‘Nieuw’ 18e-eeuws orgel voor Johanneskerk Laren

Het Titz-orgel in de Johanneskerk te Laren (NH) | © foto Jaap Huttenga

De onlangs gerestaureerde Johanneskerk in Laren beschikt sinds kort over een 18e-eeuws orgel. Op zondag 23 mei wordt het instrument in gebruik genomen. Het is afkomstig uit de Evangelisch Lutherse Kerk te Hilversum.

Dit jaar bestaat de Johanneskerk in Laren 500 jaar. Ter gelegenheid daarvan werd in 2019 gestart met het project ‘Johanneskerk 500 jaar’. Doel van dit project was onder andere het opnieuw restaureren van de kerk, de toren en het interieur. In dit kader kon ook een ‘nieuw’ orgel worden geplaatst. Het is afkomstig uit de Evangelisch Lutherse kerk aan de Bergweg te Hilversum die vorig jaar werd gesloten. Het orgel is door de Evangelisch-Lutherse gemeente geschonken aan de Johanneskerk, zodat het instrument voor ’t Gooi behouden blijft.

Geen Weidtman

Het instrument is lange tijd toegeschreven aan de orgelmakersfamilie Weidtman uit Ratingen. Hoewel het onderzoek naar de geschiedenis van dit historische orgel nog niet is voltooid, staat het vrijwel vast dat de toeschrijving aan Weidtman niet correct is. 

Het orgel werd in 1733/34 voor de Kapel in’ t Zand te Roermond gebouwd door de op dat moment in Neuenhoven gevestigde orgelmaker Henricus Titz (ca. 1700-1759). Hij was de stamvader van een orgelmakersgeslacht dat tot aan het begin van de negentiende eeuw veelvuldig in het Nederlands-Duitse grensgebed werkzaam zou zijn. Het is overigens wel aannemelijk dat Titz een leerling van Thomas Weidtman (1674-1745) was, want de afstand tussen Neuenhoven en Ratingen is slechts 35 kilometer.

Henricus Titz vestigde zich in 1750 in Korschenbroich en bouwde van daaruit onder andere orgels in de Kruisherenkloosters van Brüggen en Venlo. Het orgel van Brüggen bleef in gewijzigde vorm bewaard; van het Venlose orgel resteert slechts de orgelkas. Deze bevindt zich sinds 1803 in de parochiekerk van Walbeck (D).

Het orgel dat Henricus Titz voor de Kapel in ’t Zand van Roermond bouwde, is het vroegst bekende orgel van zijn hand. Uit een brief van Meister Henricus Titz van 22 november 1733 aan de organist van de Kathedraal in Roermond blijkt dat hij het orgel na de winter naar Roermond zou overbrengen en in de Capelle mit groot welbehagen van sijn Bisschoplicke genaden ende de H.H. Kerckmeisteren [Gemeentearchief Roermond, Oud-Archief (archiefnummer 1001), inventarisnummer 1317] opstellen. Het orgel zal dus in 1734 zijn voltooid.

Lotgevallen

Helaas is over de aanleg en vroegste geschiedenis van het orgel verder nog niet veel bekend. De Kapel in ’t Zand, was tussen 1798 en 1800 op last van de Franse bezetter met tussenpozen gesloten, maar werd in 1802 weer geopend als hulpkerk van de Kathedraal. Zowel de orgels van de Kathedraal als de Kapel in ’t Zand waren aan het beging van de negentiende eeuw bij de Weertse orgelmaker Johannes Beerens (1742-1808) in onderhoud. Daarna verzorgde de organist het onderhoud (grotendeels) zelf. In 1842 maakte orgelmaker Franciscus Josephus Louvigny (1794-1878) twee nieuwe balgen voor het orgel van de Kapel in ’t Zand. Na zijn dood ging het onderhoud over op de firma Gebr. Franssen.

In 1895 begon de bouw van de thans nog bestaande kapel, die over de oude heen werd gebouwd. De kerkdiensten konden zodoende lang doorgang vinden, maar op enig moment moet het orgel toch zijn gedemonteerd. Met gebruikmaking van de oude kas en een groot deel van het oude pijpwerk realiseerden de orgelmakers Franssen een tweeklaviers instrument met vrij pedaal. De frontpijpen werden vervangen en de indeling van het front gewijzigd.

Verkocht en gereconstrueerd

Tien jaar later bleek het orgel toch niet te voldoen, en leverde Franssen een geheel nieuw instrument. Het oude werd verkocht en kreeg een nieuwe bestemming in het Sint-Aloysiusgesticht in Amsterdam. In 1942 plaatste A. Standaart het instrument in het kerkgebouw van de Vrijzinnig Hervormden te Hilversum. In de jaren daarna werd de Trompet 8’ vervangen door een Sesquialter. 

In 1970 ging het kerkgebouw over in andere handen, en werd het orgel te koop aangeboden. Uiteindelijk kon in 1978 worden gestart met de reconstructie van het instrument. Deze werd uitgevoerd door Verschueren Orgelbouw onder advies van Onno Wiersma en Hans van der Harst. Op 21 maart 1980 vond de ingebruikneming plaats. 

Overplaatsing

De overplaatsing naar de Johanneskerk in Laren werd uitgevoerd door Elbertse Orgelmakers en Verschueren Orgelbouw. Het bestaande Strubbe-orgel (1981) is verkocht naar een kerk in Warschau (Polen). 

Titz-orgel | © foto Jaap Huttenga
Ingebruikname en presentatie

In de kerkdienst op Eerste Pinksterdag wordt het Titz-orgel in gebruik genomen. Tjalling Roosjen, organist bij de Protestantse Gemeente Laren-Eemnes, speelt dan koraalbewerkingen van ‘Komm, heiliger Geist, Herre Gott’. Op zondag 4 juli om 15.00 uur speelt hij ook een presentatieconcert, waaraan meewerkt de sopraan Lucia van Vugt. In de zomer zijn de nodige organisten en beiaardiers te horen in de Johanneskerk: Ko Zwanenburg, Klaas de Haan, Rien Donkersloot, Bob van der Linde en Pieter Dirksen. Alle informatie, ook over toegankelijkheid en/of livestreams, wordt actueel gehouden op johanneskerk500-laren.nl.

Dispositie

Manuaal CD-c3
Hollpfeife 8
Prestant 8 Disc.
Prestant 4
Flöte 4
Octave 2
Mixtur 3 fach
Sesquialtera 2 fach Bass / Disc.

Pedaal CD-g
Aangehangen

Toonhoogte: a1=415 Hz
Temperatuur: naar Lambert Chaumont (1695)
Winddruk: 70 mm Wk

© fotografie Jaap Huttenga