16 juli 2019

KERNSTEEK [16]

Een kernsteek levert al eeuwenlang een discussie op. Volgens de een helemaal okay, voor de ander volstrekt fout. Dat verklaart dus waarom de schrijver m/v van de nieuwe column op Orgelnieuws tegendraads kan zijn. Soms zelfs in het geheel niet objectief. Maar wel altijd betrokken op de orgelwereld. De teksten ingeleverd via een vage server in Verweggistan, tast zelfs de redactie in het duister wie ‘Kernsteek’ is.

Het was onlangs weer Open Monumentendag. Op een zaterdag (in sommige plaatsen ook op de zondag) waren weer tal van monumenten opgesteld voor nieuwsgierige erfgoedtoeristen. Nu is tegenwoordig het in 1946 door ome Piet in de achtertuin getimmerde prieeltje voor tante Truus ook al monumentaal, dus er vielen weer heel wat ‘jonge monumenten’ te bezichtigen.

Naar goed Nederlands gebruik was er ook dit jaar weer een thema aan de dag gehangen: ‘Nieuw gebruik – oud gebouw’. Voor kerkenliefhebbers bleek dit thema een schot in de roos, want als er één type gebouw is dat de laatste jaren van functie is veranderd, is het wel het kerkgebouw. Voor orgelliefhebbers zijn die gecastreerde kerken allemaal wat minder interessant. Vaak zijn de orgels er gewoon uitgesloopt en weet op zo’n Monumentendag niemand meer dat er ooit een orgel stond, laat staan waarheen het is verhuisd. Soms is er nog wel een orgel, maar heeft men simpelweg de speeltafel afgesloten en bij het grofvuil gezet. In weer andere kerken staat alles er nog compleet bij, maar laat men de elementen hun verwoestende werk doen. Zo troffen we dit jaar in een gebouw van de plaatselijke carnavalsvereniging (een voormalige kapel) een compleet Walcker-orgel aan, maar bleef de toegangsdeur echter hermetisch gesloten. Wie weet wat voor moois dit orgel herbergt… In een andere voormalige kerk bleek de speeltafel vervangen te zijn door een printplaat. Wie voortaan het orgel wil bespelen (maar wie zou dat willen in een alternatief gezondheidscentrum?), dient zelf een laptop of keyboard met MIDI-aansluiting mee te nemen.

Hoe leuk was het dan ook om ‘gewoon’ eens geen kerk te bezoeken en eens een blik te werpen in een oude houtzaag- of watermolen. De aanwezige molenaar legde met veel geduld en liefde uit hoe een en ander werkte, hoe men de molen had gerestaureerd en hoe er nog steeds graan gemalen kon worden (niet dat veel gebeurde overigens..). De molenaar was een echte hobbyist, wist alles van molens, had thuis een grote boekenkast met ‘moleniana’, las molentijdschriften, bezocht ook molens op vakantie en was iedere week aanwezig om een rondleiding te verzorgen voor groepen ouderen of schoolklassen. Het was natuurlijk wel vrijwilligerswerk, een Stichting Vrienden van … kon de molen, letterlijk en figuurlijk, nog net draaiende houden.

En toen viel bij mij het kwartje. Dit is dus de toekomst van de Nederlandse orgelscene. We restaureren en reconstrueren nog steeds historische orgels, hoe authentieker hoe mooier, maar die staan in gebouwen die allengs hun oorspronkelijke functie steeds meer verliezen. De orgels klinken niet meer iedere week, maar ja: er is voor betaald, en veel ook. Dus wordt er een fanatiekeling gezocht en gevonden die op ongeregelde tijden wel als gastheer/vrouw wil optreden, misschien niet altijd alle muzikale kennis en vaardigheden in huis heeft om het maximale uit het instrument te halen, maar ach… het is een enthousiaste vrijwilliger en het kost dus niets. Deze mensen doen goed werk, laat daar geen misverstand over bestaan. Maar waarom zou je dan nog beroepsorganist willen worden, of liever gezegd een vakopleiding volgen? Welnu, een vakopleiding (met vervolgtraject in de vorm van cursussen enz. ) is nog altijd de moeite waard, maar zorg nu maar eerst dat je goedbetaalde baan elders hebt. Ik heb een paar jaar geleden al een conservatoriumdocent met droge ogen horen beweren, dat hij jonge talenten die interesse tonen voor de vakopleiding stiekem aanraadt eerst een vakopleiding in de ICT, accountancy, ambtenarij of desnoods gezondheidszorg te volgen en te zorgen voor een baan met salaris en daarna pas als laatbloeier het conservatorium te bezoeken. Of desnoods een andere studie, parallel aan het conservatorium, te volgen. Laten we het maar eens hardop schrijven: er is gewoon geen werk voor beroepsorganisten. Of nee, dat zeg ik verkeerd: er is, zeker voor organisten die ook kerkmusicus willen zijn, in ons land een heleboel werk te verzetten, maar er staat te weinig tegenover, met name in financiële zin. Er is hier een te klein en gesloten circuit van concertorganisten die redelijk betaald krijgen, maar in het buitenland zitten ze echt niet op al die Nederlandse organisten te wachten, dat bewijzen de concertagenda’s uit de grensstreken van onze buurlanden wel.

Wie nu op een concertprogramma of op laatste bladzijde van een cd-boekje een cv van een organist leest, verbaast zich al over het overgrote aantal nevenactiviteiten die de man/vrouw uitoefent: pianospelen of pianoles geven, heel veel dirigeren of op de loonlijst staan van een orgelmakerij. Voor orgelstudie lijkt nog weinig tijd over, laat staan voor het instuderen van nieuw repertoire, in Nederland geen overbodige luxe.

De orgelvakwereld is haast historie, daar moeten we maar niet moeilijk over doen. De diverse verenigingen waren te veel verzuild en nu is de tijdgeest er niet meer naar om een deuk in een pakje boter te schoppen. Pessimistisch? Nee hoor, realistisch. Orgels en orgelmuziek: het blijft altijd nog wel een leuke hobby, net als molens en stoomlocomotieven. [KERNSTEEK]

Wilt u reageren?

Natuurlijk kan dat …

info@orgelnieuws.nl

© 2011 www.orgelnieuws.nl

X