Improvisatiecursus voor organisten – deel 5

In de vorige afleveringen van deze improvisatiecursus kwamen elementaire tips aan bod. Het ging over creativiteit, langzaam studeren, kort improviseren zodat je het totaal al spelend kunt overzien. In deel vijf gaan we andere mogelijkheden verkennen en is er een grotere rol voor de voeten weggelegd.

Ik hoorde overigens dat een collega deze cursus van een niveau kleuterschool vond. Die kritiek ervaar ik als een groot compliment:  kijk eens hoe kinderen als spelend leren, we kunnen er een voorbeeld aan nemen. Jammer dat het me  niet gelukt is het niveau peuterspeelzaal te bereiken … We  moeten worden als een kind, zo leerde Paulus ons al tweeduizend jaar geleden.

In de gespeelde voorbeelden hoor je langere improvisaties met dezelfde technieken. Ik blijf steeds dicht bij de tekst van de Psalm. Probeer zelf eens zo’n langere improvisatie.

In de improvisatie aan het eind van de aflevering improviseer ik over het prachtige Oud-Nederlands lied Ik wil mij gaan vertroosten. Het is een  lied over het lijden van Christus. Het wrange van dat lijden en de troost die dat lijden ons uiteindelijk brengt probeer ik in deze muziek te verbeelden. Inspiratie komt uit lied- en bijbelteksten.

Nieuwe elementen

Als nieuw element presenteer ik tweestemmige variaties met expres verkeerd gekozen toonladders. Speel met de rechterhand de toonladder van As tegen de melodietoon G in de linkerhand. 

De rol van het de voeten wordt groter, speel de melodie maar op een 2’ op het pedaal.

Ook neem ik een voorschot op de volgende aflevering die handelt over pedaalsolo’s. De notenvoorbeelden kun je gebruiken als een eerste aanzet voor experimenten met pedaalsolo’s

Er was een kleine verspreking in de video. Ik noemde Psalm 81 toen ik Psalm 86 bedoelde. Excuses daarvoor! Ik  hoop niet dat het bespelen van Remonstrantse orgel in Rotterdam mij doet afdwalen van mijn Calvinistische grondbeginselen!

Pedaalsolo’s

Het improviseren van pedaalsolo’s maakt je bewust van orgelspelen met de voeten. Dat komt het improviseren met handen en voeten tesamen ten goede. Ga er maar eens mee experimenteren. Doe ook de oefeningen met pedaal uit de vorige afleveringen opnieuw. Als je de melodie in het pedaal speelt, kun je proberen hier en daar een ornament of andere omspeling toe te voegen!

Pedaalsolo’s komen frequent voor in orgelwerken. Als je je verder wilt oriënteren kun je de volgende stukken raadplegen.

Voorbeelden in werk van Bach

Allereerst in de nummers 5 BWV 557 en 8 BWV 560 van de Acht kleine Präludien und Fugen, waarschijnlijk ten onrechte toegeschreven aan Johann Sebastian Bach. In de werken van Johann Sebastian Bach vind je ze in: BWV 531, BWV 540, BWV 549, BWV 550 en BWV 564.

Opvallend is dat de solo in de Toccata in F BWV 540 twee maal voorkomt, deze solo bestaat uit zestiende noten, zonder rusten, alleen de laatste noot van de eerste solo is een achtste.

In BWV 549 zie je motieven die door rusten worden gescheiden. De Toccata in C BWV 564 heeft een uitgebreide pedaalsolo met veel motieven, rusten en ritmische variëteit. Analyseer dat maar eens. Analyseer ook hoe Bach in al die solo’s de omvang van het pedaal gebruikt: vaak begint hij in het midden om vervolgens naar andere kant te gaan.

In het Praeludium in D BWV 532 is de korte pedaaltoonladder meteen deel van de dialoog tussen voeten en handen. In de bijbehorende Fuga is er net voor het eind een pedaalsolo die het gehele klavier gebruikt. 

Bruhns en Böhm en later

In de grote G-Dur van Bruhns vind je een pedaalsolo, evenals als in het Praeludium in C van Böhm. Het Präludium in d van Pachelbel biedt ook aanknopingspunten. Kijk bij Bruhns ook eens naar het korte Präludium in e.

Wat dacht je van de Final in Bes van Franck, een solo die motivisch en melodisch is en bovendien twee maal voorkomt. Het prachtige Nun komm der Heiden Heiland van Distler opent met een schitterende pedaalsolo. Je kunt daar zien hoe je een pedaalsolo op een koraal kunt maken.

Post en Van der Horst

Nog een voorbeeld daarvan? Partita sopra de Lofzang van Maria van Piet Post. De teksten staan bij elke variatie. In de pedaalsolo laat Post horen hoe machtigen van hun troon worden verstoten en hoe nederigen worden verhoogd. Een van mijn absolute favorieten!  Ik ben erg op die Partita van Post gesteld.

Boeijenga gaf enige tijd geleden de Toccata en Fuga in C van Piet Post uit, veel pedaalsolo’s die voortreffelijk werken. Ik wil hier een lans breken voor de muziek van Post. Heerlijke muziek om te spelen! En wat een inspriatiebron voor het improviseren is zijn oeuvre!

Mijn favoriete pedaalsolo’s uit de literatuur vind je in de Toccata in de Suite in modo conjuncto van Anthon van der Horst. Analyseer eens hoe hij de omvang van het pedaal geebruikt, hoe het ritme zich ontwikkelt.

Analyseren

Ik heb veel geleerd van het analyseren van voorbeelden, ook waar het pedaalsolo’s betreft. Stel jezelf de vraag hoe de componist met tooonhoogten en de klank van het pedaal omgaat. Hoog, laag, lang, kort, luid, zacht? Probeer de gewonnen inzichten te vertalen naar een eenvoudige, korte solo.

Download hier de voorbeelden als pdf

Lees ook
Improvisatiecursus voor organisten - deel 4