EINDEJAARSCOLUMN Bert Rebergen: Geen actieve herinnering

Het zal dezer dagen tijdens interviews regelmatig gevraagd zijn: ‘Welke gebeurtenis in het afgelopen jaar is u vooral bijgebleven?’ Daarop antwoorden is misschien zo eenvoudig niet, want vrijwel dit gehele jaar werd het nieuws opnieuw bepaald door de veelbesproken pandemie. Probeer er dan maar eens een nieuwsfeit uit de plukken, waarop de luisteraar reageert met: ‘Verdraaid! Dat is waar ook! Dat is ook nog gebeurd!’

Als ik dan op de proppen zou komen met de drie woordjes die boven deze column staan, dan weet u ook wie het zei en onder welke omstandigheden. Nu bezoekt u de website van ORGELNIEUWS en niet die van EW Magazine, dus vermoei ik u niet met mijn mening over die kwestie, als ik die al heb. 

Toch viel het mij wel op dat er in dit bewogen jaar de nodige, aan de orgelwereld gelieerde, lieden waren die hun mening over het voorpaginanieuws niet onder kerkstoelen en orgelbanken stopten. Maar dit terzijde.

Terwijl ik dit tik, heb ik een tijdelijke verhuizing bijna achter de rug. Wat glijdt er dan veel door de handen. En telkens weer borrelt de vraag op: ga ik dit meenemen, of verdwijnt het bij het afval? Dat zijn soms lastige keuzes, zeker voor iemand zoals ik, met een nogal sterk actieve herinnering.

Zo had ik het programmaboekje in de hand van mijn allereerste Matthäus Passion vanuit het Concertgebouw Amsterdam, met Thijs Kramer op de bok. Moet dat allemaal bewaard worden? 
Een dag later kwam het bericht dat Kramer was overleden …  

Iedere lp, iedere foto, ieder boek, ieder artikel en iedere cd roept herinneringen op. Aan elk voorwerp zit wel een verhaal vast. 

Soms neemt dat geheugen bijna enge vormen aan. Zo kwam er een losse muziekcassette tevoorschijn waarop niet was geschreven welke opname deze bevatte. Hoesje niet te vinden. Op een oude midiset – achter het knieschot aangetroffen en met een nog verrassend goed geluid – werd de cassette afgedraaid.

Ongeveer drie seconden orgel en trompet en de cassette ging weer uit. Mijn oudste keek me verbaasd aan: ‘Nu al uit?’ prevelend. 

Ik knikte: ‘Ja, ik weet wat het is. Het is Piet Wiersma, met Hans Alting op de trompet. Een concert dat ik zelf opnam. Aan het begin van de opname hoor je Alting oefenen in de consistorie van de kerk.’ 

Het bandje – de opname viel niet eens tegen – werd teruggespoeld en het inspelen door de trompettist was het eerste dat te horen was. Vermoedelijk heb ik die cassette meer dan dertig jaar niet meer aangeraakt en toch weet je dat nog.

Herinneringen aan een tijd waarin een ‘orgeljaar’ zoveel bijzondere momenten leek te bevatten. Momenten die je – in mijn geval dan – zo weer oproept. Bijzondere concerten, gebeurtenissen en de aanschaf van aan het orgel verbonden materiaal die onmiddellijk een film doen afdraaien met soms verrassend heldere beelden. Die actieve herinnering is – niet in de laatste plaats als columnist van deze website – een zegen, maar daarmee snel door je spullen grasduinend, keuzes makend of het weg moet, of kan blijven, vraagt om extra discipline.

En als je dan terugkijkt op dit jaar, dan is het alsof overwoekerend onkruid ervoor zorgde dat eventuele bijzondere gebeurtenissen op orgelgebied werden verstikt. Geen nieuwe grasscheut lijkt de kans te hebben gekregen om boven het ongewenste gewas uit te komen. Wellicht herkent u het gevoel dat je de afgelopen tijd meer moeite moet doen om bepaalde gebeurtenissen te plaatsen in de tijd: was dat nou afgelopen jaar, of alweer twee jaar geleden?

Nu neigt de romanticus ernaar om vroeger tijden dermate bij te schaven en op te fleuren, met het gevolg dat slechts zonneschijn overblijft en er geen wolkje aan de lucht scheen te zijn. Het toenmalige onkruid is gesnoeid en ook nu nog komen rijsjes voort uit iets dat wellicht niet meer is dan een dode boomstronk. Aan die, soms donkere en ietwat saaie, alledaagsheid hebben we geen actieve herinnering meer.

Nochtans ontkom ik er niet aan te concluderen dat de huidige omstandigheden ervoor zorgen dat je achteromkijkt en denkt: ‘Is er op orgelgebied werkelijk wat gebeurd?’

Ook die gedachte is onzuiver, want velen hebben geprobeerd om in die gekheid het orgel blijvend tot klinken te brengen. In bijkans lege kerken op zondag, tijdens concerten in (bijna) lege kerken, of via de moderne media. Soms uit bittere noodzaak, om niet naar een functie elders te hoeven uitkijken, maar tevens simpelweg om de aandacht voor ons geliefde instrument niet te doen verslappen, waarbij ik ook denk aan iedereen die op papier en online bleef publiceren over het orgel en aan hen die actief bleven in de orgelbouw en het muziekonderwijs.

Tussen de boeken die wel in de doos ‘bewaren’ werden gestopt zat Het orgel en zijn meesters van Max Prick van Wely. Een standaardwerk dat meer dan vijftig na de verschijningsdatum nog werd herdrukt. Vergeef me de flauwe taalgrap, maar het schoot spontaan door mijn hoofd: die prik heeft de orgelwereld nodig, ook nu het sortie van 2021 in zicht is: mensen die, in weerwil van alles, actief bezig blijven met het orgel, zodat we er nog lang een mooie, dankbare en actieve herinnering aan overhouden.

Bert Rebergen (*1969) is ruim dertig jaar actief in het onderwijs en treedt op als spreker en verhalenverteller. Orgelmuziek mag zich in zijn belangstelling verheugen. Dit als luisteraar en als bespeler van menig instrument. Hij schrijft sinds 2006 voor ORGELNIEUWS als columnist en recensent.