RECENSIE French Impressions

Beheerst, virtuoos en poëtisch, dat is de eerste indruk die het spel van de vierendertigjarige Deense organist Daniel Bruun achterlaat. Hij bespeelt het imposante viermanualige Frobenius-orgel van de Kathedraal in het Deense Aarhus met een geheel aan Franse componisten gewijd programma.


De kathedraal van Aarhus heeft de reputatie de langste kerk van Denemarken te zijn en herbergt bovendien ook meteen het grootste orgel van Denemarken. De orgelmaker Frobenius bouwde in 1928 in de bestaande barokke orgelkast uit 1730 van Schnitger-leerling Lambert Daniel Kastens een imposant orgel dat tot 2001 stelselmatig verder is aangepast en uitgebreid. Voordat Frobenius de nieuwbouw ter hand nam, had orgelbouwer Johan Andreas Demant (1830-1878) in 1876 een nieuw binnenwerk gebouwd, dat echter niet aan de verwachtingen voldeed. De huidige dispositie van Frobenius bestaat uit maar liefst 89 sprekende stemmen, waarbij gedeeltelijk ook pijpwerk van Demant werd hergebruikt. Onder invloed van de ‘Orgelreform’ met pleitbezorgers als Albert Schweizer ontstond zo een orgel naar neoclassicistische principes met wat Franse trekjes, mede vanwege de destijds in Parijs bestelde tongwerken.

Text Example

advertentie



De keuze van Daniel Bruun om op dit orgel Franse repertoire te spelen valt dus te verdedigen. Daniel Bruun studeerde bij onder anderen Hans Fagius en David Sanger en haalde ook zijn kennis van de interpretatie van Franse muziek bij Michel Bouvard in Toulouse.

Bruun voelt zich thuis bij de laatromantici en impressionisten en opent zijn programma met drie werken van de componist Ermend Bonnal (1880-1944), de ‘Paysages Euskariens’. Bonnals composities ademen een impressionistische sfeer. Louis Vierne zegt in zijn ‘Mes Souvernirs’ onder meer ‘Met Bonnal gaan we terug naar hogere sferen, hij is een zeer persoonlijk spelende muzikant, een dichter, geboeid door de natuur, iemand met een diepe en ontroerende gevoeligheid en bezield met een grote bescheidenheid.’ Bonnal leerde het métier bij Fauré, Guilmant en Vierne en assisteerde regelmatig bij Widor en Tournemire.

Bruun weet de sfeer raak te treffen in deze drie muzikaal verbeelde Frans-Baskische landschappen, met als afsluiting het virtuoos uitgevoerde ‘Cloches dans le ciel’, wat zoiets verbeeldt als klokgelui(den) in de hemel (lucht). Virtuositeit en poëtisch orgelspel gaan bij Bruun hand in hand, dat beluister je elders wel eens anders.

De Pastorale van Jean Roger-Ducasse (1873-1954) is een intrigerende compositie. Roger-Ducasse volgde Fauré op als leraar compositie en Paul Dukas als leraar orkestratie. Jammer dat we slecht één orgelwerk van Roger-Ducasse kennen. Vanuit een in rustige 12/8 ingezette canon ontwikkelt zich geleidelijk een zeer knap uitgewerkt (ritmisch) procédé, uitmondend in een toccata-achtige finale waarbij de ‘reus’ van Frobenius laat horen wat de tongwerken op manualen en pedalen waard zijn, om weer verstild te eindigen. Curieus is het wel dat een werk met een dergelijk pastoraal karakter zo’n dynamiek mee krijgt, alsof Ducasse ook onweer en stormen verbeeldend wil opvoerend. Daniel Bruun staat zijn mannetje met verve!

Ook met de arpeggio’s, staccato-motieven en het aanstekelijke in Gerswhin-swing geschreven thema van het Scherzo uit de Zesde Symfonie van Louis Vierne heeft Bruun geen enkele moeite en brengt hij ragfijn en trefzeker orgelspel.

Pierre Cochereau (1924-1984) is vertegenwoordigd in de door Frédéric Blanc getranscribeerde improvisatie ‘Berceuse à la mémoire de Louis Vierne’. Cochereau memoreerde zijn illustere voorganger uit de Notre Dame in Parijs in 1973 met een geïmproviseerde evocatie ̶waaraan het thema van de ontroerende Berceuse uit Vierne’s ‘24 Pièces en style libre’ ten grondslag ligt. Boeiend gespeeld.

De cd eindigt met de bekende ‘Suite, Opus 5 ’van Maurice Duruflé (1902-1986), een componist wiens oeuvre compact is gebleven maar composities heeft voortgebracht in een zeer persoonlijk en karakteristiek klankidioom.

De overtuigend gespeelde Prélude boet wel aan sfeer in vanwege de toch te weinig expressieve klank van het Frobenius-orgel. In de solo van het ‘Píu Lento’ mis ik gevoelsmatig het zo karakteristieke Clarinet- of Trompet harmonique-register, die deze passage zo eigen is. De Sicilienne bloeit netjes op. Ik heb nooit begrepen waarom Duruflé zo het land had aan zijn eigen Toccata, die toch één van de beste in zijn soort is en qua grandeur ver uitstijgt boven menige negentiende-eeuwse orgeltoccata. Bruun toont vakmanschap door virtuositeit én precisie, maakt aan het slot een mooi accelerando en dendert vol elan met een klaterend tutti naar het slotakkoord. Hoewel Bruun de laatste vier maten van mij wel staccato mogen spelen blijft de Toccata voortreffelijk gespeeld!

De opname is direct en doorzichtig, maar mist daardoor soms wat breedte. Ook zou iets meer hoorbare galm de neoklassieke orgelklank enigszins kunnen compenseren waardoor de muziek iets meer body krijgt. Daarentegen zijn de details goed te volgen en bewijst Bruun daarmee dat hij technisch perfect spel aflevert.

Afgezien van het sublieme spel van Bruun verlang ik toch heimelijk naar de krachtige, zangrijke en mystieke orgelklank van de orgels van Cavaillé-Coll en navolgers. Die maakt nu juist de verklanking van deze muziek zo bijzonder.

Cavaillé-Coll was met zijn orgeltype immers de inspiratiebron voor de Franse symfonische orgelstijl. Afgezien van de Franse tongwerken op dit Frobenius-orgel mis ik daarom de wijd gemensureerde zangrijke labialen, die deze symfonische muziek de diepere dimensie, kracht, warmte en kleur geven. Zelfs in Nederland hebben we wel orgels met meer Franse kleur. Wellicht dat Bruun de volgende keer met een Frans programma naar het zuiden afreist of een meer op Cavaillé-Coll geïnspireerd orgeltype opzoekt. Dat is ook meteen het enige minpunt dat ik aan deze cd beleef, waarmee ik doel op de uitvoering van juist deze muziek op dít orgel.

Desalniettemin heb ik genoten van een boeiend programma van een veelbelovend organist. Deze cd zal ongetwijfeld zijn weg wel vinden. [ALBERT VAN DER HOEVEN]

French impressions

Daniel Bruun at the 1928 Frobenius organ in Aarhus Cathedral Denmark

Paysages Euskariens (Bonnal), Pastorale (Roger-Ducasse), Scherzo (Vierne), Berceuse (Cochereau), Suite (Duruflé)

Label: Gateway music
Nummer: DBCD 2012
Speelduur: 65,49
Booklet: 8 pagina’s (EN)
Prijs: € 13,40
Bestellen: www.danielbruun.dk