25 augustus 2019

Heringebruikneming Bevington-orgel Gereformeerde Kerk Wilnis

Zaterdag 25 maart wordt het gerestaureerde Bevington-orgel van de Gereformeerde Kerk in Wilnis in gebruik genomen tijdens een speciale bijeenkomst waarbij ook stil wordt gestaan bij de restauratie van het kerkgebouw. Deze bijeenkomst begint om 16.00 uur. Peter van Dijk, die de restauratie van het orgel begeleidde als adviseur, zal een korte uitleg geven over het orgel en het vervolgens presenteren in een korte bespeling.

Het Bevington-orgel is in 1980 in Wilnis geplaatst, ter vervanging van een pneumatisch orgel van de firma Spiering uit Dordrecht. De geschiedenis van het Bevington-orgel is niet precies bekend. Zeker is dat het als Opus 805 gebouwd werd door de firma Henry Bevington and Sons, die sinds 1794 in Londen gevestigd was. Het bouwjaar is onbekend, maar op grond van wel gedateerde Bevingtonorgels en het opusnummer zal het rond 1860 zijn gebouwd. De oorspronkelijke locatie is eveneens onbekend, maar vermoedelijk was het een kerk in de wijk Snow Hill in Birmingham.

Rond 1910 werd het orgel overgeplaatst naar de Lady Margaret Church Walworth, Londen. Op een onbekend moment werd een Oboe 8 op het Swell Organ geplaatst, al dan niet ter vervanging van een ander register.

Vanaf de jaren 1970 was er in Engeland sprake van vele kerksluitingen. Tal van orgel werden daardoor overbodig. Dat lot trof ook het Bevingtonorgel. Het werd niet, zoals menig ander ‘overbodig’ orgel gesloopt, maar kreeg in 1980 dankzij bemiddeling van Gerard Verloop en Hans Kriek een nieuwe bestemming in de Gereformeerde Kerk van Wilnis. Het was een van de eerste Engelse orgels in protestants Nederland en dat maakte wat los in de orgelwereld, vooral bij de ‘officiële’ adviseurs. Voor veel kerken bleek een Engels orgel echter een betaalbare en bevredigende oplossing.

De plaatsing in Wilnis geschiedde, op uitdrukkelijk verzoek van de opdrachtgever, door de Engelse orgelmaker Martin Renshaw. Hij voerde enkele herstelwerkzaamheden uit en bracht enkele wijzigingen aan. Zo verwijderde hij de zweldeuren en het bedieningsmechanisme van de zwelkast, aangezien de aanleg leidde tot talrijke ontstemmingen.

Op de plaats van de niet-originele Oboe 8 plaatste Renshaw een Mixture, waarbij hij ouder pijpwerk uit eigen voorraad gebruikte. Tevens plaatste hij een nieuw groot octaaf voor de Cornopean. De verwijderde onderdelen worden bij het orgel bewaard. De orgelkas werd in een bij het kerkinterieur passende kleur geschilderd. Van een complete restauratie was echter geen sprake. Al na twee jaar werd Renshaw ontboden om enkele (klank)technische problemen te verhelpen, hetgeen hij zo goed als mogelijk deed.

Het was duidelijk dat aan een algehele restauratie niet te ontkomen viel. De afgelopen maanden werd het orgel volgens een plan van adviseur Peter van Dijk gerestaureerd door de firma Hendriksen & Reitsma te Nunspeet, die het orgel sinds 1980 in onderhoud heeft. Uitgangspunt was het conserverend herstel van de situatie die bij de plaatsing in 1980 is ontstaan. De Rijksdienst voor de Monumentenzorg stelde het restauratieplan volledig subsidiabel en had de supervisie over het project.

Dispositie

Great Organ C-f3
Open Diapason 8 (C-F front)
Claribel 8 (C-h° gedekt, vanaf c1 open)
Dulciana 8 (C-H Claribel)
Principal 4
Twelfth 2 2/3
Fifteenth 2
Clarionet 8 discant (c3-f3 labiaal)

Swell Organ C-f3
Stop’d Bas 8 (C-H)
Stopped Diapason 8 (vanaf c0)
Gamba 8 (vanaf c°)
Wald Flöte 4 (hout)
Mixture II-III (in 1980 geplaatst, in de discant met tertskoor)
Cornopean 8 (C-H 1980, vanaf cis3 labiaal)

Pedal C-f1
Bourdon 16 (hout, mogelijk van Bevington; C-H fungeren als zijwanden)

Tremulant (geplaatst na 1980)

Koppelingen: Swell to Great, Great to Pedal, Swell to Pedal

Vaste combinaties: Full Great (zonder Dulciana); Great (Open Diapason, Claribel, Principal), Great (Claribel, Dulciana)

 

Met dank aan Peter van Dijk

 

© 2006 www.orgelnieuws.nl

X