Monumentenstatus voor Flentrop-orgel (1955) Grote Kerk Wageningen

Het Flentrop-orgel in de Grote Kerk te Wageningen | © foto Frits Huijbers

Het Flentrop-orgel uit 1955 in de Grote Kerk te Wageningen is door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) opgenomen in de lijst van orgels van monumentale waarde. Dat is gebeurd op verzoek van Stichting Gelderse Kerken, eigenaar van het kerkgebouw.

Daarmee is opnieuw een naoorlogs orgel toegevoegd aan de lijst van een kleine 1.500 orgels. De RCE kan de monumentenstatus toekennen aan een orgel mits het onderdeel is van een rijksmonumentaal gebouw, het ouder is dan 50 jaar en van belangrijke culturele waarde is.

Jonge monumenten

Het drieklaviers Wageningse Flentrop-orgel wordt gezien als één van de representatieve voorbeelden uit de Wederopbouwperiode. In de afgelopen jaren is meer aandacht voor deze orgels gekomen.

Zo staan op de lijst onder meer de Flentrop-orgels van de Grote Kerk in Doetinchem (1952) en het Leeuwenbergh Gasthuis in Utrecht (1954, tijdelijk in de Grote Kerk te Zwolle) en de Marcussen-orgels in de Nicolaïkerk in Utrecht (1953 en 1957). Ook nog jongere instrumenten als in de Christus Triumfator te Den Haag (Verschueren, 1964) en de Hervormde Kerk in Oude Tonge (Frobenius, 1966) hebben een monumentenstatus verworven.

Flentrop-orgel

De Grote Kerk in Wageningen heeft in de Tweede Wereldoorlog tot twee keer toe zwaar te lijden gehad onder oorlogsgeweld. Na de verwoesting in 1940 bouwde Flentrop tussen 1941 en 1943 een nieuw, mechanisch drieklaviers orgel. In 1945 raakte het orgel zwaar beschadigd na het opblazen van de kerktoren. Bij de bouw van het huidige orgel in 1955 konden de klaviatuur en een deel van het pijpwerk van het Rugwerk worden hergebruikt.

Het orgel telt nu 35 stemmen verdeeld over Hoofdwerk, Rugwerk, Borstwerk en Pedaal. In technische aanleg en klankbeeld is het instrument goed bewaard gebleven. 

Lees ook
Heringebruikneming Flentrop-orgel Grote Kerk Wageningen