘Verschueren’.’’

Met z’n 34 stemmen is het bovendien geen klein instrument, al zijn die stemmen verdeeld over slechts twee manualen en pedaal. ,,Bach heeft nergens expliciet drie manualen voorgeschreven, dat is dus geen probleem’’, zegt Ardesch. ,,Dit instrument heeft zo’n grote variatie aan stemmen dat je al zijn muziek er moeiteloos op kunt vertolken. Zo ben ik van plan voor de grote werken verschillende plena (volle, sterke, registraties) te gebruiken. Je moet dat wel afwisselen, anders wordt het saai. Je kunt hier ook met slechts weinig stemmen al een mooi, zogenaamd ‘klein plenum’ maken.’’

Ardesch loopt naar het orgel, trekt van het hoofdwerk de prestanten 8, 4, 3 en 2 voet uit en van het pedaal enkele stemmen, inclusief de Posaunenbass 16 voet. ,,Moet je eens horen hoe mooi brommend die Posaunenbass klinkt. Deze stem heeft een mooi vullend geluid, maar is tegelijk zo zacht dat je die al met een paar manuaalstemmen kunt gebruiken’’, aldus de organist.

Cor Ardesch is van plan per cd een afwisselend programma samen te stellen, zoals je dat ook voor een orgelconcert zou kunnen doen. ,,We zetten dus bijvoorbeeld niet alle korte koraalvoorspelen uit het Orgelbüchlein achter elkaar, dat is niet echt interessant. Die vlechten we tussen de andere werken door. Maar bijvoorbeeld de Grote Orgelmis (een combinatie van een Preludium en Fuga met een paar grote koraalvoorspelen) is wel een werk op zich. Die komt wel in z’n geheel op een cd, waarbij de koralen ook nog eens gezongen worden, wat dan weer voor de nodige afwisseling zorgt.’’

In evenwicht
Hoewel Ardesch met deze cd – en ook met een eerdere die in Freiberg is opgenomen – zijn naam als Bachspeler wel zal verstevigen, is hij niet een echte barokspecialist. ,,Toen ik hier tien jaar geleden kwam, was er natuurlijk het grote Kamorgel in deze kerk. Een prachtig negentiende-eeuws instrument’’, zegt Ardesch. ,,Ik houd van veel componisten, bijvoorbeeld ook van Franse als Messiaen en Duruflé. Dat is goede muziek, waardoor je wordt gevormd.’’

Een van de eerste dingen die hij na zijn aanstelling deed was het bestuderen van concertprogramma’s van voorgangers. ,,Ik ontdekte toen dat Cor Visser, die van 1933 tot 1976 organist van deze kerk was, geregeld muziek van Karg-Elert speelde. Ik begreep dat niet, ik hield niet van deze componist. Toch heb ik ook maar eens wat van hem op de lessenaar gezet en daar goede registraties bij uitgezocht. Ik wist niet wat ik hoorde, het Kamorgel leek wel voor deze muziek gemaakt te zijn! Zo moet je je steeds openstellen voor nieuwe muziek en voor het orgel waarop je speelt en beide met elkaar in evenwicht brengen. Ik voel me een bevoorrecht mens dat ik in deze kerk mag werken met twee grote orgels, waarop ik het grootste deel van het orgelrepertoire stijlgetrouw kan laten horen.’’ [ROEL SIKKEMA]

 

Mét toestemming overgenomen uit het Nederlands Dagblad.

 


Johann Sebastian Bach – Orgelwerken deel 1

Cor Ardesch bespeelt het Bach-orgel van de Grote Kerk te Dordrecht. MPD-classics, 20072710

Dat Cor Ardesch een prima Bachspeler is, heeft hij onder meer enkele jaren geleden met zijn cd van het Silbermannorgel uit Freiberg al bewezen. Op de nieuwe cd valt vooral een zekere bezonkenheid op. Nergens is sprake van haast, vooral de wat langzamere werken krijgen mede door uitgekiende registraties een indrukwekkende vertolking. Te denken valt aan het juist in deze adventsweken veel gespeelde ‘Nun komm, der heiden Heiland’ (BWV 659) waarvoor Ardesch een mooie vocale cantus firmus, bestaande uit Prestant, Gedekt en Quintadeen samen met de tremulant, heeft uitgekozen. Of neem het vivace uit de Triosonate nr. 6. Terwijl de meeste organisten dit in ongeveer vier minuten spelen, doet Ardesch er maar liefst een minuut langer over. ‘Vivace’ wordt vaak met ‘snel’ vertaald, maar Ardesch laat horen dat het oorspronkelijke ‘levendig’ op zijn spel van toepassing is. Wat klinkt hier vooral de Prestant van het bovenwerk prachtig, met zijn vocale ‘vioolstreek’.

Wie het Verschuerenorgel uit Dordrecht met echte Silbermannorgels vergelijkt, hoort in individuele stemmen veel verwantschap. Zoals die prachtige vocale aanspraak van de prestanten, de voor onze oren merkwaardige ‘fluté’ gamba en de soms overdonderende tongwerken. Met mixturen gevulde plena klinken bij het orgel van Freiberg wat verzadigder dan in Dordrecht. Toch is het verschil eigenlijk maar minimaal, een prestatie van de bouwers uit Heythuysen.

 

© 2008 fotografie www.corardesch.nl