Die komt er wel! Harba Lorifa! [RECENSIE]

Mort et Résurrection

Label: Creato/D.E. Versluis

Booklet: E/D/NL

Speelduur: 77’.10’’

Prijs: € 17,50

Muzikale interpretatie: * * * *

Programmakeuze: * * * * *

Keuze van het instrument: * * *

Kwaliteit van de opname: * * *

Grafische vormgeving: * *

Klik hier om dit artikel te bestellen

Met “Mort et Résurrection” verschijnt er weer een cd van Bert den Hertog die positieve aandacht verdient. Dit keer zal de nationale aandacht voor een geluidsdrager van Bert den Hertog zich wel eens kunnen gaan verplaatsen tot over onze landsgrenzen, als daar al geen sprake van was.

De cd is ook internationaal van opzet. Engels op het front van het booklet met direct onder de titel de aankondiging dat de luisteraar een ‘World premiere recording’ kan verwachten. Onze eigen taal verschijnt in het booklet op de derde en laatste plaats. Los van iedere taalbarrière is daar de gespeelde muziek. Op de cd speelt de muziek van Jean Langlais, de blinde oud-organist van de Sainte-Clotilde, een hoofdrol. Langlais bleef, ondanks zijn enorme oeuvre, altijd wat in de schaduw staan van giganten zoals Duruflé, Dupré en Messiaen. Van Langlais worden dikwijls dezelfde werken uitgevoerd en blijft veel moois onaangeroerd. Den Hertog doorbreekt deze ongelukkige gewoonte gelukkig en legt Langlais’ late werk – “Mort et Résurrection” – nu voor het eerst vast op cd.

De cd begint echter met het tweede Choral van César Franck dat in twee tracks op de cd verscheen. Over die keuze voor dit werk werd nagedacht. Behalve dat Franck Langlais’ voorganger was in de Sainte-Clotilde verscheen dit Deuxième Choral precies 100 jaar voor “Mort et Résurrection”. Schreef César Franck in zijn sterfjaar 1890 zijn laatste composities, in 1990 componeerde Langlais zijn laatste orgelwerken. In beide gevallen zou men dus, zoals in het booklet te lezen is, kunnen spreken van een zwanenzang.

In tegenstelling tot dit late werk van Langlais werd het Choral van Franck al vele malen vastgelegd op geluidsdrager. Met al die andere opnames in het achterhoofd, inclusief persoonlijke favorieten, is het lastig om een objectieve luisteraar te blijven. Den Hertog gunt deze muziek de tijd maar neigt toch naar een wat kleurloze vertolking. Het lijkt op een meditatie die wellicht goed is bestudeerd maar voor de hoorder juist de ‘ear-opener’ mist die hem de vertolking nooit meer doet vergeten. Hier had Den Hertog wat mij betreft wat meer durf mogen tonen. Daarbij heeft het orgel in Laeken een Voix Humaine die net niet karakteristiek genoeg is om het koraalthema goed uit de verf te laten komen en daarmee maak je of breek je dit geweldige muziekstuk bijna.

Bij het ‘Chant de peine’ en het ‘Chant de paix’ van Langlais uit de ‘Neuf Pièces’ (1942-1943) wordt wel die snaar geraakt die je ademloos doet luisteren naar deze verstilde muziek. Het is niet verwonderlijk dat deze muziek in de oorlogsjaren ontstond. Het ‘Chant de joie’ en het ‘Chant héroique’ vragen om virtuoos spel. Dan kan aan Bert den Hertog overgelaten worden zonder dat hij uit de band springt. Het wat logge Schyven-orgel werkt dan niet altijd mee en haalt soms enige pit uit deze muziek. Als Langlais zelf in zijn ‘Chant héroique’ het slagveld, waarop zijn collega Jehan Alain zo jong sneuvelde, uitbeeldt op het Cavaillé-Coll-orgel van de Sainte-Clotilde (Solstice CYD45, 1976) blijkt dit instrument, ondanks de beroerde opname, beter bewapend te zijn voor dit werk.

Ook Marcel Dupré dacht bij het componeren van zijn Trois Préludes aan jong overleden organisten. Op deze cd horen we Prélude et Fugue nr. 2 Dit, op het eerste gehoor zo eenvoudige, werk zit razend knap in elkaar en wordt uitstekend neergezet door Den Hertog. Het werk past heel goed tussen de eerste werken van de cd. Wellicht heeft Den Hertog overwogen de twee slotdelen uit de “Symphonie-Passion” van Dupré aan deze cd toe te voegen. Ik vraag me af of dat een betere keuze zou zijn geweest.

Minus twee delen – Den Hertog liet ze terecht en met opzet weg – vervolgt de cd met de volgende delen uit de ‘Neuf Pièces’ van Langlais. In “Mon âme cherche un fin paisible” (door een collega ooit grappig vertaald met: “Mijn oom zoekt een vredige Fin”) herkent de luisteraar de liedmelodie “Herzlich tut mich verlangen”. Al roept deze melodie bij ons associaties op met kerkliederen uit de Lijdenstijd, in dit geval is er sprake van een adventskoraal.

Men kan hier genieten van de heerlijke strijkers van het Schyven-orgel en wat doet een Subbas 32′ soms nog meer met de muziek dan een tongwerk van die grootte.

Zoals het booklet laat weten, is de Barkermachine van dit orgel luidruchtig. Je waant je soms bij de speeltafel van de Saint-Sulpice. De een zal zich aan dit gerammel storen, de ander zal het juist charmant vinden.

“In dulci Jubilo” en “De Profundis” worden prima gespeeld door Den Hertog. De vertolkingen ademen de juiste sfeer. Bij het laatste werk kijkt de improvisator Langlais ook zo nu en dan om de hoek. Wat dat betreft is de cd “Klingende Vergangenheit” met een improviserende Langlais ook een aanrader! Motette M10371.

Het slotwerk van deze cd is ook van de hand van Langlais en is duidelijk minder toegankelijk dan de hiervoor gespeelde werken. Ook deze compositie is een hommage aan Jéan Alain. In “Mort’ ervaren we een sterk afwisselende stemming. Rust en onrust passeren bij toerbeurt. Zoals wel vaker bij de latere Langlais, hoor je kenmerken van Messiaens muziek en hoort men zelfs Guillou-achtige motieven. ‘Résurrection’ ademt een heerlijk kalme sfeer waarin Langlais gebruik maakt van de modale (kerk) toonladder, zoals Alain ook deed in zijn bekende Choral Dorien.

Soms is het heel duidelijk waarom bepaalde muziek nooit of zelden wordt gespeeld. Vaak staan onbekende werken terecht in de schaduw van het alom geliefde repertoire. Bij dit werk is dat geenszins het geval. We mogen Bert den Hertog dankbaar zijn dat dit werk nu onder het stof vandaan is gekomen! Wie weet volgt er meer!

Het booklet van de cd is uitgebreid en verzorgd. Grafisch gezien is het niet van hoge kwaliteit. De toch al vage tekening van Langlais achter de cd-houder is ongelukkig gekozen. De cirkelvormige tandjes die de cd vasthouden ontnemen het zicht op deze prent. Mij wordt ook niet geheel duidelijk wie deze illustratie heeft gemaakt. Is dit de ‘Artistic Impression’ waarover in het booklet wordt gerept? De werken worden uitgebreid en duidelijk besproken. Een enkele keer worden de registraties vermeld en over orgel en uitvoerend musicus valt voldoende te lezen.

De opname krijgt een ruime voldoende. Soms hangt er een zachte ‘dreun’ in de kerk alsof er constant verkeer buiten te horen is. Bij zeer zachte delen lijkt het orgel het onderspit te delven. De gekozen afstand tot het lastig op te nemen instrument lijkt me goed.

Al met al plaatste ik kleine puntjes op grote i’s. Een originele, goed doordachte en fijnzinnig uitgevoerde cd van een veelbelovende organist. Laat deze jonge Hertog maar varen!

Die komt er wel! Harba Lorifa! [BERT REBERGEN]

Klik hier om dit artikel te bestellen

© 2007 www.orgelnieuws.nl