Sloveense klanken in ’t Veensche

“Moet je deze Gedekt eens horen. Hoe mooi die klinkt, nu hij wat zachter is gemaakt.” Organist Ad Verhage is blij met z’n nieuwe orgel, dat bijna afgebouwd is. “Nog een paar registers moeten geïntoneerd worden, dan kunnen we dit instrument in gebruik nemen.”

Het is tegenwoordig een bijzonderheid wanneer er een compleet nieuw orgel wordt gebouwd. En het is helemaal bijzonder wanneer het gebeurt door een compleet onbekende bouwer, de Sloveense firma Anton Škrabl. Hoe komen ze er in de Veenendaalse Westerkerk bij zo’n Oost-Europese bouwer naar Nederland te halen, terwijl het hier wemelt van de orgelbouwers?

“Dat is een heel verhaal”, zegt Ad Verhage, die samen met Arie Jan van Dijk – “Ik speel wel orgel, maar niet goed genoeg voor de diensten. Ik ben meer een liefhebber” – en Frans Nobel – “Ook een liefhebber, maar wel met technische kennis. Ik heb enkele jaren bij een orgelbouwer gewerkt” – de orgelcommissie van de protestantse (hervormde) Westerkerk vormt.

Het verhaal begint in feite bij de bouw van de kerk, die in 1986 gereed kwam. “Vanaf het begin was het de bedoeling dat hier een goed orgel zou komen. Alleen kon dat financieel niet, en hebben we steeds een elektronisch orgel gebruikt”, zegt Verhage. Omdat het instrument op termijn vervangen moest worden kwam de wens naar een pijporgel weer naar boven. Het college van kerkrentmeesters wilde wel meewerken, maar stelde een limiet: het orgel mocht niet meer dan ca. 100.000 euro kosten. De verwachting was dat voor dat bedrag een goed gebruikt orgel te vinden zou zijn. Dat viel tegen. “Er worden wel orgels aangeboden, maar die waren niet geschikt voor deze kerk”, zegt Arie Jan van Dijk.

Sponsors

De commissie bleef doorzoeken, maar in 2007 ging de blikrichting opeens een andere kant uit. Verhage: “Bert Wisgerhof, een Veenendaalse organist, raakte in contact met een Sloveen die zei dat hij wel eens een orgel in Nederland wilde bouwen. Wisgerhof zei toen: ‘Dan weet ik wel een kerk’, en bracht die bouwer, Anton Škrabl, met ons in contact.”

Toen begon een proces van informatie inwinnen en oriëntatie, dat ertoe leidde dat de Veenendalers in februari 2008 een bezoek aan Slovenië brachten om een paar nieuw gebouwde orgels te bekijken en te beluisteren. Het bedrijf bleek al veel orgels te hebben gemaakt en was uitgegroeid tot een van de grootste orgelbouwers van Europa. “We waren daar redelijk positief over”, zegt Verhage. “Ze waren degelijk gebouwd, functioneerden goed, maar we hadden wel wat problemen met de intonatie. De orgels waren erg luid en vrij scherp en dat was niet bepaald ons klankideaal. We hebben daar met de bouwer over gesproken en die toonde zich bereid met onze wensen rekening te houden, als wij een orgel bij hem zouden bestellen.”

Škrabl deed een interessant aanbod: hij wilde 30 procent korting geven – op de toch al lage Sloveense prijs – voor een orgel van 23 stemmen. Dat zou omgerekend ongeveer 143.000 euro moeten kosten. Wel iets meer dan de Veenendalers in gedachten hadden, maar geen onoverkomelijk bedrag. En dan te bedenken dat zo’n instrument bij een Nederlandse bouwer meer dan het dubbele zou moeten kosten.

Er werd getekend en gerekend en het eind van het liedje was dat in juni vorig jaar opdracht tot de bouw kon worden gegeven. Er was nog wel een financiële tegenvaller – er bleek btw te moeten worden betaald, terwijl eerst gedacht werd dat dit niet nodig zou zijn – maar dan is het instrument met 175.000 euro nog een koopje. De kostenoverschrijding is intussen overigens al voor een groot deel door sponsors gefinancierd.

Klankkroon

Wat is het nu voor een orgel geworden? Het front is strak, modern, asymmetrisch. Het past goed bij de architectuur van de kerk en de plaats waar het orgel staat, schuin naast de preekstoel. Bij de vormgeving, voor een belangrijk deel van de hand van Van Dijk, is rekening gehouden met het liturgisch meubilair in de kerk, het is ook van hetzelfde materiaal: essenhout.

In het orgel ziet alles er verzorgd uit. Anton Škrabl bouwt duidelijk niet in een historische stijl. Metalen walsen en conducten van flexibele slang zullen puristen niet kunnen waarderen. Evenals de nogal fabrieksmatige manier waarop sommige onderdelen worden gemaakt. Zo is Arie Jan van Dijk nogal onder de indruk van de manier waarop de manualen worden vervaardigd. “Er gaat een blok hout in een zaagmachine, en computergestuurd rollen alle toetsen er na een kwartier uit. Het is veel goedkoper dan handwerk en het ziet er prima uit.”

Het belangrijkste is natuurlijk de klank. En die valt niet tegen. Hier en daar zijn nog wat elementen die aan de neobarok doen denken. De strakke windvoorziening bijvoorbeeld, of de ‘spuck’ die bij sommige Roerfluitpijpen te horen is. Maar de prestanten hebben een volle, warme klank, en ook de tongwerken klinken grondtonig. Bijzonder fraai is de Flute Travers van het tweede manuaal, terwijl de Viola di Gamba prachtig te combineren is met zowel de Prestant als de Roerfluit van het hoofdwerk.

Wanneer we het orgel bezoeken is nog niet alles klaar. We zijn vooral benieuwd naar de ‘klankkroon’, de Mixtuur, maar die is er nog niet. Wel kan Verhage alvast een stevige, mooie ‘Grand Jeux-registratie’ (gebaseerd op Cornet en Trompet) laten horen.

Afgekeurd

Verhage kan goed met de intonateur opschieten. “We hebben hem meegenomen naar de Martinikerk in Groningen en de kerk van Noordbroek. Daar kon hij horen hoe twee goede barokorgels in Nederland klinken. Ik geef hem aanwijzingen voor de intonatie en daar luistert hij goed naar. Het is de orgelbouwer er alles aan gelegen een instrument te maken dat in Nederlandse oren goed klinkt.”

Zo was een van de eerste dingen die op aanwijzing van Verhage gebeurde, het zachter maken van de Prestant van het hoofdwerk. “De intonateur had de winddruk al verlaagd. Daardoor krijgt het pijpwerk een vollere klank.” De perfectie van de bouwer gaat erg ver. “Toen alle delen werden uitgepakt, keurde de intonateur de Prestant van het nevenwerk af”, zegt Verhage. “Hij belde naar de werkplaats en binnen een week werd een nieuwe geleverd, met een engere mensuur. Toen ik vroeg of dat niet veel extra voor hem kostte, zei hij: ‘We bouwen zoveel orgels, die andere pijpen kunnen we wel weer ergens kwijt’.” Van Dijk beaamt dat. “Ze hebben zo’n enorme capaciteit, dat ze soms pijpen maken voor andere bouwers die hun opdracht anders niet op tijd klaar kunnen krijgen.”

De eerste indruk is een positieve. Veenendaal lijkt er een interessant orgel bij te hebben gekregen. [ROEL SIKKEMA]

Het orgel is op zaterdag 21 maart tijdens een open dag te bekijken en te beluisteren, onder meer in een concert van Ad Verhage, dat om 19.30 uur begint.

Meer info: http://westerkerk.herveen.nl

Dispositie

Manuaal I (Hoofdwerk) C-g3

Bourdon 16

Prestant 8

Viola di Gamba 8

Roerfluit 8

Octaaf 4

Nasard 3 (af groot C, uit Cornet IV)

Octaaf 2

Mixtuur IV (1 1/3’-basis)

Cornet IV (4’-basis, af f0)

Trompet 8

Manuaal II (Nevenwerk) C-g3

Gedekt 8

Quintadeen 8

Prestant 4

Flute Travers 4

Woudfluit 2

Quint 1 1/3

Sesquialter II

Dulciaan 8

Tremulant

Pedaal C-f1

Subbas 16 (transmissie Bourdon 16, HW)

Prestant 8 (transmissie Prestant 8, HW)

Fluit 8 (transmissie Roerfluit 8, HW)

Koraalbas 4 (transmissie Octaaf 4, HW)

Fagot 16

Trompet 8 (transmissie Trompet 8, HW)

Koppels

(uitgevoerd als voettrede én als registertrekker)

Manuaal I + Manuaal II

Pedaal + Manuaal I

Pedaal + Manuaal II

Met toestemming overgenomen uit het Nederlands Dagblad.

© 2009 www.orgelnieuws.nl

© 2009 fotografie Ad Verhage