Grootste orgel Denemarken is van Nederlandse makelij

De Nederlandse orgelbouwer Van den Heuvel in Dordrecht bouwde het grootste orgel van Denemarken. Het instrument, dat in een nieuwe concertzaal van de Deense omroep staat, werd zaterdag 17 januari in gebruik genomen.

Het grootste orgel van Nederland – het staat in de Laurenskerk in Rotterdam – is gebouwd door de Deense firma Marcussen. Vandaag neemt de Deense publieke omroep DR Byen een nieuw studiocomplex met vier hypermoderne concertzalen in gebruik. In de grootste ervan, Studio 1 met 1.800 zitplaatsen en 24 meter hoog, staat het grootste orgel van Denemarken, gebouwd door Van den Heuvel-Orgelbouw uit Dordrecht. De Deense Koninklijke familie komt luisteren.

Het is geen wraak, zegt directeur Peter van den Heuvel van het Dordtse bedrijf. “Het is nu eerlijk verdeeld tussen Denemarken en Nederland. De procedure is ook eerlijk gegaan. We hebben met in totaal zeven internationaal bekende orgelmakers meegedaan aan een wedstrijd wie het beste orgel voor de nieuwe concertzaal kon ontwerpen. DR Byen is een staatsbedrijf, dus de inschrijving moest helemaal volgens de Europese aanbestedingsregels lopen. Niemand is voorgetrokken. Ik kan me natuurlijk wel voorstellen dat de Deense orgelmakers dat niet leuk vinden, net zo min als de Nederlandse orgelbouwers het in 1973 het niet leuk vonden dat de opdracht voor het grootste orgel van Nederland naar een Deens bedrijf ging.”

Het Deense omroepbedrijf was tot nu toe gevestigd op tien verschillende locaties in de binnenstad van Kopenhagen. Rond de eeuwwisseling werd besloten een nieuw omroepcentrum te bouwen in de buurt van het internationale vliegveld aan de oostkant van Kopenhagen. Eind december 2002 werd Van den Heuvel door DR-Byen benaderd met de vraag of hij zich kandidaat wilde stellen voor de bouw van een nieuw concertorgel. De filosofie van DR’s algemeen directeur ‘het beste, alleen het beste’ gold ook voor de selectie van de orgelbouwer, zegt Van den Heuvel. “De orgelbouwfirma’s en de door hen ter referentie voorgedragen orgels werden kritisch onderzocht. De belangrijkste criteria waren de artistieke en technische kwaliteiten en op deze onderdelen scoorden wij de meeste punten”, vertelt Peter van den Heuvel, die de orgelmakerij samen met zijn broer Jan leidt. “Er is een boek uitgegeven waarin de overheid uitgebreid verslag doet van de zoektocht naar de beste orgelbouwer.”

De omroep wilde een zogenoemd symfonisch orgel. Met z’n orgeltype kun je heel goed Franse orgelmuziek uit de negentiende eeuw uitvoeren. Kenmerkend is de grote mogelijkheid van klankschakering door pijpen in een zwelkast te zetten. Bij een zwelkast staan deurtjes voor de pijpen. De organist kan met zijn voet de deurtjes open en dicht doen, waardoor het geluid van de pijpen harder of zachter wordt.

Van den Heuvels bedrijf is gespecialiseerd in het maken van symfonische orgels en bouwde onder andere een groot orgel in de St. Eustache in Parijs. “Denen kunnen dat niet”, zegt Peter van den Heuvel. “Hun manier van bouwen is sterk bepaald in de jaren zestig. Zo’n werkwijze is vaak helemaal vastgegroeid in een bedrijf. Je hebt nog geen symfonisch orgel als je een klavier in zwelkast zet. Daar hoort ook en speciaal soort pijpen in.”

De bouw van het nieuwe studiocomplex, kosten ruim 850 miljoen euro, heeft veel vertraging opgelopen. Het gebouw had al in 2006 klaar moeten zijn, maar de ideeën van de Franse architect Jean Nouvel uit Parijs bleken tijdens de bouw nogal eens niet haalbaar. Daardoor moesten regelmatig nieuwe bouwkundige oplossingen worden bedacht. De ingebruikname van de zalen werd daardoor een aantal malen uitgesteld. “Deze week werd er nog steeds 24 uur per dag gewerkt om het gebouw op tijd af te krijgen.”

Die vertraging had ook gevolgen voor het orgelmakersbedrijf uit Dordrecht. “Wij hadden het orgel op tijd af. Maar omdat de zaal niet klaar was, heeft het orgel een jaar lang in een loods montagehal gestaan. Het stond daar speelbaar opgesteld. We hebben een compliment gekregen voor het feit dat we de enige onderaannemer binnen het project waren die op tijd en binnen het budget heeft geleverd. De Deense omroep heeft ons zelfs schadeloos gesteld voor de tijd dat we de montagehal niet konden gebruiken voor andere opdrachten.”

De Franse architect is ook verantwoordelijk voor het frontontwerp van het nieuwe orgel. Bureau Nagata Acoustics uit Tokyo is verantwoordelijk voor de akoestiek. Daarover is Peter van den Heuvel zeer te spreken. “De zaal is zeer onregelmatig van vorm. Er is geen enkele vorm van symmetrie. Daardoor komt de klank van het orgel op elke plaats in de zaal even goed door. Nergens gaat het instrument schetteren, ook niet in het solowerk, de afdeling van het orgel waar zeer luide registers als de tuba’s staan.”

“Omdat de bouw zo vaak vertraging heeft opgelopen, is de aandacht voor het orgel een beetje ondergesneeuwd bij de beheerders van het studiocomplex”, weet Van den Heuvel. “Het was de bedoeling dat er dit jaar al een serie van zeventien orgelconcerten zou plaatsvinden. In plaats daarvan zijn het er hooguit zes of zeven. Maar ik denk dat er volgend jaar wel weer meer orgelconcerten zijn.

Als je zo’n groot instrument gaat opbouwen, bekruipt je soms de angst dat je iets verkeerd hebt gedaan, waardoor het resultaat tegenvalt”, zegt Van den Heuvel. “Die angst is onnodig gebleken. Alles is naar wens, ik ben erg gelukkig met het resultaat.”

Even Gerben Mourik aanzetten

Het orgel heeft 91 stemmen en 6.144 pijpen, verdeeld over vier klavieren en pedaal. Het is het enige symfonische orgel in Denemarken. Om de beschikbare klankkleuren maximaal te gebruiken, heeft het vier zwelkasten. Het heeft een verplaatsbare speeltafel zodat de organist zich op een optimale afstand van de dirigent bevindt. De speeltafel biedt de mogelijkheid het spel van organisten zo op te nemen, dat ook de manier van toetsen indrukken kan worden vastgelegd. ? “Toen het orgel nog in de montagehal in Dordrecht stond, heeft de Nederlandse concertorganist Gerben Mourik er opnamen gemaakt. In die montagehal, waar het instrument net inpaste, klonk het orgel keihard en gortdoog. Bij het afregelen in concertzaal hebben we Gerben regelmatig aangezet om naar het resultaat van het intoneren te luisteren.”

De pijpen in het veertien meter brede orgel staan opgesteld op verschillende verdiepingen. Ze zijn bereikbaar via loopbruggen en massief houten trappenhuizen. De windvoorziening staat in speciaal geïsoleerde geluidskamers. De zeven ventilatoren die voor de wind zorgen, zijn uitgerust met een elektronische regeling zodat ze, als er geen lucht wordt gevraagd, langzamer draaien en daardoor minder geluid produceren. Dat is belangrijk in de concertzaal waar ook veel (geluids)opnamen plaatsvinden. [PETER SNEEP]

Mét toestemming overgenomen uit het Nederlands Dagblad.

© 2009 www.orgelnieuws.nl