Orgeln in Deutschland – Göttliche Musik RECENSIE

Martin Balz – Orgeln in Deutschland – Göttliche Musik. 73 orgels in kleurenfoto’s met dispositie en korte beschrijving. 204 blz. geb. 3806220629 € 54,50

[button link=”http://www.orgelshop.nl/orgelnieuws” target=”_new” style=”large” title=”BESTELSERVICE”][/button]

Zo’n dertig jaar geleden kwam de aandacht voor monumenten goed op gang. We hadden het Monumentenjaar 1975 en vele publicaties zagen het licht. Zo was er de goed verzorgde serie “Kijk op…”, waarin de schoonheid van de provincies beschreven werd, maar eveneens werd op aparte soorten monumenten de aandacht gevestigd door boeken als “Kijk op kerken” en “Kijk op molens”. Het waren stuk voor stuk populair wetenschappelijk opgezette delen met beknopte maar juiste informatie en veel beeldmateriaal. “Kijk op orgels” is er nooit gekomen, al zouden we de platenboeken van bijvoorbeeld Carel van Gestel (“Luisterrijk” en “Orgelrijk”) wel als een voorbeeld daarvan kunnen beschouwen.

Het is vermoedelijk dit uitgangspunt (het aan een blanco maar wel geïnteresseerd publiek inzicht geven in de monumentale status van het orgel) geweest dat de Gesellschaft der Orgelfreunde (GdO) heeft doen besluiten de hoofdredacteur van haar eigen orgaan Ars Organi, Martin Balz, de opdracht te geven een dergelijk werk te maken over het Duitse orgel.

Het moet gezegd, Balz is hier goed in geslaagd. In het kloeke formaat waardoor dit soort boeken het terechte predikaat ‘salontafeldecoratie’ verdient, ziet het er allemaal aantrekkelijk uit. De foto op de omslag toont ons het imposante Sauerorgel van de Berlijnse Dom, voorwaar geen slechte keus als het gaat om het weergeven van een typisch Duits orgel uit de hoogconjunctuur van de Duitse orgelbouw. Voordat het grote plaatjes kijken kan beginnen, schetst Balz in enkele korte hoofdstukken een goed beeld van de technische ontwikkeling van het orgel en haar plaats in de (voornamelijk kerkelijke) cultuur. Hierna volgt, zeer globaal uiteraard, de geschiedenis van het heterogene Duitse orgellandschap waarbij uiteraard ook de opvallende architectonische verschillen (ook in relatie tot de muziek!) worden besproken. Tot slot is er dan nog een, o.i. iets té bescheiden, hoofdstukje over Duitse orgelmuziek. Als de GdO dan toch zo luxe bezig is, had er best wel een klein cd’tje bij gemogen waarop enkele in het boek genoemde orgels zijn te beluisteren.

Hierna volgt dan (telkens over twee bladzijden) een portret van een belangrijk orgel, in totaal zijn het er ruim 70. Om ons niet te laten verdwalen, heeft Balz zijn land ingedeeld in vier tamelijk kunstmatige zones: Noord-Duitsland, Sachsen en Thüringen, West- en Zuidwest-Duitsland en tenslotte Zuid-Duitsland. Per ‘regio’ worden de orgels chronologisch opgesomd. Het accent ligt duidelijk bij de oude (d.w.z. vroeg 19e eeuwse en daarvoor) orgels. Voor de keuze van de instrumenten nam Balz als maatstaf dat ze zo oorspronkelijk mogelijk moesten zijn. Maar ja, wat is oorspronkelijk? Is het beroemde orgel in Naumburg niet eigenlijk een reconstructie? En is ook een later orgel als het Stahlhuthorgel van Maria Laach (1910) niet eerder een nieuw Klaisorgel “met gebruikmaking van…” Overigens geeft Balz zelf al in zijn voorwoord aan hoe ondankbaar het is om een zo rijk en groot orgelland als Duitsland te moeten comprimeren in 4 regio’s en ruim 70 artefacten. Iedere goed ingevoerde orgelliefhebber zal meteen kritiek hebben op zijn keuze, zal bepaalde orgels missen, andere weer afdoen als overbodig. In eerste instantie zijn wij ook geneigd toch te betreuren dat met name aan de 20e eeuw iets te gemakkelijk voorbij wordt gegaan. Het Riegerorgel van de Katherinenkirche in Frankfurt wordt nu als zijnde maatgevend voor andere moderne Duitse orgels getoond , ofschoon Rieger natuurlijk een Oostenrijks bedrijf is. De opmerkelijke fronten (én instrumenten) van makers als Vleugels en Winterhalter missen wij bijvoorbeeld. Juist een accent op de moderne orgelbouw zou de argeloze lezer kunnen overtuigen dat de orgelcultuur niet iets is van vroeger, maar nog steeds actueel is. Dat het nog steeds spannend is om een nieuw orgel te gaan horen, bespelen en beoordelen. Dat er nog steeds nieuwe orgelmuziek wordt geschreven. In het historische overzichtje van de frontarchitectuur missen we bijvoorbeeld ook de nogal revolutionaire ideeën van iemand als Johannes Klais die decennia lang met zijn doordachte ‘Freipfeifenprospekte’ de orgelbouw inspireerde, tot in de USA (Holtkamp!) aan toe.

Het gehele boek (208 blz.!) is gedrukt op glanzend 120 grams papier, de gehele opmaak verraadt de grootst mogelijke zorg. De informatie bij de orgels is beknopt maar wel voldoende. Bovendien besluit elke beschrijving met de vermelding van de actuele dispositie.

Blikvangers zijn natuurlijk de foto’s, dus daar mag best apart nog wel iets over gemeld worden. De foto’s komen uit een enorme hoeveelheid bronnen, er is dus niet één fotograaf aan de slag geweest. Dat maakt dat de kwaliteit erg wisselt. Bij een eerste beschouwing ziet alles er prachtig uit, dat moet natuurlijk ook, want de makers willen dat een dergelijke beeldband zichzelf verkoopt. Bij nadere beschouwing vallen hier en daar onscherpte op (wellicht te sterk uitvergrootte foto’s?), maar ook een te groot contrast (Schwerin) en het op orgelfoto’s toch zo vaak hinderlijk aanwezige blauwzweem (Dillingen). Bij een enkele foto is zelfs geflitst (Zitschau). Storend is, dat sommige orgels fotografisch niet in de context van de kerkarchitectuur zijn gefotografeerd. Van het virtuoze front van Weingarten zien we amper de helft, evenzo geldt dit voor Altenburg. Van de meeste orgels is weliswaar het pijpenfront compleet zichtbaar, maar meer ook niet. Daarnaast zijn er ook enkele fotografische juweeltjes bij (Abbenrode, Düsseldorf).

De bezoekers van www.orgelnieuws.nl zullen zich over het algemeen willen scharen onder de noemer ‘doorgewinterde orgelliefhebber’. Voor deze doelgroep heeft het boek misschien niet erg veel nieuws te bieden, maar desondanks kan het als glossy naslagwerk toch zeker goede diensten bewijzen, zeker als je het eens uitleent aan een, op orgelgebied, argeloze kennis of buurman/buurvrouw. Weer eens wat anders dan een kopje suiker. [AART DE KORT]

[button link=”http://www.orgelshop.nl/orgelnieuws” target=”_new” style=”large” title=”BESTELSERVICE”][/button]

© 2008 www.orgelnieuws.nl