Improviseren als noeste arbeid

Improviseren als noeste arbeid

Text Example

advertentie



Mourik gaat voor een duidelijke vorm en een bewust gekozen stijl

Gerben Mourik

Improvisaties, Bach, Reger

Fantasia über den Choral ‘Halleluja Gott zu loben bleibe meine Seelenfreud’ opus 52/3 (Max Reger), Choralvorspiel ’Ach bleib mit Deiner Gnade’ (improvisatie), Passacaglia op een thema van Arie J. Keijzer (improvisatie), Scherzo Symfonique ‘Wie schön leuchtet der Morgenstern’ (improvisatie), Choralvorspiel ‘Wohl mir dass ich Jesum habe’. (Johann Sebastian Bach / Maurice Duruflé), Cing versets sur ‘Veni Creator Spiritus’ (improvisatie), Allegretto op een thema van César Frank (improvisatie), Etude de Concert (improvisatie), Sonate für Orgel über den Choral ‘Morgenglanz der Ewigkeit’ (improvisatie).

Label: Inside Audio – JLCD37

Tijdsduur: 66:16

Booklet: 12 pagina’s, Nederlands

Gerben Mourik toog voor de opname van een tweetal cd’s *) richting het Duitse Rhede. Dit niet zonder motivatie. Ons land kent weliswaar een wonderschoon orgelpatrimonium, maar als improvisator had Mourik een wens: een cd opnemen op een fors modern orgel waarop hijzelf door middel van een setzersysteem zou kunnen registreren. Daarnaast moest het instrument voldoende inspireren om überhaupt tot een geslaagde improvisatiesessie te kunnen komen. In het in 1997-1998 door de firma Seifert uit Kevelaer gebouwde orgel voor de parochiekerk van St. Gudula heeft Mourik zijn zo gewenste partner gevonden. Van een pure improvisatie-schijf is trouwens geen sprake, er werden namelijk als ‘bonus’ twee werken uit de orgelliteratuur opgenomen.

Mourik kan improviseren, dat staat buiten kijf! Diverse cd’s met opnamen van zijn kunnen zijn hiervan het bewijs. Buiten dat behaalde hij een eervolle vermelding op het B.A.C.H-improvisatieconcours in Amersfoort (2000), de eerste prijs op het Nationale Orgelimprovisatieconcours in Zwolle (2003) en was hij finalist op het Internationale Improvisatieconcours te Haarlem (2004). Zijn jongste wapenfeit is het behalen van de eerste prijs op het International Organ Festival te St. Albans (GB). Wanneer een organist dit alles al op jonge leeftijd weet te bereiken, schept dat verwachtingen voor de toekomst. Toch ziet Mourik deze successen niet als reden om op zijn lauweren te rusten: hij volgt op dit moment de opleiding orgel 2e fase Uitvoerend Musicus aan het Brabants Conservatorium waar hij bij Bram Beekman (orgel) en Henco de Berg (improvisatie) verder studeert; bij Ansgar Wallenhorst volgt hij privé-improvisatielessen.

Mourik schrijft in het begeleidende cd-boekje openhartig over de kunst van het improviseren. Alle improvisaties die zijn vastgelegd werden in één keer èn zonder voorbereiding opgenomen. Enkel de registraties stonden grotendeels van tevoren in de setzer geprogrammeerd. De koraalthema’s volgens de notatie van het Liedboek voor de Kerken diende als het basismateriaal. De niet koraalgebonden thema’s werden ontleend aan de improvisatiemethodes van Arie J. Keijzer en Naji Hakim. Mourik oefende en bestudeerde de gehanteerde vormen en stijlen in de afgelopen periode bij diens docent Henco de Berg**) .

Een openhartiger kijkje in de improvisatiekeuken kan men zich toch nauwelijks wensen?

Met zijn nuchtere kijk doet de Mourik niet mee aan mystificatie van deze vaardigheid. Niemand zal ontkennen dat voor een geslaagde improvisatie de nodige inspiratie onmisbaar is, maar daarnaast is het natuurlijk vooral hard werken. Kennis van vormen, het beheersen van het contrapunt, inzicht in muzikale lijnen en dergelijke, daar is weinig magisch aan. Dan kun je nog zoveel inspiratie hebben, zonder dat alles ontspoort de trein van muzikale invallen. Het is een ambacht, een handwerk met een lange voorgeschiedenis. Een ultieme vorm van musiceren die juist zo kenmerkend is voor het orgel èn natuurlijk voor de wereld van de jazz.

Wat betreft de stijlen: de titels van de improvisaties zijn op zich natuurlijk al ‘telling names’. Het orgelkoraal beweegt zich in het idioom van Max Reger, terwijl in het Scherzo de invloed van Cochereau en Dupré onmiskenbaar waarneembaar is. De Passacaglia kent een klassieke en knappe opbouw en het Allegretto is fris speels. De Etude doet wat een etude moet doen: uitdagen tot het oefenen en etaleren van virtuositeit in technisch opzicht. De versetten zijn vroeg-modern getint; de sonate over het gezang ‘Morgenglanz der Ewigkeit’ kreeg een vleugje Duitse romantiek naar Reger en Karg-Elert mee.

Mourik slaagt erin zijn credo waar te maken: een duidelijke vorm, een bewust gekozen stijl en dat alles zonder een componist of improvisator klakkeloos na te doen. Dat Mourik plezier heeft in het improviseren is duidelijk te horen. Het is goed om te zien dat de jonge generatie – hierbij denk ik ook aan Sietze de Vries – het improvisatie-vak een warm hart toedraagt en op een hoog niveau beheerst. Dat geeft hoop voor de toekomst! [ANDRÉ KRUIJF]

*) De andere CD ‘van Advent tot Wederkomst’ werd door dezelfde recensent elders op deze website besproken.

**) De tweede improvisatie-CD die Henco de Berg in de St. Bavo in Haarlem opnam zal binnenkort op www.orgelnieuws.nl worden besproken.

© 2005 – orgelnieuws.nl