Laurenskerk Rotterdam komt dit jaar met grootse orgelplannen

marcussen hoofdorgel laurenskerk rotterdam

De Laurenskerk in Rotterdam komt dit jaar met stevige orgelplannen. De kerk wil een middelgroot koororgel laten maken, bespeelbaar vanaf een vrijstaande speeltafel. Het instrument moet een ‘hyperorgel’ worden, waarop de speler elke pijp en elk register op iedere gewenste manier kan manipuleren.

De kiem voor de plannen werd enkele jaren geleden gelegd, toen de kerk het overbodig geworden Pels-orgel (34/IIIP) van de voormalige Heilige Familiekerk in Rotterdam kreeg aangeboden. Naar aanleiding daarvan is er een speciale commissie ingesteld, met onder meer titulair organist Hayo Boerema en andere experts.

Het nieuwe orgel zal gebaseerd worden op het pijpwerk van het Pels-orgel. Men werkt daartoe samen met orgelmaker Elbertse uit Soest. Voorbeelden zijn het Utopa-orgel van Elbertse in het Orgelpark in Amsterdam en het recente koororgel van Klais in de St. Petrikerk van Malmö. Beide instrument zijn uitgevoerd als hyperorgel.

Wat is een hyperorgel?
Een orgel waarin het door toepassing van digitale technologie mogelijkhed is om controle uit te oefenen op alle individuele klankbronnen wordt wel een hyperorgel genoemd. De term, in het Engels hyperorgan, is afkomstig van de Amerikaan Randall Harlow. Door elke orgelpijp van een eigen ventiel en magneet te voorzien, wordt het in combinatie met digitale techniek mogelijk om bijvoorbeeld nieuwe klanken samen te stellen, om de attack en release van de tonen tijdens het musiceren te manipuleren of om de windtoevoer te veranderen. Ook is het mogelijk om het orgel te bespelen met touchscreens, laptops en andere interfaces.

In het koor van de Laurenskerk vinden veel activiteiten plaatsen waaronder (koor)concerten en tal van diensten zoals evensongs. Daarmee groeide ook de behoefte aan uitbreiding van het instrumentarium naast het koororgel (8/aP) van Marcussen uit 1963.

Renovatie hoofdorgel

De plannen reiken verder dan het koororgel. Het hoofdorgel van Marcussen (1973), Nederlands grootste orgel (85/IVP), is toe aan een grondige renovatie. Deze moet plaatsvinden na oplevering van het nieuwe koororgel.

Het orgel zal dan goeddeels ontmanteld moeten worden. Dat biedt tevens de gelegenheid om het instrument geschikt te maken voor bespeling vanaf de nieuwe speeltafel in het koor. Mogelijk worden dan ook enkele nieuwe registers toegevoegd.

Speeltafel van het nieuwe ‘hyperorgel’ van Klais in de St-Petri Kerk te Malmö, dat onder meer dient als inspiratie voor de orgelplannen van de Laurenskerk in Rotterdam

In een interview met ORGELNIEUWS liet Hayo Boerema in 2013 al doorschemeren dit hij het hoofdorgel graag voorzien zag van een tweede speeltafel en setzer. ‘Daarnaast moet er goed gekeken worden naar de klankopbouw van het orgel. Er zitten een paar flinke missers in het concept (naar mijn mening, zeg ik er bij) die zonder al te grote ingrepen op te lossen zijn. Denk daarbij aan het gebrek aan grondtoon, het gemis van de Hobo, het pedaal dat te zacht is etc.’

‘Het bijzondere van dit orgel is dat het ondanks deze gebreken toch zeer veel fraais te bieden heeft. Dat roept dus juist de vraag op in hoeverre je wel moet ingrijpen in het bestaande. We moeten dus zoeken naar een concept waarbij er zo weinig mogelijk ingegrepen wordt.’

Orgelparadijs

Andries Ponsteen, voorzitter van de orgelcommissie en secretaris van de Laurenskerk, over de plannen: ‘We doen het in stappen, want het gaat natuurlijk veel geld kosten. De komende jaren het nieuwe koororgel, daarna het hoofdorgel. De Laurenskerk heeft een reputatie opgebouwd als orgelkerk, we willen graag een ‘orgelparadijs’ worden’. 

De plannen zullen naar verwachting medio 2020 officieel gepresenteerd worden.

Lees ook
SNEEP I - Heilige Familie

6 Comments

  1. Ik meen me te herinneren dat een paar jaar terug door een gerennomeerde musicus in een andere kerk als ‘1-aprilgrap” een dergelijk grootschalig project werd geponeerd op facebook. Toen ging ik er te vuur en te zwaard tegenin omdat ik vond dat het orgel ook in huidige toestand al meer dan genoeg te bieden had, op wat kleine aanpassingen in dispositie- en intonatie na.
    Geweldig als men een orgel aangeboden krijgt en het kan een hiaat in de liturgie opvangen. Ook geweldig dat men dit met 21e-eeuwse visie wil gaan doen, de technieken zijn onuitputtelijk. Op zich is daar niks mis mee maar ook hier wil ik wel aangeven dat in dergelijke droomprojecten ook een gevaar schuilt om een hyperinteractieve “orgelspeeltuin” te willen creeëren van onbegrensde mogelijkheden. Het gevaar is dat men het spreekwoordelijke “in de beperking betoond zich de ware meester” niet meer ziet als belangrijke factor in het musiceren. Dat schreef ik ook over de “1-aprilgrap”.
    Toch heb ik daar toen nog over nagedacht, met het oog op de toekomst. Rotterdam is per definitie een innovatieve en hypermoderne stad en een dergelijk project past daar wel bij. Ik heb alleen wel een paar grote vraagtekens. Niet conservatief of negatief bedoeld overigens maar ik maak mij zorgen over het feit dat men het concept van het hoofdorgel toch ook wil aanpassen in de zin dat digitaliseren van een mechanisch orgel met ongekend grote zorg dient te geschieden met het oog op het bespeelbaar maken vanaf een andere speeltafel. Als dat niet gebeurt met de duurste en beste technieken, zou je grote problemen kunnen krijgen omdat het instrument daar niet voor gebouwd is destijds. Dat geldt ook voor het registerapparaat.
    Daarbij plaats ik mijn vraagtekens of het wel zo handig is om een speeltafel in het koor te hebben en daarmee het hoofdorgel aan te sturen vanwege de afstand. Ik hoop dan wel dat men de speeltafel als heel mobiel opzet. Daarbij gaat er ook wel iets van de “magie” verloren van de niet zichtbare organist die boven zit tijdens een concert. Anderzijds geeft het ook weer mogelijkheden om als organist het spel zelf beneden mee te kunnen beluisteren. Een setzer is altijd een must.
    Daarbij geloof ik dat je ook niet al teveel moet ingrijpen in het concept van Marcussen. We spreken er nu schande van dat men in de 19e eeuw zoveel orgels ombouwden door een veranderde tijdgeest met in het begin van de 20ste eeuw een bedroevend dieptepunt, terwijl men toen dacht dat de moderne techniek hen het rechtvaardigde, orgels om te bouwen.
    Een Fagot-Hobo 8′ op het zwelwerk, een Bourdon 16′ en een mooie overblazende, rijke fluit 8′ op hoofdwerk en een Bazuin 32′ die op een hogere lade wordt geplaatst zodat de bekers uit de torens steken en een Subbas 32′ die de Bazuin 32’ versterkt zo mijns inziens voldoende zijn en een zwelbaar borstwerk voor de Voix Humaine (die naar mijn bescheiden mening toch het mooist tot haar recht komt op een zwelwerk, hoog in het orgel) is zo gek nog niet.
    Maar verder als dit moet je beslist niet gaan mijns inziens. Het enige wat je nog zou kunnen overwegen is een voorzichtige herintonatie van grondstemmen om deze meer grond te geven, maar met uiterste voorzichtigheid voor het huidige concept. We weten namelijk niet of de inzichten nog weer eens zullen omslaan over 60 jaar als de meesten van ons al niet meer leven, en dat men van een dergelijk project zegt, “wat een cultuurverspilling was dit.”
    Men dient echt te bedenken en ongelooflijk goed na te gaan wat de wérkelijke meerwaarde zal zijn. Misschien is de liturgische context over 20 jaar alweer dermate veranderd dat alles dan als overbodig wordt beschouwd.
    Nogmaals, ik ben niet tegen innovatie en het dromen over de toekomst maar het dient ongekend zorgvuldig te geschieden met respect voor het bestaande.

  2. Elk orgel heeft een eigen karakter. Een Marcussen is geen Müller of Maarschalkerweerd, een leeuwerik geen (de) lijster. Kom nog maar eens luisteren naar dat orgel met ‘veel geluid’. Het heeft zo’n specifieke eigen klank. En ja, er hangt ook een schitterend transeptorgel. Van harte welkom hoor.

  3. Ik meen te weten dat er ook een Transeptorgel ooit klonk in een radiouitzending.
    Zelf ben ik maar één keer in deze kerk geweest en het was veel geluid, maar ik ken kleinere orgeltjes met veel meer karakter.

    • Juist het transeptorgel heeft een geweldige allure en karakter. In de jaren 60 was het wekelijks te horen tijdens de Zondagavondzang van de NCRV, George Stam aan het orgel, genieten!.

  4. En die grootse orgelplannen werden ingeluid tijdens het spectaculaire Benefietconcert op zondag 22 december. Hayo Boerema (o.a. de “BWV 543”) en Jan Hage bespeelden het orgel. Sofia Samarskaya en Renske Luijten de première van ‘Tremblement 5:43’ op koor- en hoofdorgel. En indrukwekkende bijdragen van Dick de Graaf op saxofoon en het Do-mu-koor van het Koninklijk Conservatorium o.l.v. Jos Vermunt. 5 4 3, het aftellen is begonnen. Hyper-de-piep!

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.