RECENSIE ‘Met hoofd, hart & handen’

Pieter Leeflang heeft het initiatief genomen om zes orgels uit de werkplaats van de orgelmakerij Leeflang-Keijzer op een dubbel-cd te portretteren.


Het eerste grote instrument (voor de Hervormde Kerk te Middelharnis) was eigenlijk meer een assemblageorgel (grotendeels geleverd door Verschueren), maar heeft duidelijk een ander gezicht dan de instrumenten uit de fabriek van Standaart waar Ernst Leeflang zijn opleiding tot orgelbouwer volgde.

Paul Kievit laat horen dat hij ‘zijn’ instrument goed kent; zijn registraties zijn creatief en laten het instrument van zijn beste kant horen. Ook de repertoirekeus is goed: een evenwichtige mix van ‘oud’ (Scheidemann, Bach) en ‘nieuw’ (Keijzer, Kee) repertoire, waarbij ik graag gezien had dat iedere organist deze verdeling aangehouden had. Zo hoor je de instrumenten het best vanuit de manier waarop ze bedacht en gemaakt werden.

Een klein puntje van kritiek: omdat de kerk nogal droog klinkt had een beetje meer vrijheid qua tempo in de psalmen 27 van Keijzer en 141 van Kee nog meer sfeer opgeleverd!

Aart Bergwerff heeft het qua akoestiek makkelijker: de St. Martinuskerk in Twello klinkt namelijk voortreffelijk. In de Bergamasca van Scheidt speelt de Regaal van het borstwerk een hoofdrol Niet geheel duidelijk is of deze nu zo sterk geïntoneerd is of dat Bergwerff het op de portretfoto openstaande luik tijdens de opname van dit werk ook open heeft gelaten. De Regaal klinkt nu wat aan de sterke kant, en het is daarnaast jammer dat het register last heeft van kortademigheid, waardoor je soms het gevoel van een soort middentoonstemming-nieuwe-stijl krijgt. Erg fraai is de partita ‘Ach wie nichtig’ van Böhm. Ondanks de beperkte dispositie (11 stemmen, 1 transmissie) weet de organist door bijvoorbeeld te octaveren veel uit het instrument te halen.

Ook vermeldenswaard is dat dit instrument het eerste is dat door Johan Keijzer (broer van Arie en Jan) geïntoneerd werd. Helaas valt er over de betreffende intonateurs per orgel niets te vinden in het booklet, terwijl het gebruik maken van verschillende intonateurs – zelfs bij instrumenten van dezelfde bouwer – vaak tot significante verschillen in de klank kan leiden.

Het Preludium en Fuga van Kee (een van zijn beste werken, wat mij betreft) geeft een uitstekend beeld van de frisse stijl zoals die vanuit dit orgeltype in de jaren ’60 door een aantal componisten aangehangen werd.

Het instrument van de Paaskerk te Amstelveen (met het kenmerkende asymmetrische front, zoals we dat in veel kleinere kerken in varianten aan kunnen treffen) heeft mij erg verrast. Cor Ardesch speelt zeer verzorgd, kiest prachtige registraties en brengt met veel inlevingsvermogen een prachtige selectie van werken van Post (Kleine Partita ‘Hoe zal ik U ontvangen’), Kee (Reeksveranderingen), Micheelsen (drie koraalbewerkingen), de Ruiter (Four mini-pieces) en een improvisatie.

Zelfs het laatste deel van het werk van het werk van De Ruiter waarin met halfopen registers gewerkt wordt, kon mij muzikaal boeien … Ook is dit orgel qua balans fraai opgenomen en ondanks dat de kerk slecht klinkt heb je het gevoel dat je middenin de klank zit.

Het instrument van de Goede Herderkerk te Apeldoorn is een wat groter tweeklaviers instrument.

Het rugwerk (met een mooi geprononceerde Prestant 4’ in Scheidemanns Praeludium in d) heeft duidelijk meer volume en draagkracht in het basgebied dan hoofdwerk en pedaal, of ligt dat misschien aan de opname?

Het lied ‘Wer nur den lieben Gott lässt walten’ was hier de basis voor een samengestelde Partita van verschillende Duitse barokcomponisten, een werkwijze die Klaas Bolt ook regelmatig toepaste.

Jammer dat in het eerste deel (een zetting van Bach) de Prestant 8’ van het hoofdwerk gecombineerd wordt met de fluiten 8’ en 4’ van het rugwerk. Dat is een combinatie die op dit soort instrumenten vaak (ook hier) ontstemming oplevert. Het spel van Diepenhorst is zeer verzorgd, maar soms net wat te afstandelijk. In het Concerto van Walther bijvoorbeeld verwacht je toch echt wat meer galante speelvreugde met hier en daar een extra versiering …

Een aantal Psalmen van Arie J. Keijzer (tevens adviseur bij de bouw van vele Leeflang-instrumenten) had in het algemeen zeker niet misstaan als aanvulling. Qua tijdsduur was dat op beide cd’s absoluut geen probleem geweest.

Rien Donkersloot speelt als verrassende keus de Aria variata BWV 989 van Bach.

Muzikaal, mooi geregistreerd en met een perfecte timing op de ruimte; zo laat het spel van Rien zich het beste omschrijven. In zijn improvisatie horen we de fraaie Proper-Prestant, die ondanks de mooie (Keijzer-)aanspraak nog steeds zijn afkomst niet verloochent!

De drie delen uit het Holsteinische Orgelbüchlein van Micheelsen zijn uitstekende werken om vele kleine(re) klankkleuren te laten horen. De organist weet een mooie balans tussen de improvisatorische fragmenten en de meer contrapuntische delen te smeden.

Waren de voorgaande instrumenten duidelijk resultaten van de samenwerking met Lambert Erné en Arie J. Keijzer, het orgel van de Meentkerk te Huizen laat een ander uitgangspunt zien en horen. Dit is een orgel waarin men (onder directie van Jan Keijzer) geprobeerd heeft om verschillende elementen uit de (Frans-)romantische school over te nemen.

Over de orgelselectiecriteria valt in het booklet niet veel te vinden: waarom van de onder Keijzers directie gebouwde orgels wel het orgel te Huizen, maar niet het orgel van de Lutherse Kerk te Amersfoort of het laatst gebouwde orgel te Hilversum? Het orgel in de Meentkerk is een eenmalig uitstapje geweest, waarvan ik me afvraag of Jan Keijzer hier wel zo gelukkig mee was; hij heeft elementen als de zwelkast en de Céleste alleen hier gebruikt!

Ook is een goed klinkende ruimte absoluut een basisvoorwaarde voor dit type orgel …

Maar: het spel van Hendrik Jan de Bie is heel goed vanuit de intentie van de romantische componisten gedacht. Een surprise was voor mij de Passacaglia van Röntgen. Een mooi werk dat een aanwinst is voor de Nederlandse orgelliteratuur uit de negentiende eeuw.

De fantasie van Kint over ‘Een vaste Burcht’ krijgt een gloedvol pleidooi waarbij de organist ondanks de niet echt warm klinkende grondstemmen een mooie doorgaande lijn weet te creëren.

Het booklet bevat alle registraties, kleurenfoto’s van (voor)fronten van orgels en (veelal zij)fronten van organisten. Een duidelijke schets van de ontwikkeling van orgelmakerij Leeflang naar Keijzer completeert het geheel. Over de componisten is geen informatie opgenomen, en ik kan me voorstellen dat zoiets teveel tekst oplevert. Misschien was het een idee geweest om dan in ieder geval de Nederlandse werken (met name de Reeksveranderingen van Kee) wel even toe te lichten voor de wat minder ontwikkelde luisteraar?

Ook de inzet van stemmer en intonateur Jan Koelewijn moet hier genoemd worden: zijn omgang met het erfgoed van Leeflang-Keijzer en de inzet om deze instrumenten behoedzaam te conserveren (en te retoucheren, waar nodig) zijn een voorbeeld voor veel andere orgelmakers.

Een belangwekkende productie die wat mij betreft om een vervolg vraagt met daarop in ieder geval het koororgel van de St. Jan te Gouda en de orgels in de Immanuëlkerk te Delft en de Sionskerk te Vlaardingen! [GERBEN MOURIK]

Waardering: 4 uit 5.

Met hoofd, hart & handen. 64 jaar orgelbouw van Leeflang tot Keijzer.

Praeambulum in d (Scheidemann); Orgelkoraal Psalm 27 (Keijzer); Partite diverse sopra ‘Christ, du bist der helle Tag’, BWV 766 (Bach); Uit de ‘Psalmen voor orgel’ Psalm 141, 62, 45 (Kee); Bergamasca (Scheidt); Partita ‘Ach wie nichtig, ach wie flüchtig’ (Böhm); Estampie (anon.); Preludium en fuga in a kl.t. (Kee); Kleine Partita over ‘Hoe zal ik U ontvangen’ (Post); Reeksveranderingen in 4 secties (Kee); Erhalt uns Herr, bei deinem Wort (Micheelsen); Ist Gott für mich, so trete (Micheelsen); O Lamm Gottes unschuldig (Micheelsen); Four mini-pieces (De Ruiter); Improvisatie over ‘Ik wil mij gaan vertroosten’ (Ardesch); Praeludium in d (Scheidemann); Partita ‘Wer nur den lieben Gott last walten’ (Bach/Krebs/Walther/Marpurg); Concerto del sigr. Torelli appropriato all’organo (Walther); Praeludium in g (Buxtehude); Aria variata alla maniera Italiana BWV 989 (Bach); Geïmproviseerd voorspel over LvdK 435 (Donkersloot); Fantasie/Pastorale/Praeludium uit ‘Das Holsteinische Orgelbüchlein’ (Micheelsen); Passacaglia für Orgel in a-moll über ein Thema von Donald Francis Tovey (Röntgen); Fantasie voor orgel over het koraal ‘Een vaste Burg is onze God’, op. 24 (Kint).

Grote of St.-Michaëlskerk, Middelharnis (Paul Kieviet); R.K. St.-Martinuskerk, Twello (Aart Bergwerff); Paaskerk, Amstelveen (Cor Ardesch); Goede Herderkerk, Apeldoorn (Wim Diepenhorst); Hervormde kerk, Stad aan ‘t Haringvliet (Rien Donkersloot); Meentkerk, Huizen (Hendrik Jan de Bie).

2cd LL201101 € 27,50