TerugWerk I – Antirevolutionair

de standaard

In TerugWerk blikt Bert Rebergen terug in kranten en artikelen uit het verleden, op zoek naar orgelnieuws. Wat speelde destijds? Wat hield de orgelgemoederen bezig en hoe kijken we daar nu verrast, met een glimlach, hoofdschuddend, met instemming knikkend, of met enige weemoed op terug? Deel I: Antirevolutionair.

In deze eerste editie van TerugWerk werpen we een blik in een editie van De Standaard, uit 1939. De Tweede Wereldoorlog zou twee maanden later uitbreken en beroemde organisten hadden nog maar net daarvoor het tijdelijke voor het eeuwige verwisseld. Immers, de organisten Charles-Marie Widor, Louis Vierne, Gabriel Pierné en Jan Zwart stierven twee jaar daarvoor, het jaar waarin ook Maurice Ravel stierf. 

Jan Zwart wordt in deze editie van De Standaard nog genoemd. Er wordt in de Oude Kerk van Amsterdam een herdenkingsconcert gegeven, maar wie de concertgever is, wordt niet gemeld. De foto met het bijschrift ernaast doet vermoeden dat het Feike Asma is geweest. Wie er verder gaan spelen op de Vater-Müller is evenmin bekend. Asma begon dat jaar met zijn concerten in de Oude van Amsterdam en bleef dat doen tot zijn dood in 1984. 

De Standaard. Niet te verwarren met de Belgische krant die nu nog steeds bestaat. De Nederlandse versie was een krant voor het Gereformeerde volksdeel van ons land en – hoe kon het ook anders – in het leven geroepen door Abraham Kuyper en zijn antirevolutionaire beweging. Hendrikus Colijn zou dat stokje later overnemen. In de oorlogsjaren zou de krant vanwege papiergebrek uit beeld verdwijnen en niet meer terugkeren. De krant liet in de oorlogsjaren een niet al te kritisch geluid horen als het om de Duitse bezetter ging en daarom zou dagblad Trouw de opvolger worden na de oorlogsjaren. 

Trouw zou in de twintigste eeuw veel aandacht aan het orgel blijven besteden, maar de laatste jaren kan de liefhebber beter het ND, of het RD openslaan voor nieuws rond het orgel. 

De term ‘orgelnieuws’ komt naar boven drijven in een artikel over ‘Organist en Eeredienst’. Opnieuw een periodiek voor de Gereformeerde organist. In 2002 zou dit tijdschrift Muziek en Liturgie gaan heten en onder die naam wordt het nog steeds uitgegeven. In de editie van juni 2021 is een artikel over Abraham Kuyper te lezen. Al fuseerde de Gereformeerde Organisten Vereniging met de KNOV, de banden met het gereformeerde gedachtegoed werden blijkbaar niet geheel verbroken.

In het artikel komen drie namen naar voren. De heer P. Brouwer schrijft vanaf dat moment buitenlands orgelnieuws, maar wie hij was, is mij niet bekend. In de orgelwereld komt de naam T. Brouwer wel vaker voor, maar deze P. kan ik niet thuisbrengen. Bekender zijn de namen van Jac. Kort (organist en componist te Amsterdam), Vetter (adviseur), Flentrop (orgelbouwer) en de genoemde D.W.L. Milo.

Van Milo hebt u misschien nog wel een boekje in de kast staan en anders treft u ze nog regelmatig in kringloopwinkels en op rommelmarkten: ‘Zangers en Speellieden’. In dit werkje probeert Milo de kerkmuziek op een hoger plan te krijgen. Een hoffelijk streven dat anno 2021 her en der opnieuw toegejuicht zou kunnen worden. Dan was er de zangbundel ‘En nu allemaal!’ Ook zijn bundeltje met in handschrift uitgegeven ‘104 Psalmvoorspelen’ is nog verkrijgbaar.

D.W.L. Milo moet bankdirecteur geweest zijn en heeft actief aan de wieg gestaan van de verzelfstandiging van Nunspeet. En in datzelfde Nunspeet is hij betrokken geweest bij een bijzonder orgelproject: de aanschaf van een heus Cavaillé-Coll-orgel. Dat orgel heeft kort dienst gedaan in een voorstad van Parijs: Neuilly-sur-Seine. Daarna verhuisde het naar Antwerpen en Milo heeft er mede voor gezorgd dat dit instrument naar Nunspeet verhuisde. Hendriksen en Reitsma plaatste en restaureerde het orgel dat nog steeds in de Sionskerk staat opgesteld:

Een bijna revolutionair plan voor een antirevolutionair. Maar tegen veranderingen waren de Kuyperianen geenszins. In hun visie op politiek, onderwijs, theologie en muziek zie je een steeds terugkerende drang om de dingen beter en mooier te maken, waarbij Bijbelse normen de boventoon dienden te voeren.

Hoe we verder ook over die beweging denken, het blijft prijzenswaardig wanneer mensen zich hard maken voor alteratie, niet in de laatste plaats op het gebied van de kerkmuziek. In onze tijden van vervlakking en versimpeling hebben we die positieve veranderingen nodig. Als dat niet bij een toevallige verhoging blijft, dan is dat prachtig orgelnieuws.