Bach – Gesamte Orgelwerke [RECENSIE]

Johann Sebastian Bach – Gesamte Orgelwerke

Bernard Foccroulle – historische orgels

Label: Ricercar

Nummer 289 – 2009 (heruitgave van opnamen uit 1982 – 1997)

Totaal tijd: 19h 38.58

Booklet: 144 pagina’s; Duits/ Engels/ Frans

Prijs: € 57,50

Uitvoering * * *

Opname * * *

[button link=”http://www.orgelshop.nl/orgelnieuws” target=”_new” style=”large” title=”BESTELSERVICE”][/button]
De Waalse organist Bernard Foccroulle heeft in vijftien jaar tijd Bachs orgelwerken ‘compleet’ opgenomen op vooral historische orgels. Ricercar heeft deze opnamen nu opnieuw uitgebracht in een fraai doosje. In de box treffen we 16 papieren hoesjes aan met hinderlijke plakstrook en helaas zonder een programma per papieren CD-hoesje. De heruitgave gaat gelukkig wel vergezeld van een uitvoerig begeleidend boekje met mooie foto’s en informatieve teksten. De registraties worden niet vermeld. Een aardige bonus is de recent ontdekte Fantasia “Wo Gott der Herr” BWV 1128, fijnzinnig geregistreerd in de Groningse Martini.

Heel intiem klinkt Bach in de gortdroge dorpskerk van Pfaffroda. Het zal niet ieders favoriete klankbeeld zijn. Een heel ander instrument – en locatie! – horen we op CD 8: het Arp Schnitgerorgel in de Ludgerikirche te Norden, tamelijk direct opgenomen. De opening van de Toccata in C (BWV 564) wordt wat onnatuurijk, gemaniëreerd behandeld. De eerste twee noten legato, waarop dan als het ware een antwoord komt. Het blijft een schitterend instrument, ook al hoor je altijd de hand van Jürgen Ahrend.

Foccroule kiest tere registraties in koralen als “Wer nur den lieben Gott läßt walten” (BWV 690). Een koraal als “Ein’ feste Burg” (BWV 720, het enige koraal waarvoor registratieaanwijzingen van Bach bekend zijn) klinkt niet zo blijmoedig als je zou wensen. Het feestje mis ik ook in de Praeludia et Fugae in G (BWV 541) en in C (BWV 545).

Foccroules Bach is verzorgd. Er is een fraaie selectie van historische orgels gemaakt. Per CD is een boeiend programma opgenomen (niet bijvoorbeeld een CD met alleen maar Toccata’s …) Nergens horen we de hysterische tempi, waarmee sommigen de karakteristiek van de windvoorziening van een oud orgel categorisch lijken te negeren. Toch moest ik een deze Bach wel wennen. Ik mis de pit en de ‘drive’ van Alain, de monumentaliteit en emotionele geladenheid die Kee kon hebben, de ontzagwekkende ritmische precisie van een Beekman of de barokke retoriek van Kooiman. Kooiman vertelde een verhaal dat je gevangen nam en hield. Dat mis ik een beetje bij Foccroulle.

Foccroules Bach is een bescheiden, introverte, misschien zelfs onopvallende Bach. De opnamen uit de Klosterkirche van Muri vond ik echter toch wel heel plezierig om naar te luisteren. “Jesu meine Freude” (BWV 713) krijgt een poëtische vertolking. Het Schott-orgel kwinkeleert in Praeludium et Fuga in A (BWV 536) en de fuga wordt, terecht, met een abruptio afgesloten. De prachtige Canzona (BWV 588) zet fraai peinzend in, maar het tweede deel is mij weer wat te tam. De qua auteurschap dubieuze Prealudium et Fuga in F (BWV 534) opent feestelijk, maar vergelijk eens met de dwingende uitvoering van Kee in Weingarten (Chandos 0520) of met Kooiman op het wat beperkte maar wondermooie Van Deventerorgel in de Grote Kerk van Nijkerk (Coronata COR 1613)!

CD 15 is geheel gewijd aan Ponitz (Gottfried Silbermann 1734/ ’35). De klank van Ponitz doet denken aan onze Chr. Müller in de Waalse Kerk van Amsterdam (Langlez 1680, Müller 1733/ ’34!). Foccroulle werkt in de grote Praeludia et Fugae met terrassendynamiek. En toch heeft de schitterend-lyrische b-moll (BWV 544) niet de spankracht die Van Oortmerssen realiseert (vol. 1, Vanguard CC 72018).

De sonates worden plezierig getokkeld en niet afgeraffeld – ooit schreef Kooiman in een recensie dat ‘de sonates klonken als speeldoosjes met een te strak opgewonden veer’. Dat is hier gelukkig niet het geval. Het trio converseert, zoals dat hoort, en de registraties zijn gelukkig ook niet onaangenaam; de fluiten en prestanten mogen het werk doen, de vulstemmen blijven in de sonates, op enkele hoekdelen na, dicht.

Leuk: ook de twijfelachtige acht kleintjes (vrijwel zeker niet van Bach) zijn opgenomen op het Holzhey orgel te Neresheim. Foccroule geeft ze een volwassen en daarmee wat ernstige statuur, evenals Beekman dat deed in Leeuwarden (LBCD 52/ 53).

Wie deze box koopt, heeft een degelijke, verzorgde en integere complete Bach Orgelwerken in huis, gespeeld op boeiende historische orgels – en dat voor maar heel weinig geld. Het is een wat wisselend beeld (we zijn in de Lage Landen ook wel verwend met vele bekwame interpreten van Bachs (orgel)muziek!), maar zeker ruim voldoende en op een heel aantal momenten gewoon heel fraai. [ARJEN VAN KRALINGEN]

[button link=”http://www.orgelshop.nl/orgelnieuws” target=”_new” style=”large” title=”BESTELSERVICE”][/button]

© 2009 www.orgelnieuws.nl