Van Dam-orgel Dorpskerk Huizum gerestaureerd

orgel dorpskerk huizum

Onlangs is de restauratie van het Van Dam-orgel in de Dorpskerk te Huizum door Orgelmakerij Bakker & Timmenga afgerond. Het uit 1849 daterende instrument zal vrijdag 11 december opnieuw in gebruik worden genomen.

De oudst bekende bronnen waarin melding wordt gemaakt van een orgel in Huizum dateren uit het begin van de zeventiende eeuw. Al vanaf 1601 zijn er rekeningen met betrekking tot onderhoud en reparaties aan het orgel te vinden. Gegevens over omvang en dispositie van het orgel ontbreken echter. Later in de zeventiende eeuw reizen Ulcke Dirks en Jan Jacobs voor orgelreparaties af naar Huizum. Deze Jan is vermoedelijk Jan Jacobs de Lin die ook in Leiden werkzaam is geweest. Rond 1660 wordt aan het orgel gewerkt door Willem Meinerts.

Müller
In 1727 verschijnt Christiaan Müller in Huizum ten tonele. Hij voert een grote vernieuwing van het orgel uit. Knock vermeldt in zijn Dispositiën der merkwaardigsten Kerk-Orgelen dat het orgel dan een manuaal met negen stemmen heeft. In de periode 1732-1847 werken diverse orgelmakers aan het orgel zonder grote veranderingen aan te brengen.

Van Dam
In 1848 tekenen de kerkvoogden een contract met L. van Dam en Zonen (Lambertus van Dam II (1823-1904), Pieter van Dam I (1824-1899) en Jacob van Dam II (1828-1907) voor de bouw van een nieuw orgel. Het wordt een orgel met Hoofdwerk en Bovenwerk en aangehangen pedaal. Voor een groot deel wordt gebruik gemaakt van pijpwerk van Müller uit het vorige orgel.

Pieter van Dam vergroot de pedaalomvang tot d1 in 1909. Ook vervangt hij de spaanbalgen door een magazijnbalg.

Wijziging
Een grote restauratie volgt in 1954 door Bakker & Timmenga. Veel pijpwerk wordt verschoven en ook de dispositie ondergaat enkele wijzigingen. Op het Hoofdwerk moet de Cornet plaatsmaken voor een nieuwe mixtuur. Op het Bovenwerk wordt de Salicionaal 8′ discant, de oudste in het oeuvre van Van Dam, vervangen door een Sexquialter. Het Pedaal krijgt een eigen windlade waarme de Bourdon 16′ van het Hoofdwerk zelfstandig bespeelbaar wordt gemaakt.

Restauratie
In 2015 is een restauratie van het orgel uitgevoerd door Orgelmakerij Bakker & Timmenga te Leeuwarden. Adviseur is Theo Jellema. Het orgel is teruggebracht naar de situatie 1849. Het vrije pedaal is gehandhaafd. Het niet originele pedaalklavier is voorzien van  nieuwe boventoetsen in de stijl van Bakker & Timmenga. Het zeer vergeelde ivoor beleg van de manualen is gebleekt en opnieuw gelijmd. Alle pijpen zijn teruggeschoven naar hun oorspronkelijke plaats. De dispositie is gereconstrueerd met de vervaardiging van een nieuwe Cornet en Salicionaal 8′ discant.

Ingebruikname
Op vrijdag 11 december zal het orgel opnieuw in gebruik worden genomen. Om 15.30 uur vindt de overdracht van het instrument plaats met onder de sprekers adviseur Theo Jellema en orgelbouwer Bert Yedema. Om 16.30 uur wordt een expositie geopend met foto’s van de orgelrestauratie gemaakt door Fred van Elst. De ingebruikname wordt om 17.00 uur afgesloten met een concert van circa een uur door Theo Jellema. Toegang is gratis, een vrije gift wordt op prijs gesteld.

 


Dispositie

Hoofdwerk C-f3
Bourdon 16
Prestant 8
Holpijp 8
Octaaf 4
Quintfluit 3
Woudfluit 2
Cornet III discant – 2015
Trompet 8 bas/discant

Bovenwerk C-f3
Fluit dolce 8
Viola di gamba 8
Salicionaal 8 discant – 2015
Prestant 4
Fluit d’amour 4
Gemshoorn 2
Tremulant

Pedaal C-d1, aangehangen
Bourdon 16 (Hoofdwerk)

Werktuiglijke registers
Manuaalkoppel
Tremulant Bovenwerk
Afsluiter Hoofdwerk
Afsluiter Bovenwerk

Toonhoogte: a= 442 Hz.
Stemming: gelijkzwevend
Winddruk: 74 mm waterkolom

 

Gegevens met dank aan Wim Dijkstra, Orgelmakerij Bakker & Timmenga.

 

© 2015 fotografie Peter Popken