Improvisatiecursus voor organisten – deel 3

Na de introductieles gingen we vorige week in deel 2 met het echte werk van start. Net als in de vorige aflevering is het devies ‘eenvoudig beginnen’. In dit deel gaan we een stapje verder met verfijning: kleine veranderingen.

Vorige week kreeg ik de suggestie om de voorbeelden ook in Klavar op te nemen. Ik vond mijn vriend Arnold Kersten uit Veenendaal bereid om dat te doen. Ook het voorbeeld uit aflevering 2 is nu in Klavar beschikbaar. Een woord van hartelijke dank aan Arnold! Ook kreeg ik het verzoek iets meer te zeggen over registraties. Daarmee besluit ik deze toelichting. Eerst aan het werk.

Voorbeeld 1

De volgende varianten zijn mogelijk:

  • Speel de melodie links en de akkoorden rechts, je kunt dat doen op een enkel klavier en ook op twee klavieren. Per regel kun je desgewenst een ander octaaf kiezen.
  • Speel de melodie op het pedaal, te beginnen op d in het klein octaaf,  met een 8’, dan met een 4’ of zelfs met een 2’. De begeleiding speel je op het manuaal. Je leert op die manier een zelfstandige behandeling van het pedaal. Met je voeten speel je dan respectievelijk een tenor, alt of een wel zeer hoge sopraan! Als je op het pedaal niet beschikt over de genoemde voetmaten kun je ze misschien door koppelen realiseren. Op de digitale hometrainer zijn ze voorzeker aanwezig! 
  • Een smeekpsalm kun je wat mij betreft ook op een groot plenum spelen. Een vol pedaal en veel stemmen op het manuaal  laten de smeking uit het diepste van ellende komen! 
  • Transponeer het voorbeeld naar andere toonsoorten. Vergeet niet alles in een rustig tempo te oefenen. Let erop dat je aanslag en  ritmiek uiterst verzorgd is. Ook als je improviseert moet je mooi spelen!
  • Oefen het ook met Psalm 6, Psalm 130 en Psalm  140.

Voorbeeld 2

Dit is een uitbreiding die niet op YouTube wordt behandeld. Begin hier pas aan als je de materie uit voorbeeld 1 beheerst. Je kunt het ook achterwege laten.

De herhaling van akkoorden kun je ook gebruiken in een dank- of lofpsalm.  Bij een stevige registratie worden die akkoorden een pauk of trommel, bij een zachte registratie een tamboerijn. Speel de melodie eens op een 2′ – dan krijg je een piccolo – en de begeleiding op een fluit 8′, een tamboerijn. In het Boek der Psalmen wordt uitbundig gemusiceerd!

Een opmerking vooraf. Om een makkelijk te hanteren samenklank voor alle regels van Psalm 136 te realiseren heb ik gezondigd tegen de kerktoonsoorten. Ik heb gekozen voor g – d – g in de begeleiding. Strikt genomen had dit d – a – d moeten zijn, omdat het hier gaat om een melodie in de mixolydische kerktoonladder. Aan het eind iets meer hierover.

Van de begeleidingspartij geef ik ritmische varianten, a, b, c en d. Speel de gehele psalm met variant a. Als dat lukt neem je b, c, en d. Bij een nieuwe oefensessie opnieuw met a beginnen. Langzaam oefenen, ze worden steeds iets lastiger! Pas als je ze allemaal beheerst kun je ze ook door elkaar gebruiken. Wissel ook hier links en rechts, speel in verschillende octaven, speel de melodie in het pedaal en transponeer.

Registraties

Gaandeweg heb ik al wat suggesties gegeven voor registraties. Registerkeuze is een belangrijk onderdeel van orgelspel. Vraag je docent eens in jouw kerk te komen om samen de mogelijkheden van het orgel  te inventariseren. In de loop der jaren heb ik overal in het land masterclasses gegeven aan organisten van een specifieke kerk rond hun eigen orgel. Kerkrentmeester zijn vaak bereid zoiets te organiseren. Gezamenlijk inventariseren we dan de mogelijkheden van het orgel en gaan we de opgedane kennis al improviserend in praktijk brengen.

Kerktoonsoorten

Met opzet ga ik niet verder in op deze materie. Eerste doel van de cursus is het ontwikkelen van creativiteit. Ervaring leert mij dat mensen snel in verwarring raken in deze materie. Het beste is om aan je docent te vragen de kerktoonsoorten uit te leggen. Op het moment dat de verwarring toeslaat kan zij of hij je helpen met jouw specifieke vragen. 

Volgende aflevering: Improviseren met toonladders en drieklanken 

Je kunt je voorbereiden door alvast wat toonladders en drieklanken te oefenen. Pas op, je hoeft geen snelheidsrecords te breken. Het begrip van de materie is vooralsnog belanrijker dan motorische acrobatiek!

Download hier de voorbeelden als pdf

Lees ook
Improvisatiecursus voor organisten - deel 2