24 oktober 2019

Gerestaureerd Van Gruisen-orgel Hallum in gebruik genomen

Op vrijdag 24 oktober is het Van Gruisen-orgel in de Sint Maartenkerk van de Protestantse Gemeente Mariëngaarde in Hallum opnieuw in gebruik genomen. Het instrument uit 1811 werd gerestaureerd door orgelmakerij Bakker en Timmenga te Leeuwarden.

Toen in 1804 de kerktoren van de Sint Maartenkerk in Hallum instortte, ging ook orgel van Hinsz uit 1768 verloren. Na herstel van de kerk bouwde Albertus van Gruisen uit Leeuwarden in 1809/1811 het huidige instrument. Het tweeklaviers orgel 22 stemmen en aangehangen pedaal.

In 1871 werd het door Hardorff gerestaureerd. De spaanbalgen werden vervangen door een magazijnbalg in een nieuwe balgenkas. Daarboven werd het orgel uitgebreid met een zelfstandig pedaal van vier stemmen.

Wijzigingen
In 1909 bracht de firma L. van Dam en Zonen een aantal wijzigingen in de dispositie aan. Op het Hoofdwerk werden de Fluit doux 8 en de Sesquialter verwijderd en werd een Violoncel 8 geplaatst. De Mixtuur werd gedeeld in bas en discant. Op het Rugwerk werden de Viool de Gambe en Tertiaan vervangen door een nieuwe Viola di Gamba 8 en een Celeste 8. Van Dam verving de registerknoppen door nieuwe.

Bakker & Timmenga voerde in 1931 diverse herstelwerkzaamheden uit. Het houten pijpwerk van de bas van de Bourdon 16 en het metalen pijpwerk C-Fis van de Roerfluit 8 en C-Fis van de Holpijp werd in hout vernieuwd. De samenstelling van de Mixtuur en de Cornet werd gewijzigd. Tevens werd pijpwerk verschoven en werden expressions aangebracht. Het frontpijpwerk werd voorzien van een laag aluminiumverf.

Heteluchtverwarming
In 1997, het orgel had toen al flink te lijden gehad van heteluchtverwarming, werden de beeldenpartijen op het Hoofdwerk (geloof, hoop en liefde) en het Rugwerk (David met harp en musicerende engelen) hersteld en opnieuw geschilderd.

Restauratie
Omdat het instrument in deplorabele staat verkeerde, werd restauratie meer en meer noodzakelijk. Al in de jaren 80 bracht Jan Jongepier een rapport uit waarin sprake was van terugrestaureren naar de oorspronkelijke toestand met behoud van het Pedaal van Hardorff. Uiteindelijk werd in 2003 een eerste fase van de restauratie door Bakker & Timmenga afgerond, weliswaar met behoud van latere wijzigingen in de dispositie. Windladen werden gerestaureerd en het houten pedaalpijpwerk worden gerestaureerd. De windvoorziening werd gerepareerd. Op 6 juni 2003 werd het grootste opus van Van Gruisen weer in gebruik genomen.

Oorspronkelijk klankbeeld
Zo’n tien jaar later wordt het orgel dan toch hersteld naar het oorspronkelijke klankbeeld, opnieuw met behoud van het pedaal uit 1871. De restauratie, onder advies van Theo Jellema, werd uitgevoerd door Bakker & Timmenga te Leeuwarden. De dispositiewijzigingen uit 1909 en 1931 werden ongedaan gemaakt. Het pijpwerk werd teruggeschoven naar de oorspronkelijke plaats, waarvoor nieuw pijpwerk werd bijgemaakt. De aangebrachte expressions werden verwijderd. Het in 1931 vervangen pijpwerk van de gedekten werd nieuw gemaakt: de houten bas van de Bourdon 16 en opnieuw metalen pijpwerk voor C-Gis van de Roerfluit 8 en de Holpijp 8. Het frontpijpwerk werd ontdaan van aluminiumverf en voorzien van tinfolie, de labia verguld.

De magazijnbalg uit 1871 werd opnieuw beleerd. Voor het Pedaal werd een nieuwe balg gemaakt zodat dit werk op een eigen, hogere winddruk dan Hoofd- en Rugwerk speelt. De bijzonder lage plaatsing van de manualen werd met zes centimeter verhoogd om zo meer acceptabele speelverhoudingen te creëren. Pedaalklavier en orgelbank werden vervangen door nieuwe, in stijl vervaardigde exemplaren. De registertrekkers uit 1909 werden vervangen door nieuwe, evenals de registerplaatjes die werden geschilderd door K. de Graaf uit Birdaard geschilderd; van de Van Gruisen- en Hardorff-registers elk in hun respectieve stijl.

De orgelkas werd gerestaureerd. Bij de hoofdkas werd de opnieuw een achterwand geplaatst. Om de uitspraak van het pedaal te verbeteren werd aan de bovenzijde van de pedaalbehuizing een opening aangebracht. Het schilderwerk van de orgelkassen werd gerestaureerd door Meesterschilder Jilt Heidstra te Leeuwarden.

Ingebruikname
Op vrijdag 24 oktober 2014 werd het gerestaureerde orgel opnieuw in gebruik genomen. Het orgel werd door adviseur Theo Jellema gepresenteerd in muziek van Kittel, Bach, Boëly, Knecht en Mendelssohn. Ook gaf hij samen met orgelmaker Bert Yedema van Bakker en Timmenga een terugblik op de restauratie en gaf hij een registerdemonstratie.

 

Een gevulde kerk in Hallum tijdens de ingebruikname van het Van Gruisen-orgel

 

Van het gerestaureerde orgel komt een cd uit die werd ingespeeld door Jan Jansen, oud-organist van de Utrechtse Dom. De opbrengst van de cd komt ten goede aan het Van Gruisen-orgel.

 

Dispositie

Hoofdwerk C-f3
Bourdon 16 – bas 2014
Praestant 16 discant
Praestant 8
Roerfluit 8 – C-Gis 2014
Fluit Doux 8 – 2014
Octaaf 4
Speelfluit 4
Quint 3
Superoctaaf 2
Mixtuur III-IV-V – samenstelling gereconstrueerd 2014
Cornet III discant
Sexquialter II – 2014
Trompet 8 bas/discant

Rugwerk C-f3
Holpijp 8 – C-Gis 2014
Fluit traver 8 discant
Viool de Gamba 8 discant – 2014
Praestant 4
Fluit Amour 4
Nazat 3
Woudfluit 2
Tertiaan 1 ½ – 2014
Dulciaan 8

Pedaal C-d1
Subbas 16 – 1871
Octaafbas 8 – 1871
Octaaf 4 – 1871
Basson 16 – 1871
Gereserveerde sleep voor Trompet 8

Werktuiglijke registers
Manuaalkoppel
Pedaalkoppel
Tremulant Rugwerk

 

© 2014 fotografie Ad Fahner

X