Feux de la Nuit [RECENSIE]

Feux de la nuit

Caecilia Boschman / piano – Gerben Mourik / orgel

OGW Records

Speelduur 78’’49”

Booklet .. pagina’s (N/…)

Prijs € 17,95

Muzikale interpretatie * * * *

Programmakeuze * * * *

Keuze van het instrument * * *

Kwaliteit van de opname * *

Informatie in het boeklet * * *

Grafische vormgeving (cd en boekje) * *

Klik hier om dit artikel te bestellen

Recent verscheen op label OGW records onder de titel ‘Feux de la nuit’ een cd van Gerben Mourik en Caecilia Boschman met opnames van muziek voor orgel en piano. Een niet-alledaagse combinatie, maar beslist interessant. De opnames zijn gemaakt in de Immanuëlkerk in Maassluis, waar het Seifert-orgel wordt vergezeld door een Yamaha C5 vleugel. Het programma bestaat uit werken van Poulenc, Franck, Keijzer, Vierne, Saint-Saëns en Fauré.

De cd oogt op het eerste gezicht fraai, het geheel is in zwart-wit uitgevoerd. Stemmig. Het doet denken aan het strakke design van schijfjes van ECM new series. Nadere beschouwing toont toch een aantal gebreken: waartoe de titel ‘Feux de la nuit’ is gekozen wordt verder niet toegelicht in het booklet. Slechts een vertaling van de titel op de binnenzijde van het booklet moet blijkbaar volstaan. Wel wordt er beknopt van ieder werk een afzonderlijke toelichting gegeven. De lengte van de composities is niet terug te vinden, een geruststelling voor de economische koper: er staat 78’49” muziek op de schijf. Uiteraard ontbreekt uitvoerige informatie over het orgel niet (drie pagina’s). Of dat zo chique is ten opzichte van de pianiste vraag ik me af; over de vleugel bijvoorbeeld lezen we niets. De beschrijving van het orgel uit 1954 komt me wat oubollig over. Tot slot lezen we de cv’s van de musici en volgen nog wat foto’s (leuk: collage van negen kleine foto’s op een pagina). De tekst in het booklet wordt nogal gehinderd door een fout met het lettertype, herhaaldelijk plakken letters bijna over elkaar, wellicht een kleinigheid, maar daar controleer je op met een proefdruk.

De uitvoering van de werken is zondermeer heel goed te noemen. De driedelige sonate van Poulenc getuigt vanaf de opening van lef, levendige ritmiek en een fraaie speelsheid. Opvallend hoe goed de samenwerking tussen beide muzikanten hier is.

De Prélude, fugue et variation van Franck is misschien een beetje nuchter uitgevoerd. Het orgel klinkt in de hoekdelen haast als een harmonium. De fuga wordt heel fraai met veel rust gespeeld.

Van Arie J. Keijzer zijn drie losse werken opgenomen. Scherzando (voor orgel) klinkt helder geregistreerd en trefzeker gespeeld. Gerben toont duidelijk dat hij Keijzers muziek goed aanvoelt. Nocturne (voor piano) is stemmig, somber aan het begin en sfeervol. Fantasie (voor orgel en piano) maakt mijns inziens duidelijk dat orgel en piano prima samen kunnen musiceren wanneer de componist beide instrumenten goed weet te gebruiken. Het geheel klinkt levendig en in de rustige passages wat dromerig. Erg fraai.

Vervolgens klinken drie Franse composities. Communion van Vierne – rustig vertellend gespeeld, ‘Wedding-cake’ van Saint-Saëns lichtvoetig en feestelijk klinkend en vooral ‘werelds’ en een Nocturne van Fauré – fraai vertellend, als een warme zomeravond in klank, prachtig pianospel!

De cd besluit met een bewerking van César Francks Variations Symphoniques – zogezegd een eendelig pianoconcert. Het (romantische) orgel kan in principe prima een orkestpartij vertolken, dat blijkt ook hier. Toch lijkt de vertolking met dit orgel wat stugger dan met een orkest, waardoor het naar het einde wat vermoeiend kan werken. Fraai is de combinatie waar de piano wordt begeleid door de Voix céleste.

Al met al uitvoering van muziek op hoog niveau door musici die aan elkaar gewaagd en (zo valt te lezen) gewend zijn. Het Seifert-orgel blijkt een veelzijdig instrument. Het varieert in klankkleur van bijna neo-barok naar een meer Engels-romantische klank (Keijzer deel

drie), naar een harmoniumklank (Franck) tot zelfs een haast vettige Amerikaanse ‘sound’ (Poulenc deel drie). Het instrument voldoet in de meer kamermuziekachtige werken (Poulenc/Keijzer), een groot symfonisch werk als de Variations Symphoniques lijkt me meer gebaat bij een (groter) instrument met meer geleidelijke dynamische mogelijkheden en een wat elastischer klank.

Minder enthousiast ben ik over de opname. Het orgel lijkt qua ruimtelijkheid goed opgenomen, duidelijk hoorbaar is de verdeling van het instrument in de links-rechts situatie, storend vind ik wel de geluiden die tussendoor van de speeltafel en elders in de kerk komen.

De vleugel klinkt een heel stuk minder goed; bij samenspel ‘staat’ het geluid van de vleugel ergens rechts van het midden. Dat is op zich niet zo erg, die plaats lijkt te worden bevestigd door de foto’s in het booklet, maar het lijkt erop dat er nogal wat helderheid van de vleugel ontbreekt. De klank van de vleugel vind ik in deze opname vermoeiend en weinig diepte hebben (steunmicrofoons te dichtbij?). Daarbij komt dat qua ruimtelijkheid de vleugel anders klinkt dan het orgel, alsof ze in verschillende ruimtes zijn opgenomen.

Samenvattend krijg je het gevoel van een (pragmatisch?) compromis. Er wordt op hoog niveau gemusiceerd, maar de productie (opname/instrumentkeuze/presentatie) sluit daar wat mij betreft helaas niet of niet geheel bij aan. Maar dat hoeft een vervolg niet in de weg te staan: een ‘revanche’ met een grote Steinway in bijvoorbeeld Melbourne Town Hall of Hull City Hall in een uitgebalanceerde opname zie ik van Gerben en Caecilia graag tegemoet! [HENNIE VAATSTRA]

Klik hier om dit artikel te bestellen

© 2007 www.orgelnieuws.nl