Orgelkunst – december 2019

Binnenkort verschijnt een nieuwe editie van het Vlaamse orgelmagazine ‘Orgelkunst’. In nummer 167 van de tweeënveertigste jaargang:

Het decembernummer verschijnt op 29 november 2019.

Koos van de Linde
Arp Schnitger, een fascinerende orgelbouwer

Arp Schnitger was een der grootste orgelbouwers uit het verleden. Hij werd in 1648 in het Noordduitse Schmalenfleth geboren als zoon van de gelijknamige schrijnwerker. Hij moet een voor zijn afkomst ongewoon goede schoolopleiding genoten hebben. Hij kende goed latijn en wist in later tijd kennelijk met zijn algemene ontwikkeling indruk te maken.

Na een aantal jaren het schrijnwerkersvak bij zijn vader geleerd te hebben, leert hij het orgelmakersvak bij zijn neef Berendt Huß. Het grote orgel dat hij in 1687 voltooit in de St. Nicolaikerk te Hamburg betekent voor hem de grote doorbraak. Hij zal tot zijn dood in 1719 minstens 170 orgels bouwen. Enkele daarvan werden naar Portugal, Engeland en Rusland geleverd.

Hij moet niet alleen een groot orgelbouwer, maar ook een zeer goed zakenman en een geniale organisator geweest zijn. Hij wist een belangrijk netwerk van musici en kerkelijke en wereldlijke autoriteiten op te bouwen en verzamelde rond zich een ploeg van ervaren medewerkers, die hij in een decentrale structuur onder zijn supervisie overal orgels kon laten bouwen. Hij was echter ook een genereuze mens, die voor arme kerken soms orgels tegen kostprijs bouwde. Hij is ondanks zijn succes niet rijk geworden.

Als orgelbouwer was hij geen vernieuwer, maar perfectioneerde datgene wat uit de traditie overgeleverd was. Hij wist in zijn werk een perfecte balans te houden tussen standaardisatie en flexibiliteit. Af en toe moest hij kennelijk ook van de geijkte patronen afwijken. Het resultaat was een grote, maar tevens zeer gevarieerde productie. Vele van zijn leerlingen werden later goede orgelmakers en verbreidden zijn bouwwijze.

De soms gemaakte vergelijking met Stradivari is op zijn plaats. Ontdaan van alle mythen rond hun werk, behoorden ze tot de allergrootsten op hun terrein. Zonder de pretentie als enige de beste te zijn, werden ze ook door niemand overtroffen.
 

Joël Hooybergs
De restauratie van het Blasius Bremser-orgel van Schoonbroek (Antwerpen)

In 1965 publiceerde de hoofdregisseur van de toenmalige Belgische Radio en Televisie (BRT), Gaby Moortgat, het tweede deel van zijn reeks Oude orgels in Vlaanderen, een staalkaart van markante historische Vlaamse instrumenten. Het werk geeft daarbij een overzicht van verschillende generaties instrumentenbouwers die het Vlaamse orgellandschap eeuwenlang verrijkten.

Het voorlaatste instrument dat Moortgat in zijn ‘bloemlezing’ opnam, is het orgel van het polderdorp Wilmarsdonk (Antwerpen), dat voorzien is van een beperkt commentaar: ‘In de parochiekerk, die samen met de gemeente weldra zal moeten verdwijnen, staat een zeer mooi orgel, dat door Blasius Bremser zou kunnen gebouwd zijn in 1685 (9).’

Het auteurschap van dat bijzondere instrument uit de Antwerpse polders ligt nog steeds, weliswaar zonder sluitende bewijzen, maar met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, bij Blasius Bremser (1646-1679). Aangezien deze Mechelse orgelbouwer echter voor 1685 overleed, is het orgel uiteraard ouder dan aanvankelijk werd aangenomen.

Hoe dan ook, door de uitbreiding van de Antwerpse haven moest de kerk in 1966 onherroepelijk gesloopt worden. Het orgel werd daarom in allerijl ontmanteld en voorlopig opgeslagen in het Antwerpse begijnhof. Het polderdorp verdween haast letterlijk met hart en kerk, en werd voorgoed van de kaart geveegd.

Gelukkig was het orgel niet hetzelfde lot beschoren en werd het nooit meegezogen in de meanders der vergetelheid. Meer dan een halve eeuw later zijn we vandaag onder de indruk van een prachtig stuk Vlaams orgelerfgoed dat in zijn 17e-eeuwse luister hersteld werd. Het zit stralend ten troon op een nieuw gebouwd podium in de Sint-Laurentiuskerk van Schoonbroek (Antwerpen), de erfopvolger van de verdwenen polderparochies Wilmarsdonk, Oosterweel en Oorderen.
 

Bart Wuilmus
Het Clerinx-orgel (1857) van de Sint-Martinuskerk in Groot-Gelmen

Het éénklaviers-instrument met aangehangen pedaal van orgelmaker Arnold Clerinx (1816-1898) in de Sint-Martinuskerk in Groot-Gelmen heeft een bewogen geschiedenis achter de rug. Na een overplaatsing en verscheidene verbouwingen zweeg het instrument bijna vijftig jaar.

Onder impuls van pastoor en orgelliefhebber Jos Vanderheyden, heeft orgelmaker Jos Moors het instrument met de recente restauratie weer nieuw leven ingeblazen. 

Orgelkunst-cd nr. 17
Orgelwerken van Willem Ceuleers

Willem Ceuleers speelt op drie verschillende orgels (Turnhout, Sint-Pieterskerk; Sint-Niklaas, Sint-Nicolaaskerk; Laken, Sint-Lambertuskerk)  een bloemlezing uit zijn omvangrijk orgeloeuvre. In zijn orgelwerk bedient hij zich van zogenaamde ‘oude’ stijlen gaande van Perotinus tot Stravinsky. Naast origineel orgelwerk, maakte Ceuleers ook heel wat intavolaties en transcripties waaronder werk van Borodin en Ravel.

En verder:
  • Nieuwe uitgaven
  • Orgelconcertenkalender
  • Actualiteiten
  • Overzicht inhoud internationale orgeltijdschriften
  • Bij de achterplaat: Désiré-Louis Van Reysschoot (1831-1908)

Nu u hier toch bent ...

Al meer dan 15 jaar leest u op ORGELNIEUWS alle actualiteiten uit het (Nederlandse) orgelleven helemaal gratis. En dat willen we graag zo houden!

Een levendige orgelwereld vol activiteiten heeft dat mede mogelijk gemaakt. Noodgedwongen staat een groot deel daarvan nu op een laag pitje. Maar het nieuws gaat door, ook in deze tijd. 

Daarom is uw bijdrage, hoe groot of klein, nu nog belangrijker. Zo blijft u voor nu en de toekomst actueel en objectief betrokken op de orgelcultuur! Het is maar een kleine moeite. Dank u wel.