RECENSIE Saint-Saëns’ Orgelsymfonie door vader en zoon Roth in de Saint-Sulpice

sain saëns les siècles roth

Het zou me niet verbazen als er onder de bezoekers van deze website liefhebbers zijn die er een sport van maken om van de Derde Symfonie ‘met orgel’ van Camille Saint-Saëns zoveel mogelijk verschillende opnames te bemachtigen. Ieder zichzelf respecterende internationale concertorganist komt wel met een opname van dit werk.

Het zal dan niet vaak voorkomen dat zoonlief op de bok staat en vader achter de klavieren zit. Een tweede bijzonderheid is dat dit een recensie is van een cd die schrijver dezes al vele jaren in huis had. Bijna elf jaar geleden al opgemerkt door de redactie van ORGELNIEUWS en toentertijd uitgegeven onder het label van Actes Sud. Nu dus een heruitgave (remastered) door het befaamde label Harmonia Mundi.

Vader Daniel achter de machtige console van de Saint-Sulpice en zoon François-Xavier voor het orkest. Ooit trof ik ze samen op de orgelbank van het wereldberoemde Cavaillé-Coll-orgel, met – ik meen – een kleinzoon die alle aandacht opeiste en Daniel Roth trots deed glunderen. In het booklet bij deze cd vertelt François-Xavier hoe de relatie met zijn vader is. Bloedverwanten, maar ook professionele musici die elkaar genadig de waarheid durven zeggen. 

Wie beiden kent, weet dat vader en zoon de gave van de muzikale schilderkunst ten volle beheersen. Als deze musici de noten aanraken, gebeurt er iets. Een toverstaf die de een meer waarderen kan dan de ander, maar ik ben blij dat er zulke muzikanten zijn, die in hun uitvoeringen niet in kil reproduceren blijven hangen.

Pianoconcert

De orgelliefhebber zal er genoegen mee moeten nemen dat het Vierde Pianoconcert van Saint-Saëns ook op deze schijf te beluisteren is. Niet dat dit een straf is, maar het orgel ontbreekt uiteraard en de weelderige galm van de Saint-Sulpice maakt plaats voor de akoestiek van de Opéra Comique te Parijs. Waarom die twee samen op deze cd?

Daniel Roth had natuurlijk ook wat orgelwerken van Saint-Saëns kunnen spelen en wellicht had het beroemde slotthema hem kunnen inspireren tot een improvisatie. In ieder geval heeft men zich niet gericht op de vrij kleine schare van orgelminnenden, maar eerder gedacht aan de liefhebbers van het symfonieorkest.

Dan nog. Is deze combinatie een bewuste keuze geweest? Als ik het booklet lees, kom ik die beweegredenen niet tegen. Beide werken staan in c-klein, maar dan houdt het ook wel een beetje op. Het orgelconcert zou in eerste instantie niet eens in die toonsoort op papier komen. Zoon Roth vertelt alleen dat hem werd ‘gesmeekt’ dit werk op cd te vereeuwigen. 

Qua karakter horen we twee componisten. Saint-Saëns mag dan romanticus zijn, hij stond zeker nog met één been in het classisisme. En hij mag Fransman zijn, maar de tongval van een Van Beethoven is in dit pianoconcert maar al te goed te bespeuren. Bij de start van dit niet al te frequent uitgevoerde concerto lijkt het alsof de romanticus van de ‘orgelsymfonie’ op diezelfde toer doorgaat, maar als snel hoor je compositorische trekken die teruggrijpen op vroeger.

Ergens meen ik diepgang te missen die de latere Saint-Saëns volop toepast in zijn opus 78. Het kabbelt vrolijk voort en je begrijpt waarom dit werk minder vaak op programma’s verschijnt dan andere concerti. Het is nochtans fraai uitgevoerd, met het welgekozen instrument van Érard dat het beroemde befaamde pianohuis verliet niet zo lang na de ingrepen van Cavaillé-Coll in de Saint Sulpice in 1862 .

‘Avec orgue’

De interesse van de ORGELNIEUWS-lezer zal vooral uitgaan naar de Derde van Saint-Saëns. Er zijn tal van uitvoeringen en iedereen zal zijn/haar favoriet hebben. Deze is allereerst bijzonder omdat ze in een kerk is opgenomen. Het merendeel werd in concertzalen vastgelegd. Dat maakt het in de Saint-Sulpice van Parijs direct ook lastig. Soms heb je het idee dat de nagalm daar weelderiger is dan die in de grote zus, de Notre-Dame. Men heeft dan ook besloten om het orkest dichtbij op te nemen. Je waant je werkelijk tussen de cellisten en zelfs het omslaan van een blaadje ontgaat de luisteraar niet. Daarmee is deze uitvoering helder, doorzichtig, maar ook wel direct. 

Gezien het tempo hier en daar is die transparantie wel nodig, want daar waar vader Roth de muziek graag de tijd gunt, daar houdt zoon François-Xavier er de vaart in. Dat vraagt veel van dit orkest, want de muziek – de componist zelf besefte dat eveneens – is alles behalve semplice.

Er zijn momenten dat het orkest zichzelf dreigt in te halen, maar bij het beroemde slot van het afsluitende Maestoso, waarin het orgel in enkele noten de toonladder afdaalt, sluiten de virtuoze omspelingen van het orkest naadloos aan. We weten dat het orgel niet eens zo’n enorm grote rol vervult in dit werk. 

Hoe gaan de grote Cavaillé-Coll en het orkest samen? In het mysterieus klinkende Poco adagio vermengen orgel en orkest zich geweldig. Een aangrijpend moment in deze opname. Hoe zal het Misterioso van Joseph Jongen uit diens Symphonie Concertante hier klinken? 

En dan mag die enorme reus zich aan het slot natuurlijk in volle glorie laten horen. Wie het instrument ooit live mocht horen weet wat dat met een mens doet. Je moet echter ook vaststellen dat die gigant een grote warme deken blijft die snel wordt overklast door het nabij opgenomen orkest. Dat orgel vaart altijd op de golven van de daar aanwezige machtige akoestiek en nu wordt het toch een beetje de mond gesnoerd door de muzikanten aan het andere eind van de kerk.

Roth junior vindt dit orgel zeer geschikt voor dit werk, maar ik ben geneigd daar kanttekeningen bij te plaatsen, hoe verzot ik op dit instrument ook ben. Misschien is dan een directer klinkend instrument in een concertzaal toch beter geschikt voor deze muziek.

Hoe dan ook, indrukwekkend blijft het en wat een spirit in deze uitvoering! Dat Saint-Saëns na de voltooiing verzucht heeft dat hij nooit meer iets zou kunnen componeren is goed te begrijpen.

Conclusie

Samenvattend: enerzijds een imposante opname van een dito compositie. Het is vooral de muzikaliteit, spontaniteit en geestdrift van deze sublieme opname die het aantal sterren doet groeien. Neem je de moeite om echt kritisch te luisteren, dan zijn er haken en ogen. Her en der ongelijk. Waarom het vierhandige pianospel in het derde deel van opus 78 niet wat meer uitgelicht? Is het slotakkoord van dit deel helemaal zuiver? En is dit grandioze instrument in deze ruimte echt het ideale orgel voor een werk als dit? Was enige informatie over het orgel en wat meer informatie en foto’s van de andere solisten, behalve Roth junior, niet op zijn plaats geweest?

Het zijn puntjes op de i. Laten we echter niet vergeten dat de eerste vier delen van deze cd live werden opgenomen. Dat maakt het tot een heel knap staaltje musiceren! Juist die spontaniteit en het gevoel er zelf tussen te zitten, maken het antwoord op de vraag of u deze cd zou moeten aanschaffen alleen maar eenvoudiger. Doen! Zelfs als u al vijfentwintig uitvoeringen van deze compositie in huis hebt!

Waardering: 4.5 uit 5.

Saint-Saëns: Symfonie No. 3 ‘avec orgue’ | Concerto pour piano No. 4

Symfonie nr. 3 ‘avec orgue’ in c, op. 78; Pianoconcert nr. 4 in c, op. 44 

Les Siècles o.l.v. François-Xavier Roth; Daniel Roth (orgel, Saint-Sulpice, Parijs), Jean-François Heisser (piano) 

Harmonia Mundi – HMM 905348, TT 61’22, live-opnamen 06/2009 (Pianoconcert) en 05/2010 (Orgelsymfonie), remastered 2021, booklet 31 p. FR/EN/DU | harmoniamundi.com