RECENSIE Caleidoscoop – Gerben Mourik – Van den Heuvel-orgel Lunteren

Gerben Mourik die het Van den Heuvel-orgel in Lunteren presenteert met een improvisatie-cd: in veel opzichten een gouden greep. Want daardoor is niet het gespeelde repertoire, maar de klank van het orgel het uitgangspunt. Niet alleen het orgel komt zo goed uit de verf, ook Mouriks improvisatietalent komt zo voor het voetlicht. 

Het Van den Heuvel-orgel in de Hersteld Hervormde Bethelkerk van Lunteren is een imponerende verschijning. Het front doet denken aan Hinsz, maar doordat de spitse zijvelden een beetje naar buiten gericht zijn, krijgt het zowel iets voornaams als iets zwierigs.

De plena hebben zeker helderheid, maar hebben wat felheid in moeten leveren voor een goede aansluiting op de klank van romantische bovenwerk. Wat het gevolg daarvan is in een volle kerk, kan ik niet helemaal beoordelen. Het zou mij niet verbazen als de kleding van al die kerkgangers de klank toch wat groezelig maakt.

De video waarop Ben van Oosten Bach speelt wijst wel in die richting. Maar op de cd die Gerben Mourik heeft gemaakt klinkt het orgel zeer overtuigend, vooral in de improvisaties waarin Mourik een laatromantisch tot vroegmodern idioom hanteert. 

In die improvisaties is Mourik ook het meest op dreef. Om een paar voorbeelden te noemen: De koraalfantasie in Duits-romantische stijl over de melodie van ‘Jesu, meine Freude’ is werkelijk groots. Leuk vind ik dat daarin ook dingen voorbijkomen die alleen in een improvisatie kunnen gebeuren. Zo laat Mourik twee keer een trio horen, waarvan het tweede nog een beetje aan Karg-Elert doet denken. Maar het eerste kom je bij Karg-Elert of Reger zo nergens tegen. Toch valt het totaal niet uit de toon. 

Ik heb de indruk dat het idioom dat Mourik in zijn Psalmentriptiek hanteert – meer Frans-symfonisch dan Duits-romantisch – hem nog weer beter ligt. Het nadeel van dat type improvisatie is wel dat van de psalmmelodieën vooral flarden gebruikt worden als een soort kiemcel. Daardoor had het openingsdeel net zo goed een improvisatie bij Psalm 149 als bij Psalm 96 kunnen zijn. In het slotdeel gaat de trukendoos van Thierry Escaich helemaal open en ontstaat er een zinderende finale. Maar de melodie van Psalm 124 staat daarin meer ten dienste van de improvisator dan omgekeerd.  Daartussenin is het poëem bij Psalm 121 van een dromerige verstilling: erg mooi. Het idioom dat Mourik daar hanteert is ook te horen in de Nocturne bij Psalm 39 en in de bonustrack bij Psalm 116. Het is of Mourik zich in die klanktaal het best kan uitdrukken.

Persoonlijk was ik aangenaam verrast door de improvisatie bij ‘O hoogt’ en diepte, looft nu God’. Mourik gebruikt de vorm van een Franse baroksuite, maar kleurt die in met meer eigentijdse klanken. Een procedé dat ook Tournemire hanteerde in zijn Suite de Morceaux. Ik heb zeer geboeid naar deze suite geluisterd. 

Maar ook het kleinood bij ‘D’ Almachtig’ is mijn herder en geleide’, een hommage aan Jan J. van den Berg, is goed gelukt: zowel de modale wendingen als de consequente twee-tegen-drie beweging laten horen dat we hier niet meer in de wereld van de Hollandse koraalkunst zitten. 

Ondanks het feit ik geïmponeerd ben door orgel en improvisator, moet ik toch ook wat kritische kanttekeningen plaatsen. Die komen erop neer dat Mourik bij de afwerking van deze plaat wel wat kritischer op zichzelf had mogen zijn. 

Het Praeludium over Psalm 108 is bedoeld als een hommage aan Buxtehude. De structuur is inderdaad die van een preludium van Buxtehude. Maar het idioom? Mourik heeft van stijlimitaties gezegd dat daarbij Jan Jongepier zijn voorbeeld is. Die durfde de regie over de stijl los te laten ten gunste van de muzikale spanning. Maar dat kan volgens mij onmogelijk betekenen dat Buxtehude klinkt als Händel. Laat stijlimitaties dan liever aan Sietze de Vries over. 

Mourik heeft twee bicinia opgenomen: één alla Henderick Speuy en één in de stijl van de Duitse neobarok. Het improviseren van een bicinium is, juist omdat het maar om twee stemmen gaat, een stuk moeilijk dan het neerzetten van een stuk Frans-symfonisch stuntwerk. Dat blijkt als in Speuy-imitatie de tweede stem niet in de buurt komt van de sprankelende virtuositeit van Speuy zelf. Zou die improvisatie geslaagd zijn, dan was dat derde couplet dat ineens driestemmig wordt een fijne verrassing geweest. Nu komt het over alsof Mourik zelf blijkbaar ook wel aanvoelde dat het bicinium dat hij net geïmproviseerd had toch niet zo boeiend was. 

In het bicinium in Duitse neobarokstijl ontstaat al op 0’13 een octaafparallel. Zulke parallellen komen bij iemand als Johann Nepomuk David wel voor, maar alleen in passages waarin de koraalmelodie in canon gespeeld wordt. Niet tussen melodie en contrasubject. Het lijkt me toe dat je na de opname je verrichtingen even terug hoort en denkt: ‘Dit moet toch even over’. Hetzelfde geldt voor de Nocturne bij Psalm 39. Juist omdat ik dat een over het geheel buitengewoon sfeervolle impressie vind, stoort de parallel op 0’57 (mij in elk geval) enorm. 

Deze productie is een dubbelaar geworden, omdat er ook een serie bonustracks is opgenomen. Mourik zegt daarvan: ‘Na het opnemen van het geplande programma is er soms tijd en inspiratie over. Een deel van deze tracks kunt u hier vinden als bonus. Dit is improviseren zoals het beeld van veel luisteraars is – gewoon zitten en spelen’. Maar als er materiaal genoeg was, had ik liever gehad dat Mourik één cd had uitgebracht met tracks die allemaal echt goed zijn. Dan hadden de vier laatste bonustracks: een complete Symphonie pour Grand Orgue op thema’s van Geerten Liefting, gerust kunnen blijven staan, want die is indrukwekkend. 

Caleidoscoop

Cd 1: Inleiding, Toccata & koraal Psalm 21; Meditatie en bewerking ‘D’Almachtige is mijn herder’; Praeludium Psalm 108; Bicinium Psalm 7; Bicinium Psalm 9; Franse Suite ‘O hoogt’ en diepte, looft nu God’; Partita ‘Neem mijn leven, laat het Heer’; Koraalfantasie over ‘Heugelijke Tijding’; Nocturne Psalm 39
Cd 2: Psalmen – Triptiek: Introductie en Scherzando Psalm 96, Poème Psalm 121 en Finale Psalm 124; Bonus tracks: Psalm 116; ‘U zij de Glorie’; ‘Heer, U bent mijn leven’; Symphonie pour Grand Orgue: Introduction, Allegro et Andante, Scherzo, Adagio (Lied), Finale (Rondo)

Gerben Mourik, Van den Heuvel-orgel, Hersteld Hervormde Bethelkerk te Lunteren

VITA recordings – 202001, TT 64’37 + 49’21, booklet 16 pagina’s (NE), prijs: € 17,50 | gerbenmourik.nl