24 april 2019

COLUMN RE: gister [ 40 ]

re: gister peter sneep

In de column ‘RE: gister’ deelt organist, componist, cantorijlid en journalist Peter Sneep op in zijn ervaringen vanaf de orgelbank (en soms de pianokruk). De wederwaardigheden van de afgelopen zondag van de begeleider in drie Amersfoortse kerken zullen dan veelal het onderwerp zijn van deze column. Als het even kan wekelijks op maandag. Deel 40 – Lexicon 1.

 

Iedereen krijgt graag complimenten. Organisten soms ook. Maar sommige complimenten werken averechts. Of ze slaan nergens op, of ze zijn onbedoeld kwetsend. Vandaag het ‘lexicon van de verboden orgelcomplimenten en -uitspraken’. Eerste deel.

 

De lofzang gaande houden. Categorie: ‘slaat nergens op’

 

Je hoort en leest het vaak bij jubilea van organisten. ‘Dankjewel, Kees. Je hebt in onze kerk 25 jaar de lofzang gaande gehouden. ’ Leuk bedoeld, maar het slaat nergens op. Het is een citaat uit Psalm 107 in de berijming van Willem Barnard.

 

Gods goedheid houdt ons staande,
zo lang de wereld staat.
Houd dan de lofzang gaande
voor God die leven laat.

 

Hij berijmde deze woorden uit de Psalm: Loof de Heer, want hij is goed / eeuwig duurt zijn trouw. Je ziet: er staat niets over de lofzang en niets over gaande houden. Het zinnetje ‘houd dan de lofzang gaande’ is gewoon (zoals we dat vroeger in vrijgemaakt-gereformeerde kringen oneerbiedig noemden) een stoplap.

 

De lofzang gaande houden. Je komt het overal tegen in kerkliedkringen. Er bestaat zelfs een boek over kerkliederen (Dr. J. Luth, Het kerklied), waarover de uitgever op internet schrijft: ,,Aan de bijbelse opdracht ‘houdt dan de lofzang gaande’ is in de geschiedenis door de kerk op zeer gevarieerde wijze vormgegeven.’’ Onzin. Het is geen bijbelse opdracht, het is hooguit een idee van Willem Barnard. En dan ‘in de geschiedenis’. Dat zinnetje over de lofzang gaande houden is er hooguit vanaf de jaren vijftig, toen de vijf Landvolkdichters op de Pietersberg in Oosterbeek een nieuws psalmberijming gingen maken.

 

Voor alle duidelijkheid: ik hou van Barnard. En ik snap zijn zinnetje in de berijming van Psalm 107 ook. Het is een parafrase van de woorden uit de bijbel. Maar het zinnetje heeft niets, maar dan ook helemaal niets, met organisten of orgelspel te maken. Ook niet met cantors en dirigenten. Het is een oproep aan elke christen (en jood) om de Heer te loven, omdat Hij goed is. Het betekent hetzelfde als ‘Wij moeten Gode zingen’. Maar daar is het meteen duidelijk dat het niet over organisten gaat.

 

Zoek in google eens ‘lofzang gaande’ en verbaas je hoe vaak de term al is misbruikt. Klinkt mooi, slaat nergens op.

 

 

Je hebt je lekker uitgeleefd vanmorgen (-vanmiddag, -vanavond). Categorie: onnodig kwetsend

 

‘Je hebt je lekker uitgeleefd vanmorgen.’ Dat zeggen kerkgangers tegen hun organist als die hard en virtuoos (of zeg maar wild) heeft gespeeld. Met virtuoos spel is niks mis. Maar soms doet een organist heel erg zijn best op een verstild stuk, of het nu literatuur is, of een (voorbereide) improvisatie. Hij geeft zich helemaal en heeft na de dienst een warrig hoofd van alle concentratie die hij heeft opgebracht. Meestal krijgt hij of zijn voor zulk spel geen complimenten of een aai over zijn / haar bol.

 

Mijn probleem met het woord uitleven is, dat er niets in zit van dienstbaarheid. Je uitleven dat gaat over jou en jouw behoefte. Maar – het klinkt misschien wat prekerig uit mijn mond – orgelspel in de liturgie is dienstbaar. Het woord liturgie betekent iets als ‘werk van het volk’ of ‘werk voor het volk’ en daarin past geen organist die zich lekker uitleeft.

 

Ik vraag me opeens af: zouden dominees ook wel een te horen krijgen ‘wat heeft u zich vanmorgen lekker uitgeleefd?’ Ik weet wel van een predikant die na de dienst waarin hij voorging zei (langzaam en op plechtige toon: ‘ik vond het een mooie preek’.

 

Er zit een subtiel verschil in de termen ‘je helemaal geven’ en ‘je lekker uitleven’. Ik hoor wel eens mensen die zeggen: de kerkdienst is geen concert. Ze vinden dan dat de organist teveel de aandacht naar zich toegetrokken heeft. Dus in de kerk hoef je je talent niet ten volle te geven? Dat vind ik weer te zuinig. In de kerk (en dus ook in de kerkdienst) mag je je helemaal geven. Meer dan in het mooiste concert. Tenminste, als je er de gaven voor hebt.

 

 

Je hebt het stof er weer goed uitgeblazen. Categorie: ‘onzin’

 

Ook zoiets. ‘Nou man, dat was mooi. Je hebt het stof er weer goed uitgeblazen.’ Je krijgt dit ‘compliment’ meestal na een kerkdienst, bespeling, concert of uitvoering waarin jij gastorganist was, zelden in je eigen kerk. Meestal gebeurt het niet in een prominent kerkgebouw. Daar weten de kerkgangers wel wat hun orgel kan. Maar in de periferie (dat kan trouwens ook in een grote stad zijn), daar gebeurt het. De plaatselijk organist heeft niet veel gaven, maar doet wel zijn best. Hij houdt niet van uiterlijk vertoon en stelt zich dienstbaar op. Hoe goed hij zijn best ook doet, het blijft onbeholpen klinken. En dan komt er opeens een organist uit een andere verre plaats die de show steelt. Die het stof eruit blaast.

 

Het gevaar van dit compliment is, dat je het kunt uitlokken door flink hard te spelen. Ik vind het nooit zo fijn als ze het tegen me zeggen, omdat ik het niet leuk vindt voor de collega-organist(en) ter plaatse.

 

Gelukkig is het in letterlijke zin niet mogelijk om door te spelen stof uit een orgel te blazen. Als het zou kunnen, zou het een mooi effect geven. Stel je voor, de koster heeft op zaterdag de hele kerk schoongemaakt, blaas jij als organist op zondagmorgen het stof vanuit het orgel de kerk in. Komen na de dienst de dominee en de koster in al hun gestrengheid het orgelbalkon op om hun toetsenist een uitbrander te geven.

 

‘Wat was dat, onder de eerste psalm?’ briest de rood aangelopen corpulente predikant.

 

De organist doet of zijn neus bloedt en geeft blijk van kennis van de psalmberijming van 1773.

 

‘O, eh…, rijke juichensstof misschien?’

 

Overigens heb ik het wel eens meegemaakt. Ik speelde in De Doelen in Rotterdam bij een vrijgemaakt-gereformeerde Bijbelstudiebondsdag. Natuurlijk was ik er ’s morgens al op tijd om me lekker uit te leven op het orgel, al moest ik het eerste kwartier de ruimte delen met iemand die met een dweilmachine het podium schoonmaakte. En natuurlijk probeerde ik de chamades uit. Tetteretet. Wanneer krijg je die kans nu? Heerlijk, wat een kabaal. Maar kennelijk gebruikte Geert Bierling zijn toeters nooit. De Doelenmedewerkers op het podium schreeuwden boos naar me. Ik snapte aanvankelijk niet waarom, maar toen ik omkeek, zag ik het dwarrelend neerkomen op de zojuist gepoetste vloer.

 

Stof.

 

Orgelstof.

 

(wordt vervolgd)

 

 


Peter Sneep (1962) is organist van drie vrijgemaakt-gereformeerde kerken in Amersfoort: de Kandelaar, de Schaapskooi en de Martuskerk. Hij componeert kerkmuziek en maakte daarvan een aantal cd’s. Orgelles kreeg hij van Hetty Koelewijn en Gerrit ’t Hart. In De Kandelaar is hij lid van de cantorij, die onder leiding van Harry van Wijk eens in de zoveel tijd aan de diensten meewerkt. Hij is radiopresentator bij de Reformatorische Omroep. Van 1986 tot 2014 werkte hij bij het Nederlands Dagblad. Hij is getrouwd met Petra en vader van Anna (3) en Manuel (1).

4 Reacties op COLUMN RE: gister [ 40 ]

  1. ‘De lofzang gaande houden’ dat is volgens mij een uitspraak van Willem Hendrik Zwart, hij zij er dan achteraan dat die lofzang ‘Een gouden koets nodig heeft’. Daarmee bedoelde hij het orgel, orgelspel en samenzang. Houd het eenvoudige kerklied voor de mensen herkenbaar, maar zorg voor kwalitatief en verzorgd orgelspel. Spelen naar het hart van Jeruzalem..ook een mooie!

  2. stofdoek……stoplap….: hoe wordt dat nu verwoord in “Eerbiedig” gereformeerd-vrijgemaakts? ;–)))

    • Geachte Maarten Oranje,
      Ik weet natuurlijk niet tot welke kerkengroep u behoort en hoe oud u bent. Maar in de jaren zeventig en tachtig, toen de vrijgemaakten druk met een nieuwe psalmberijming bezig waren, wist elk vrijgemaakt kerklid wat met het woord stoplap werd bedoeld. Ik leerde het van onze dominee tijdens catechisatie. De vrijgemaakte dominee R. Houwen besprak vanaf 1975 in de vrijgemaakte krant alle berijmde psalmen. Elke week een, bijna drie jaar lang. Hij wees daarbij in de berijming van 1773 veel stoplappen aan. Later werden zijn besprekingen in boekvorm uitgegeven, drie delen. Daar was markt voor.
      Vrijgemaakten spreken uiteraard eerbiedig waar nodig, maar ze doen dat in gewoon Nederlands.
      Hartelijke groet,
      Peter Sneep

  3. Heel herkenbaar Peter.
    De gemiddelde kerkganger vindt orgelmuziek helemaal niet mooi, is mijn ervaring als kerkorganist.
    Je krijgt alleen complimenten als je zo hard mogelijk speelt, met veel gedreun van het pedaal en wilde toccata’s. De smaak van de gemiddelde kerkganger wat betreft subtiele muziek, de taal van muziek en de rol van muziek ter verheffing van de geest (Bach!) is beneden alle peil.
    Ook krijg je complimenten als je bekende deuntjes speelt. Zo bestond het een organist eens om door het voorspel van een psalm als cantus firmus ‘Lang zal ze leven’ te spelen, omdat zijn moeder jarig was. Op de loftuitingen heeft hij jaren kunnen teren. Dat vinden de mensen mooi. André Hazes op het orgel en veel kabaal.
    Gelukkig is er altijd een handjevol mensen die muziek snappen. Meestal zijn het jonge ongehuwde vrouwen of hoogbejaarden weduwen en vrijgezelle heren. Mensen die snappen dat je bij gebrek aan een partner (!) er nog genoeg andere dingen in het leven zijn om je emoties de vrije loop te laten, zoals een subtiel gespeeld koraalvoorspel, partita van Pachelbel of wringende dissonanten van Albert de Klerk.
    Daar doe ik het voor. En stil hoop je ook kinderen aan te spreken, zoals Maarten ’t Hart als kind ooit verpletterd werd door een koraalvoorspel van Bach in de kerk en zijn hele leven uit die bron geput heeft.
    Maar voor de rest van de kerk moet je doodgewoon denderen.

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.

X