Het zijn vooral de Britten die met enige regelmaat opnames naar de redactie sturen waarin het vocale element de hoofdrol speelt, eerder dan het orgel. En zij hebben groot gelijk, want als er ergens ter wereld wordt gezongen, dan is het wel in de Britse kathedralen. En gelukkig: een orgel blijkt daarbij zelden ver weg.
Soms is zo’n combinatie ook gewoon het resultaat van een gelukkige samenloop van omstandigheden. Ditmaal was er zelfs sprake van een dubbele aanleiding. Aan de ene kant had Gabriel Jackson een aantal nieuwe koorwerken geschreven, terwijl intussen het kolossale orgel van de kathedraal van Canterbury was gerestaureerd en uitgebreid. Ook dat bleek een krachtige inspiratiebron.
Koorwerken
Jackson is een buitengewoon productieve en prominente componist. Het leeuwendeel van zijn oeuvre bestaat uit koorwerken, waarbij we bij choral works niet moeten denken aan onze berijmde koralen, maar aan Engelse koormuziek die overwegend is gebaseerd op originele, onberijmde Bijbelteksten.
Wie zijn website raadpleegt, treft daarnaast ook de nodige instrumentale muziek aan. Voor deze opname heeft Jackson zelf een uitgebreide toelichting geschreven, waarin vooral de manier waarop hij zichzelf typeert opvalt. If all music is about other music, as I believe it is, then all my choral music is about Canterbury Cathedral music. Daar voegt hij nog aan toe: When asked that difficult question that all composers hate – ‘What is your music like?’ – my answer is invariably ‘Tallis meets Stravinsky’.
Kathedraal
Voor Jackson is muziek vooral het voertuig om zijn boodschap over te brengen. Teksten worden op de voet gevolgd en ook zonder toelichting is dat hoorbaar, bijna zichtbaar. Wie de moeite neemt de gezongen teksten nauwgezet te volgen, raakt onder de indruk van de hoorbare aandacht waarmee de componist zelf naar die teksten heeft geluisterd voordat hij ze in muziek omzette. Tegelijkertijd merk je dat hij, naast de tekst, nadrukkelijk speelt met de ruimte van de kathedraal, een ruimte die hij door en door kent.
Canterbury Concertos is voor deze opname het ultieme gelegenheidswerk: geschreven voor orgel en organist, en expliciet bedoeld voor deze context. Het is dan ook geen werk dat zich overal laat uitvoeren. Orgel en akoestiek gaan hier een hechte verbintenis aan.
Orgelwerk
We leren Jackson bovendien kennen als een componist met een sterk rekenkundig bewustzijn. Zowel dit concerto als het tweede orgelwerk, Southwark Symphonies, bestaat uit een reeks miniaturen waarvan de lengte mathematisch is bepaald, gebaseerd op respectievelijk de titel van de compositie en de naam van de opdrachtgever.
In de afzonderlijke delen zoekt hij graag aansluiting bij klassieke vormen, maar uiteindelijk voeren instrument en ruimte de boventoon. Omdat de miniaturen elkaar in hoog tempo opvolgen, is de begeleidende toelichting hier geen overbodige luxe.
Naast deze beide solowerken speelt het orgel ook een prominente rol in de Mass of St Mary, eveneens een gelegenheidswerk, geschreven ter gelegenheid van de ingebruikname van een ander orgel.
Verbintenis
Het is een opname die blijft boeien. Na herhaald luisteren kan men nauwelijks anders concluderen dan dat de jonge Gabriel, ooit zelf chorister, een levenslange verbintenis is aangegaan met Canterbury Cathedral: een verbintenis waarin muziek en ruimte hem sindsdien niet meer hebben losgelaten.
Gabriel Jackson – Choral Works
Praise ye the Lord; In all his works ; Canterbury Concertos; Mass of St Mary; Ave maris stella; Coronation Canticles; O Virgo virginum; Southwark Symphonies; O quam gloriosum
The Choir of Canterbury Cathedral; Jamie Roger, orgel; Sam Corkin, altsaxofoon; David Newsholme, dirigent en orgelsolist
Resonus Classics – RES10360, TT 75’03, opname 7/2024 en 10/2024, booklet 20 pp. EN, prijs ca. € 15,00 | resonusclassics.com

