Knipscheer-orgel Hippolytuskerk Hippolytushoef gerestaureerd

© foto Kors Jan Snoeij

Op zondag 12 juni presenteert de Protestantse Gemeente Wieringen het gerestaureerde Knipscheer-orgel van de Hippolytuskerk in Hippolytushoef aan het publiek. De werkzaamheden aan het instrument zijn tussen eind oktober 2021 en medio april van dit jaar uitgevoerd door orgelmaker Bakker & Timmenga uit Leeuwarden.

De invoering van de Vervolgbundel op de evangelische gezangen in 1869 was wellicht aanleiding voor de Hervormde gemeente van Hippolytushoef om een orgel aan te schaffen. De Hippolytuskerk beschikte tot dan toe niet over een pijporgel. In januari 1870 kwam er een aanbod van Knipscheer uit Amsterdam aan de orde in de vergadering van kerkvoogden en notabelen. Het bestuur startte een geldwervingsactie, maar in april 1870 bleek Knipscheer het instrument verkocht te hebben.

Er was evenwel een ander orgel beschikbaar voor het bedrag van 1.570 gulden, bijna het dubbele van het eerder beoogde werkstuk. Men spaarde vlijtig door en ging tot aankoop over. De gebroeders Knipscheer leverden snel: de ingebruikneming volgde al op 6 november 1870.

Verplaatst

In 1893 stortte het koor van de kerk in. Pas na drie jaar was er geld voldoende beschikbaar voor herstel van de kerk en een verbouwing. Men breidde het orgelbalkon naar voren uit en verplaatste het orgel. Waarschijnlijk kreeg de orgelkas hierbij zijn huidige afwerking in een bruine houtimitatie. De oorspronkelijke onderliggende laag, die op meerdere plekken nog goed is te zien, was roodbruin.

Het Knipscheer-orgel (voor de restauratie) op de in 1902 aangebrachte balustrade | © beeld RCE

In 1974 was opnieuw een kerkrestauratie de aanleiding om het orgel aan te pakken. Te oordelen aan de summiere archiefgegevens, vormde het herstel door orgelmaker Albert de Graaf de eerste uitgebreide werkzaamheden aan het instrument sinds de bouw. Klaas Bolt trad op als adviseur. De Graaf voorzag de windlade van hechthouten platen over de oude sponsels heen. Ook plaatste hij een nieuwe windmachine en werkte hij aan het handklavier. Het orgel werd begin februari 1977 weer in gebruik genomen.

Herstelplan

In 2010 rapporteerde Bakker & Timmenga, die het orgel in onderhoud had, aan de kerkrentmeesters een matige staat van onderhoud en de noodzaak van groter herstel op langere termijn. Het bestuur vroeg in 2019 een beknopte rapportage aan bij de Commissie Orgelzaken van de Protestantse Kerk in Nederland. Cees van der Poel voerde het onderzoek daarvoor uit en breidde het rapport in hetzelfde jaar uit tot een herstelplan.

Na een offerteronde gaven de kerkrentmeesters het werk eind oktober 2020 in opdracht aan Bakker & Timmenga. Op Paasmorgen 2022 klonk het orgel weer voor het eerst in de eredienst.

Restauratie 2022

De orgelkas is geheel gereinigd en grotere beschadigingen aan de kas hersteld. Kierende panelen in deuren en luiken zijn gedicht, het hang- en sluitwerk in orde gemaakt. De frontpijpen zijn gepoetst en de labia daarvan van nieuw bladgoud voorzien. Het blinderingswerk is gefixeerd en ontbrekende stukjes aangevuld en verguld. In eigen beheer is de orgelkas verankerd aan de achterliggende wand.

Het handklavier is gereviseerd: het beleg goed bevestigd waar nodig, het stootkussen vernieuwd, de klavieromlijsting gerepareerd, schoongemaakt en in de was gezet.
Het pedaalklavier kreeg nieuw dempingsmateriaal, de veren zijn ontroest. De orgelmaker verwijderde de verf van het klavierraam en zette het, naar andere Knipscheer-voorbeelden, in de was. In de lessenaarsbak kwam een nieuw ledarmatuur.

Gerestaureerde klaviatuur | © foto Kors Jan Snoeij

Het koppelwellenbord is gereviseerd. Er is een veerconstructie op de abstracten naar de toetsen aangebracht zodat deze niet permanent meelopen wanneer alleen het het handklavier wordt bespeeld. Het wellenbord onder de windlade is voorzien van nieuwe, dunnere stiften; kromme abstracten zijn vervangen in hemlock. Het draadwerk van de abstracten is vernieuw, evenals de festonnering en er zijn nieuwe leermoeren aangebracht.

De orgelmaker heeft de dempkist en verplaatst de aanwezige klepregulatie (niet van Knipscheer) vervangen door een regelgordijn. Er is een nieuw houten kanaal aangebracht naar de magazijnbalg. De dubbelvouws magazijnbalg is geheel uiteengenomen, schoongemaakt en opnieuw beleerd, beplakt met nieuw papier, de deksels van nieuwe pakking voorzien. De twee schepbalgen zijn buiten gebruik gebleven en vastgezet. De houten vervoerplanken voor de frontpijpen zijn voorzien van nieuw afdichtingspapier.

De windlade is voorzien van nieuwe pulpeten. Een forse overloop tussen twee cancellen is gedicht. Het pijpwerk is schoongemaakt en gerepareerd waar nodig; er moesten tientallen gecorrodeerde pijpvoeten worden vervangen. De pakking van de hoeden van de metalen gedekten (grotendeels kranten uit de bouwtijd) zijn van een nieuwe papierpakking voorzien. Bij de documentatie van het pijpwerk bleek dat het orgel op enig moment een hogere stemtoon dan de oorspronkelijke (waarschijnlijk 430 Hz) kreeg, het pijpwerk is overduidelijk uit de losse hand ingekort. Ook zijn er veel kleine kernsteken aangetroffen die van na de bouwtijd dateren. Bij deze restauratie was op alle punten terughoudendheid het uitgangspunt, latere veranderingen zoals lengte pijpen en extra kernsteken zijn gebleven. Na herplaatsing van de pijpen is de intonatie nagelopen. 

Het gerestaureerde Knipscheer-orgel | © foto Kors Jan Snoeij

Ingebruikname

De heringebruikname vindt plaats op zondag 12 juni om 15.30 uur (kerk open vanaf 15.00 uur). Dan zal ook de brochure 150 jaar Knipscheer. Een monumentaal orgel in Hippolytushoef worden uitgereikt die organist Kors Jan Snoeij maakte ter gelegenheid van het herstelwerk.

Dispositie

registers in volgorde vanaf het front

Manuaal C–f³

Prestant 8

C–F hout, open, afgevoerd; Fis–b¹ in het front; h¹–f³ op de windlade.

Bourdon B 8

C–h⁰ hout, gedekt, afgevoerd.

Viola de Gamba D 8

metaal; c¹–gis¹ expressions, a¹–f³ op lengte gesneden.

Bourdon D 8

c¹–f³ metaal, gedekt, zijbaarden.

Octaaf 4

metaal; C–gis⁰ expressions, a⁰–f³ op lengte gesneden; C–c⁰ zijbaarden.

Fluit 4

C–H hout, gedekt; c⁰–f³ metaal; c⁰–h¹ gedekt; c²–f³ conisch.

Cornet D IV

samenstelling: c¹​ 4 – ​2⅔ -​2 – ​1⅗
register op de windlade geplaatst; gehele register op lengte gesneden.

Quintfluit 2⅔

metaal; C–h⁰ gedekt, op lengte gesneden.

Octaaf 2

metaal; C–G expressions, Gis–f³ op lengte gesneden.

Mixtuur II-IV

metaal, op lengte gesneden; samenstelling:
C​​​​​: 1⅓ – ​1
c​​​​0: 2 – ​1⅓ -​1
c¹​​: 4 ​- 2⅔ – ​2 – ​1⅓
c²​: 5⅓ – ​4 – ​2⅔ – ​2

Pedaal C–g
aangehangen

Werktuiglijk register
Ventiel

Toonhoogte: a¹ = 435 Hz bij kamertemperatuur
Winddruk: 68 mm waterkolom
Stemming: evenredig zwevend

Tekst: Cees van der Poel