24 augustus 2019

Hernieuwde belangstelling? Een liefdevol pleidooi voor de kerkmuziek van Hugo Distler [RECENSIE]

Een opmerkelijke uitgave, deze box met het complete orgeloeuvre van Hugo Distler (1908-1942), aangevuld met enkele van zijn koorwerken. Want de muziek van Distler, zijn generatiegenoten en hun navolgers is de laatste decennia in de vergetelheid geraakt. Onze docenten lieten ons nog geestdriftig kennis maken met de boeiende wereld van pioniers als Hindemith, Distler, Pepping en Reda; we zijn ze er nog altijd dankbaar voor. Maar in de huidige (kerk)muziekpraktijk en -opleiding lijken deze componisten en hun navolgers geen rol meer te spelen.

Met het orgeltype, dat doorgaans wordt aangeduid met de misleidende term ‘neo-barok’ is het zo mogelijk nog erger gesteld: het ene na het andere orgel uit de periode 1940-1970 wordt met een schrijnend gebrek aan affiniteit aan een ‘facelift’ onderworpen – anders gezegd: aan onze tijdgebonden smaak aangepast. Een komende generatie zal zich beslist verbazen over deze houding. De onlangs verschenen Distlerbox is echter een hoopgevend document.

Het levensverhaal van Distler is tragisch en dat merk je aan zijn muziek. De onrust en onzekerheid, waarin hij herhaaldelijk verkeerde, zijn in de noten terug te vinden. Maar zijn muziek heeft meer facetten zoals de ‘objectiviteit’ van ‘oude muziek’ door het elementair gebruik van polyfonie, ritme en harmonie. Creativiteit, ambachtelijkheid, emotie en muzikaliteit vinden elkaar op een volstrekt unieke wijze. In zijn koorwerken en de koraalgebonden orgelwerken is de muziek altijd dienstbaar aan de tekst. Geen wonder dat zijn vernieuwende invloed groot is geweest, niet alleen in Duitsland, maar ook in het naoorlogse Nederland.

Bas de Vroome voert een liefdevol pleidooi voor het werk van Distler. Dat is niet in de laatste plaats te danken aan de keuze van de bespeelde orgels. Het gegeven dat Distler in Lübeck een prachtig historisch orgel bespeelde en zich inspande voor heroriëntering op de barokke orgelbouw is door Bas de Vroome uitstekend vertaald naar het Nederlandse orgellandschap. Zo zijn op deze cd’s historische orgels te horen (Leiden Hooglandse Kerk, Alkmaar Laurenskerk ­ kleine orgel, Zwolle Michaelskerk, Haarlem Bavokerk), typische ‘neo-barokke’ orgels (Utrecht Nicolaikerk, Rotterdam Laurenskerk ­transeptorgel) en nieuwe historiserende orgels (‘t Woudt, Kampen Bovenkerk ­ koororgel). Een hoogtepunt in het orgeloeuvre van Distler is de magnifieke partita over ‘Nun komm der Heiden Heiland’. De keuze om dit werk op te nemen in de Haarlemse Bavokerk is een voltreffer. De ‘Dreissig Spielstücke für die Kleinorgel’ brengen de klankwereld van Distler binnen het bereik van amateurorganisten, evenals enkele koraalvoorspelen en ­zettingen. Deze muziek klinkt opvallend goed op de historische orgels van de Hooglandse Kerk in Leiden en de Laurenskerk in Alkmaar (kleine orgel).

Merkwaardig is De Vroomes manier van registreren op de ‘neo-barokke’ orgels. Hij gebruikt vaak de viervoetsregisters als basis en speelt dan een octaaf lager. De vulstemmen klinken op deze manier minder sprankelend. Deinsde De Vroome bewust of onbewust toch nog terug voor de meest karakteristieke kanten van deze orgels? Bij de oudere orgels zijn de registraties zoveel mogelijk in overeenstemming met de voorschriften van Distler. Daar waar De Vroome af moet wijken doet hij dat smaakvol. Het zeldzaam integere en feilloze orgelspel laat vooral de tijdloze schoonheid van de muziek horen. Maar bij de overwegend zachtmoedige benadering van De Vroome vraag je je soms af waar het radicale van Distlers muziek en zijn tijd is gebleven: het nieuwe elan, de anti-romantische houding, de spanningen op kerkelijk en politiek gebied in het vooroorlogse Duitsland, het heilig vuur. Hoewel de toewijding in elke gespeelde noot hoorbaar is en bewondering afdwingt, vraagt de ultieme Distler-interpretatie toch om iets meer gedrevenheid en vaart.

Vanwege de innige relatie tussen tekst en muziek vormen de koorwerken een belangrijke toevoeging. Ze worden gezongen door de Utrechtse Domcantorij onder leiding van Remco de Graas. Het veeleisende motet over ‘Wachet auf, ruft uns die Stimme’ is zelfs voor een gerenommeerd koor een flinke kluif, maar deze uitvoering mag er zijn! Mooi zijn ook de koralen en de gezongen verzen na de koraalvoorspelen.

De opnames zijn gemaakt door Aad van der Waal en geven in de meeste gevallen een goede indruk van de orgels. Zo te horen is er gekozen voor een tamelijk hoge opstelling van de microfoons, waardoor sommige orgels (bijvoorbeeld het grote orgel van de Nicolaikerk in Utrecht en het transeptorgel in de Laurenskerk te Rotterdam) op cd niet klinken zoals de luisteraar het in de kerk waarneemt. Dat berust ongetwijfeld op de keuze van de opnametechnicus, die graag zoveel mogelijk ‘klank’ wil laten horen. Ondanks een niet storende directheid klinken de opnames wel wat ‘plat’. De koorklank is mooi vastgelegd.

Het begeleidende boekje bevat in vier talen een korte inleiding over Hugo Distler en zijn werk, een motivatie voor de keuze van de orgels, een uitvoerige bespreking van alle opgenomen werken, korte levensbeschrijvingen van de uitvoerenden en ten slotte de disposities, registraties en toelichtingen per orgel. Helaas nodigt het kleine lettertype niet tot lezen uit. Daar waar de tekst over foto’s is geplaatst wordt de leesbaarheid zelfs problematisch. Het vertaalwerk is door een vertaalbureau uitgevoerd, hetgeen bij specifieke orgeltermen lachwekkende vertalingen oplevert. De Nederlandse teksten, die voor het grootste deel door de journalist Rien Frölich werden geschreven, blinken helaas niet altijd uit in logisch en correct taalgebruik. De vormgeving wekt door het kleurgebruik de indruk dat we van doen hebben met traditionele kerkmuziek. Jammer dat zo’n groot project, dat met zoveel zorg en liefde is opgezet, het moet doen met een boekje dat in veel opzichten ondermaats is.

Deze productie toont aan dat Distler weergaloos goede muziek schreef die nog immer actueel is. Het laat zien dat kerkmuziek vraagt om creativiteit, om verdieping, om engagement. Met deze cd-box geeft de Noaber Foundation, samen met Bas de Vroome en andere uitvoerenden, een belangrijk signaal. Waarvoor hulde en dank. Hopelijk blijft het niet bij dit ene initiatief! [ERIK VAN DER HEIJDEN & THEO VISSER]

 

Muzikale interpretatie * * *
Programmakeuze * * * * *
Keuze van het instrument(en) * * * * *
Kwaliteit van de opname * * * *
Informatie in het boeklet * * * *
Grafische vormgeving (cd en boekje) *

 


Hugo Distler vernieuwer van de traditionele kerkmuziek

Bas de Vroome, organ
Remco de Graas, conductor
Domcantorij Utrecht

 

Noaber Foundation – NFCD 16112006, TT 76’00” (CD 1) / 53’50”  (CD 2), booklet 76 pagina’s (N, D, E, F), € 19,95

 

X