CONTRAPUNT (1)

Dichtgewreven door goede voornemens droogde begin dit jaar de stroom prikkelende columns van Kernsteek op. Alsof het zo heeft moeten zijn diende zich via de ‘vage server in Verweggistan’ direct een nieuw columnist aan: Contrapunt. Contrapunt plaatst zo zijn noten bij verschijnselen uit de orgelwereld. Soms harmonieus, soms prikkelend dissonant, maar altijd met een zelfstandige melodische lijn.

Authentiek. Tegenwoordig acht men het van belang dat je ‘authentiek’ bent, waarmee bedoeld wordt dat je doet zoals je echt bent, en niet veinst. Nu denk ik zelf dat we van geluk mogen spreken dat niet iedereen zich volledig authentiek gedraagt, want dan was de lijst met gepleegde moorden die Elsevier jaarlijks in januari publiceert, aanzienlijk langer geweest. Sterker nog, ik vrees dat deze noodzakelijkerwijs vervangen zou moeten worden door een wekelijks feuilleton. Mogelijk zou een apart hoofdstukje ‘orgelgerelateerd’ opgenomen worden gezien de immer sluimerende polarisatie in deze wereld, maar dat is slechts een vermoeden. Orgelliefhebbers behoren doorgaans tot de meer vreedzame specimen van de Homo Sapiens, maar kunnen onverwacht stevig van leer trekken als er discussies ontstaan betreffende willekeurig iets van hetgeen des orgels is.

Neem bijvoorbeeld de authentieke uitvoeringspraktijk, stof van reeds vele kleurrijke discussies. De soms hooggeleerde vertegenwoordigers ervan weten hun instrumenten goed beargumenteerd te selecteren. Doorgaans kiezen ze voor uiterst zorgvuldig gerestaureerde orgels waarin geen onverantwoorde splinter (meer) te vinden is. Dat het soms voor geen meter klinkt is van secundair belang. Het bespelen van een dergelijk instrument brengt bij de voorstanders verheerlijkte uitroepen teweeg als ‘die flexibel ademende wind maakt een tremulant overbodig’, terwijl de tegenstanders verhit beginnen te gewagen van een rammelende tractuur en smalle orgelbanken, berekend op lieden van maximaal formaat Piggelmee. Maar goed, verderfelijke invloeden uit later eeuwen zijn dus vakkundig de nek omgedraaid onder het mom van ‘die Prestant had kwaliteiten, maar hij paste beslist niet in het concept, er is nu een dakgoot van gemaakt’. De bijbehorende banken zijn gepast oncomfortabel gemaakt met het credo ‘dat komt de spiritualiteit en devotie van “Bist du bei mir” ten goede’. We zijn dus tot het uiterste gegaan in het scheppen van een authentieke biotoop. Of toch niet?

Graag geef ik nog het volgende ter overweging mee. Heeft iemand weleens serieus onderzoek gedaan naar bijvoorbeeld de kleding waarin Bach speelde? Zo lijkt de kleur van zijn wambuis mij van cruciaal belang, want het verraderlijke licht in de Thomaskirche in ogenschouw nemend zou dit weleens de sleutel kunnen vormen tot het te kiezen tempo in bijvoorbeeld het ‘tres vitement’ in Bachs Pièce d’Orgue. Het lijkt mij evident dat Bach bij slecht licht, waarbij de kleur van zijn dagelijkse wambuis in fletsheid excelleerde, sneller speelde dan bij goed licht. ‘Vitement’ wordt meer ‘tres’ met een stuk esthetische narigheid aan je lijf. Dan zit je liefst zo snel mogelijk weer bij Anna Magdalena op de bank met een kroesje kruidenthee. En neem de pedaalsolo’s in de Toccata in F. Is daarbij het schoeisel van de speler niet van invloed op het tempo? De zolen waarmee Bach placht te spelen trapten ongetwijfeld anders aan dan een dubbel genaaide Van Bommelzool, of de Greves die Aart Bergwerff pleegt te dragen. Het minste probleem levert nog die pruik op, hoe die eruit zag is vrij nauwkeurig aan ons overgeleverd. Een goede winkel in feestartikelen biedt gelukkig soelaas.

Muziek uit de Romantiek stelt ons voor geheel eigen uitdagingen. Wat te denken van Franck? Om de Fantaisie en La majeur goed te kunnen vertolken, zijn wat mij betreft twee forse bakkebaarden onontbeerlijk. Wordt trouwens wel lastig voor vrouwelijke organisten. Maar ik begrijp nu wel al die onderbrekingen beter: lekker om even aan je bakkebaard te krabben. Bruckner, al schreef hij erg weinig voor orgel, levert ook zo zijn problemen op. Zijn fijne neus voor grootse muziek was aan de forse kant…weer naar die winkel voor feestartikelen? Want die transcripties hoor ik graag authentiek. Of is dat een contradictio in terminis?

U ziet, werkelijk authentiek bezig zijn is minder eenvoudig dan u denkt. Hier is nog een (orgel)wereld te winnen. Persoonlijk ben ik nogal jaloers op de authenticiteit nastrevende Asma-adepten. Voor goed gedoseerd pedaalslepen is een lekkere sigaar onontbeerlijk. Tijdens passages hyper-staccato valt de askegel er vanzelf af… [CONTRAPUNT]

© 2013 www.orgelnieuws.nl