‘Het is niet makkelijk om de sleutels in te leveren’

Vijftig jaar organist, waarvan vijfendertig jaar in de Grote Kerk van Goes en dit jaar de pensioengerechtigde leeftijd van 65. Drie jubilea voor organist Kees van Eersel uit Goes. Toch haalde hij de 35 jaar net niet helemaal “Dat zou op 1 december zijn geweest, ik had dat graag gehaald. Maar men wilde niet dat ik langer bleef.”

Zondag 9 augustus speelt Kees van Eersel zijn laatste dienst in de Grote Kerk van Goes. De zaterdag daarna levert hij de sleutels van het kerkgebouw in “Dan is het voorbij”, zegt Van Eersel met gemengde gevoelens. Hij gaat weg zoals hij er kwam – ook met gemengde gevoelens. “Bij het proefspel in 1974 kwam ik weliswaar als nummer 1 uit de bus, maar er waren wel wat mensen tegen mijn benoeming. Tja, ik was geen Zeeuw…”

Text Example

advertentie



In de afgelopen 35 jaar jaren speelde Van Eersel tijdens vele kerkdiensten, maar voor een slinkend aantal kerkgangers. “In de jaren zeventig waren er vaak zo’n zes- tot zevenhonderd kerkgangers. Nu schommelt het tussen de 120 en 140. Dat zijn hoofdzakelijk ouderen, van wie er in de gehele gemeente per jaar ongeveer vijftig overlijden. Jongeren komen er niet bij, dus over een jaar of drie, vier is het hier afgelopen. Daarom heb ik aangeboden om nog enkele jaren pro Deo aan deze kerk verbonden te blijven. Maar de kerkenraad wil dat niet.”

De Goese organist denkt dat zijn houding tegenover opwekkingsliederen tot het ‘nee’ heeft geleid. “Ik leid dat onder meer af uit de profielschets die voor mijn opvolger is gemaakt. Daarin wordt gesproken van een verruiming van het liedrepertoire en van meer flexibiliteit van de nieuwe cantor-organist. Ik heb me steeds op mijn instructie beroepen, die spreekt over gebruik van liederen uit officieel vastgestelde bundels. Daar hoort Opwekking niet bij.”

Die houding leidde de afgelopen jaren diverse malen tot aanvaringen met predikant en kerkenraad. “Ik voelde me vaak gemangeld door de houding van predikanten die zonder overleg met mij, allerlei dingen wilden. Terwijl duidelijk was afgesproken dat er op liturgisch gebied een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van predikant en organist bestaat.” Ook bleek de kerk soms opeens verhuurd te zijn op tijden dat Van Eersel les wilde geven. “Volgens de afspraken kon ik het orgel voor les gebruiken, en zou ik tijdig ingelicht worden als de kerk niet beschikbaar was. Dat gebeurde herhaaldelijk zonder overleg.” Overigens beklemtoont de organist dat de laatste vijftien jaren de samenwerking met de huidige predikanten prima was.

Heidense oorsprong

Ondanks die nare ervaringen kan Van Eersel ook terugkijken op een boeiend muzikaal leven. “Ik heb met veel plezier koren gedirigeerd. Vooral met het Zeeuws Vocaal Ensemble kon ik op hoog niveau werken instuderen en uitvoeren. Ook beleefde ik veel plezier aan de orgelconcerten die ik in de loop van het jaar overal mocht geven.”

Wie de lijst met composities op Van Eersels website bekijkt, ziet daarin veel ‘gebruiksmuziek’ die evenwel nooit flauw is. “Ik heb nogal wat werken voor mijn koren geschreven. Veel voor liturgisch gebruik, maar soms ook concertmuziek. Ook schreef ik het een en ander voor beiaard, wat ik in mijn functie van beiaardier in Zierikzee en Veere kon gebruiken. Bewerkingen van psalmen en gezangen schreef ik soms in opdracht, soms omdat ik er zelf behoefte aan had muziek vast te leggen die ik in mijn eigen diensten gebruikte.”

Wat vindt u van het gebruik van andere muziekinstrumenten dan het orgel?

“Prima, mits het ondersteunend is voor de zangbegeleiding. Dat kunnen violen, fluiten, hobo’s en trompetten prima, maar een piano niet. Die is daar met zijn kortdurende tonen niet geschikt voor.”

Niet voor het klassieke kerklied, maar toch wel voor meer populaire liederen?

“Ja, maar die zijn nu juist niet geschikt voor de kerkdienst. Daarbij gaat het om melodieën die qua structuur uit de popmuziek komen. Dat hoort niet in de kerk thuis.”

Dat zullen veel hedendaagse kerkmusici u niet zomaar nazeggen.

“Inderdaad, maar uiteindelijk is de popmuziek afgeleid van heidense muziek uit Afrika die via negerslaven in Amerika terechtgekomen is. Natuurlijk bestaat daar in de vorm van negro spirituals ook een christelijke variant van. Ik kan genieten van spirituals die door zwarten worden gezongen, maar die muziekstijl past niet bij onze kerkmuziek. Zo is ook de piano afkomstig uit de negentiende-eeuwse saloncultuur die allesbehalve christelijk is.”

Maar heeft het orgel ook niet een heidense oorsprong? In de zestiende eeuw werd er toch van alles op gespeeld en wilde iemand als Calvijn het daarom niet gebruiken in de kerkdienst?

“Inderdaad werd het orgel in zijn oervorm, in de Romeinse tijd en de vroege middeleeuwen, voor wereldlijke muziek gebruikt. Maar toen het zich aan het eind van de middeleeuwen begon te ontwikkelen naar het huidige instrument, gebeurde dat wel degelijk met kerkelijk gebruik in het achterhoofd. Het stond ook alleen maar in kerken. Dat is een heel andere ontwikkeling dan bij de piano.”

Fun, lol en vermaak

Wat vindt u dan van kerkmuziek van mensen als Antoine Oomen? Muziek die toch van een heel ander kaliber is dan veel opwekkingsliederen en waarbij soms piano en orgel afwisselend of samen klinken.

“Die doet me nog teveel aan popmuziek denken. Zo’n topper als ‘De steppe zal bloeien’, dat is toch geen kerklied? Ik vind het jammer dat Huub Oosterhuis met mensen als Oomen en Löwenthal in zee is gegaan. Bernard Huijbers, die ook voor hem schreef, had in ieder geval wel oog voor de joods-christelijke kerkliedtraditie en heeft ons nog een paar mooie melodieën nagelaten, hij wist in ieder geval waar Abraham de mosterd haalde.”

Uw composities klinken soms klassiek, soms gematigd modern, maar u hebt toch ook wel romantische muziek gecomponeerd. Bijvoorbeeld een orgelbewerking van het gezang ‘De Heer is mijn herder’.

“Je moet je als componist aanpassen aan de stijl van een lied. Zo’n romantische bewerking, zeg maar in de stijl van Brahms, kan bij zo’n negentiende-eeuws gezang heel goed. Zo heb ik ook een Frans-laat-romantische stijl toegepast bij mijn melodie voor het gedicht ‘Sainte’ van de Franse dichter Malarmé.”

Hoe kijkt u aan tegen de toekomst van de kerkmuziek?

“Met gemengde gevoelens. Op sommige plaatsen in het land gaat het goed, maar er zijn ook veel negatieve ontwikkelingen. Er is een nieuw liedboek in de maak dat wel een soort grootste gemeenschappelijke deler van allerlei kerkmuzikale stijlen zal worden. Veel mensen willen een leven van fun, lol en vermaak, ook in de kerk. Van de geloofsverdieping zoals ik die van vroeger ken, zie ik weinig terug. Al zijn er gelukkig positieve uitzonderingen. Ik vind het bijvoorbeeld positief dat een groep uit de gemeente van Goes onlangs voor geloofsverdieping een weekend naar de abdij van Chevetogne is geweest – al is dat ook wel weer iets modieus. Positief is ook de technische toestand van de meeste grote orgels in ons land. Ook de jongste lichting organisten heeft technisch veel in z’n mars, maar ik mis soms diepgang. Dat kan ook moeilijk als je je studie in vier jaar moet afronden.”

Na het gesprek laat Kees van Eersel zijn orgel horen. Een volle, stevige orgelklank vult de prachtige Maria Magdalenakerk. Maar het instrument kan ook fluisterzacht klinken, het is een veelzijdig orgel. Van Eersel is duidelijk in zijn nopjes met het instrument. En dat moet hij nu los laten.

“Daar zie ik best wel tegenop. Nu gaat het nog, maar ik ben er toch wel emotioneel onder. Het zal toch nog niet zo gemakkelijk voor me zijn om de sleutels van de kerk en het orgel in te leveren.” [ROEL SIKKEMA]

De organist Kees van Eersel werd op 15 augustus 1944 in Vlaardingen geboren. Zijn eerste lessen ontving hij van Gijs de Graaf, organist van de Grote Kerk in die plaats. Van 1960-1971 studeerde hij aan het Rotterdams Conservatorium orgel, koordirectie met bijvakken zang en viool en later compositie en hoofdvak piano. In 1959 speelde hij zijn eerste kerkdienst op een harmonium in de gereformeerde Hendrik de Cockschool in Vlaardingen-West. Na organistschappen in Vlaardingen, Rotterdam-Overschie en Delfshaven werd hij per 1 december 1974 benoemd tot organist van de Grote of Maria Magdalenakerk te Goes. Een jaar later richtte hij de Magdalena Cantorij op, waarna hij cantor-organist van deze kerk werd.

In de jaren 1975 en 1976 studeerde hij kerkmuziek en beiaard in Utrecht en Amersfoort. Per 1 december 1976 werd Kees van Eersel benoemd als stadsbeiaardier van Zierikzee en per 1 maart 1980 ook van Veere. Begin 1988 richtte hij het Zeeuws Vocaal Ensemble op.

Kees van Eersel schreef diverse composities, veelal voor zijn koren en veel bewerkingen van psalmen en gezangen. Ook schreef hij een losbladige improvisatie-instructie.

Hij wordt per 1 november opgevolgd door Arno van Wijk, nu nog organist van de Grote of Sint-Maartenskerk te Zaltbommel.

Het orgel In de jaren 1641-1643 bouwde de uit Engeland afkomstige William Deakens een orgel in de Goese Grote Kerk. Daarvan is nog de prachtige kas overgebleven. Het huidige orgel dateert uit 1970 en is gebouwd door de Deense bouwer Marcussen. Het oorspronkelijke plan van het kerkbestuur voorzag in een tweemanuaals orgel, maar de gemeente Goes wilde een volwaardig concertorgel en financierde een derde manuaal, waarvan het pijpwerk als echowerk achter het orgel werd opgesteld. In de jaren 1980-1985 werkte orgelbouwer BAG aan dit manuaal, waarbij het van een zwelkast werd voorzien en met strijkers en tongwerken werd uitgebreid.

De klank van het orgel is tegelijk helder en dragend, klassieker dan van veel andere Marcussenorgels uit die tijd. “Voor een deel komt dat omdat Marcussen zich oriënteerde op het historische pijpwerk, waarvan belangrijke delen nog aanwezig zijn”, zegt Kees van Eersel. “Zoals de prestanten van hoofdwerk, rugwerk en pedaal, de oude pijpen die nog steeds in het front staan.”

Bijzonder is de werking van het zwelwerk. Duidelijk is te horen dat de klank hiervan niet rechtstreeks de kerkruimte in gaat, maar indirect als het ware de hoek om komt. Dat geeft een bijzonder fraai muzikaal effect dat in deze vorm maar in weinig Nederlandse orgels wordt aangetroffen.

Mét toestemming overgenomen uit het Nederlands Dagblad.

© 2009 www.orgelnieuws.nl

© 2009 fotografie Gérard van Betlehem