RECENSIE Festival of Nine Lessons & Carols | The Centenary Service

Als je meer weet van een cd, luister je er anders naar. De opnamen van het honderdste Festival of Nine Lessons and Carols door The Choir of King’s College Cambridge is niet meer dezelfde, sinds bekend werd dat dirigent Sir Stephen Cleobury op 22 november is overleden. Sir was hij sinds afgelopen zomer, toen hij geridderd werd voor zijn verdiensten voor de Engelse koormuziek.

De productie is koninklijk uitgevoerd. De cd is ingestoken achterin de kartonnen kaft van een boek van 58 pagina’s. In het boek staan uiteraard de teksten van de carols, anthems en congregational hymns die worden gezongen. Maar ook – en dat maakt deze productie extra interessant – er staan zes ‘reflections on 100 years of lessons and carols’ in het boek, geschreven vanuit verschillende invalshoeken en gelardeerd met leuke weetjes en aardige anekdotes.

Stephen Cleobury heeft sinds zijn aantreden in 1982 elk jaar een nieuwe carol laten schrijven door componisten van naam. John Rutter en Judith Bingham vertellen in het boekje over de opdrachtcompositie die ze kregen. Rutter bijvoorbeeld was in 1987 langdurig ziek en overwoog de opdracht terug te geven. Maar hij vond toch de kracht en schreef een van zijn mooiste werken: What sweeter music.

Zenuwachtig

De opnamen zijn gemaakt de dag voor kerst, 24 december 2018. Zoals altijd begint het festival om precies drie uur ’s middags met het kerstlied ‘Once in royal David’s city’. Het eerste couplet wordt steevast gezongen door een van de koorjongens. Is zo’n jongen zenuwachtig vlak voordat hij moet gaan zingen, wetend dat miljoenen mensen over de hele wereld meekijken?

Bob Chilcott, tegenwoordig componist en dirigent, was zo’n koorjongen. Chillcott vertelt dat Sir David Willcocks, de toenmalige dirigent, hem pas vijf minuten voor aanvang aanwees. ‘Dan heb je niet veel tijd om zenuwachtig te zijn’.

Honderdste viering

Stephen Cleobury zelf geeft ook zijn reflecties. Hij heeft weinig woorden nodig om veel te vertellen. Hij begon doorgaans al aan het eind van de zomer al met nadenken over de invulling van het evenement. Van de honderdste viering van het festival wilde hij iets bijzonders maken, als de kroon op zijn werk bij King’s.

Hij wilde een aantal carols opnemen die ook in 1918 zijn gezongen – hoewel niet allemaal in dezelfde zetting als destijds. Ook wilde hij muziek uitvoeren van alle dirigenten van King’s die de afgelopen honderd jaar het festival hadden gedirigeerd: Arthur Henry Man, Boris Ord, Harold Darke (die geen aanstelling had bij King’s, maar het koor waarnam toen Ord gedurende de Tweede Wereldoorlog het leger in moest), David Willcocks, Philip Ledger en Cleobury zelf.

Daarnaast wilde Cleobury muziek opnemen die door het festival bekend werden: A spotless rose van Howells en The Lamb van John Tavener. En tenslotte moesten de opdrachtcomposities aan bod komen.

Afgepast

Dat moet een hele puzzel zijn geweest. Het tekent Cleobury, die gewetensvol recht wil doen aan de muzikale traditie dat hij zichzelf zo’n opgave stelt. Ik ben alleen een beetje bang dat het ook een valkuil is geweest.

De programmering heeft iets afgepasts door een al te verstandelijke benadering. En dat terwijl Cleobury doorgaans toch al zo afgepast is, zeker als je hem vergelijkt met zijn joyeuze voorganger David Willcocks.

Cd en boekje

Jammer genoeg paste het hele festival niet op een gewone cd – wel op een sacd. Wie twee de ontbrekende tracks wil horen (I saw three ships en While shepherds watched their flocks by night) kan terecht op de site van King’s College Records. De toegangscode staat in het boek, pagina 4.

In het boekje gaat één dingetje fout. Op pagina’s 34/35 heeft de vormgever is de staatsiefoto van het koor te weinig rekening gehouden met de diepe vouw van het boek. Daardoor heeft de middelste persoon (het is waarschijnlijk Stephen Cleobury!) op de foto geen hoofd en moet de orgelkas van Thomas Dallam het doen zonder middentorens.

Tijd om de cd aan te zetten

We krijgen veel bekends te horen, maar in details zijn er verschillen. De harmonisatie van ‘Once in royal David’s city’ bijvoorbeeld klinkt wat basaler dan we sinds Willcocks gewend zijn en het orgel komt er al bij in het derde vers. De bovenstem van Cleobury klinkt wat jachtig. Of gaat de samenzang iets te traag?

Het opdrachtwerk van Judith Weir is misschien minder verrassend als haar Illuminare Jerusalem uit 1985. De cello schept de sfeer waarop het koor kan zingen als was het een vliegend tapijt, schrijft Weir in haar toelichting. Het idioom is verwant aan de Duitse romantiek.

In zijn keuze heeft Cleobury zich niet ten doel gesteld het gerestaureerde orgel in de chapel in volle glorie te laten horen. Meer dan de helft van de carols die hij uitkoos, worden zonder orgel gezongen, in een aantal andere speelt het orgel een dienende rol. Alleen aan het slot van ‘O come, all ye faithful’ trekt de organist het orgel flink open.

De schoonheid van de muziek laten kennen

Anderhalf jaar geleden interviewde ik Cleobury voor het Reformatorisch Dagblad in verband met zijn naderende pensionering. Hij bleek een zeer vriendelijke man, maar hij was niet te verleiden tot smeuïge uitspraken.

Hij wilde niet vertellen welke muziek hij het liefst uitvoerde of welke hymn hij het mooist vond. Het leek wel of hij het zijn taak niet vond iets van de muziek te vinden. Hij vond het zijn opdracht de studenten van King’s College de schoonheid van de muziek te laten kennen.

Sober en feestelijk tegelijk

Je kunt bij een recensie je blindstaren op het muzikale aspect. Al luisterend kwam ik echter onder de indruk van het sobere en tegelijk feestelijke concept van het Festival of Nine Lessons and Carols.

Negen keer voorlezen uit de Bijbel – wat een kracht heeft dat! En wat nemen de Engelsen dat voorlezen uit de Bijbel serieus. Elke wending van de stem is voorbereid. Dat alles wordt ingebed in een eenvoudige liturgische setting: beginnend met The Bidding Prayer, afgesloten met voorbeden en een blessing.

En ik raakte daardoor als vanzelf onder de indruk van de schoonheid van de muziek en van de manier waarop Cleobury daar in staat: dienstbaar en met een zekere wetenschappelijke afstandelijkheid.

Kwaliteit

Zo’n festival staat of valt natuurlijk met de kwaliteit van koor en organist. Dat is hier allemaal dik in orde. En die bekende carols zijn natuurlijk niet voor niets zo bekend geworden. Adam lay ybounden (Ord), A Spotless Rose (Howells), The Lamb (Tavener), What Sweeter Music (Rutter), In the bleak mid-winter (Darke). Ze zijn steengoed!


A Festival of Nine Lessons & Carols

The Centenary Service

The Choir of King’s College Cambridge | Sir Stephen Cleobury

Henry Websdale & Dónal McCann, Organ Scholars
Guy Johnston, cello

King’s College, Cambridge – KGS0036, SACD hybride, TT 76’44, opname live 24-12-2018, prijs £ 14,00 | kingscollegerecordings.com | of hier!

Lees ook
100 years of Nine Lessons & Carols