RECENSIE Liszt – Inspirations – Olivier Latry

cd liszt inspirations olivier latry

Jaren geleden leende ik van de Centrale Discotheek een lp: Daniel Chorzempa, die onder andere de Ad nos van Liszt in De Doelen te Rotterdam speelde. Overigens bleek Chorzempa aldaar zelfs een hele Liszt-box te hebben volgespeeld. Op de een of andere manier riep het thema bij mij als nog onervaren luisteraar reminiscenties op aan ‘Wer nur den lieben Gott läßt walten’, en ik hoorde de Ad nos als één grote, romantische koraalfantasie – en dat is het ook.

Het koraal ‘Ad nos, ad salutarem undam’ komt uit Meyerbeers opera Le Prophète (première Parijs, 1849). De opera gaat over drie fanatieke Hollandse anabaptisten (wederdopers), die in de zestiende eeuw proberen de Nederlanders over te halen zich te laten onderdompelen. De vertaling van ‘Ad nos, ad salutarem undam’ luidt dan ook: ‘Kom tot ons, tot de heilzame wateren’. Het verband van Liszts teutonische fantasie en fuga voor orgel en deze vriendelijke en dringende nodiging heb ik nimmer kunnen ontdekken.

Liszt schreef het werk in 1850, wellicht geïnspireerd door Bach (Liszt woonde sinds 1847 in Weimar, een plaats waar ook Bach had gewerkt) of door zijn religieuze gevoelens. Op een grommende en ruige inleiding met geschal van fanfares volgt een adagio dat het thema in volle glorie laat horen en mijmert over die heilzame wateren. Een fuga besluit het werk, hoewel Liszt niet lang in polyfone structuren vertoeft. Het werk sluit af met een grootse finale, waar de fanfares weer langskomen, alsof de wederdopers een triomftocht door Münster houden. 

U zult inmiddels wel begrijpen dat ik in mijn collectie wel tientallen Ad nossen heb; uit uiteenlopende landen, door allerlei organisten, op concert –, kathedraal – en kerkorgels en op grote en zelfs kleinere orgels. De meeste uitvoeringen redden het gemakkelijk binnen een half uur, maar Jacques van Oortmerssen had het graag eens binnen drie kwartier gedaan. Wonderlijk trouwens dat zo’n werk – lang, met ook echt wel zwakke plekken erin – toch zó populair is. 

Latry mist zijn Notre-Dame natuurlijk en wij met hem. Gelukkig kan hij uitwijken naar de Philharmonie de Paris waar een concertorgel van Rieger staat. Voor het liefhebberslabel La Dolce Volta heeft Latry ook Bach to the future opgenomen; vooralsnog zijn laatste cd uit de Notre-Dame, grappig genoeg ook verkrijgbaar als lp! 

Het Rieger-orgel is in 2016 ingewijd met een concert waarin Olivier Latry, Philippe Lefebvre en Bernard Foccroulle speelden. Het is een groot en indrukwekkend instrument, waarmee Rieger wat betreft algehele opzet en klankgeving nieuwe wegen is ingeslagen. Vroegere Riegers konden iets kouds, kaals en kils hebben. Je kreeg associaties met beton, staal en tl-verlichting. Dat is Rieger gelukkig ontstegen. 

Latry is een fenomenaal speler, zoals er maar weinig zijn. Met ongekend technisch gemak meestert hij de moeilijkste passages. Hij komt dan ook voort uit de rijke Franse traditie van Marcel Dupré, Jeanne Demessieux, Jean Guillou en vele anderen; een heel eigen traditie waarin technisch huzarenwerk altijd verbonden bleef met spontane muzikaliteit. Het gevaar van zoveel technisch gemak is namelijk wel dat je over intrigerende passages heen kunt spelen. Of dat de weerbarstige strijd, die vaak in dit soort negentiende-eeuwse lapidaire werken wordt gevoerd, afgevlakt wordt. Maar ja, je kunt ook nooit alles in één uitvoering hebben. Daarom is het aardig om toch echt wat meer Ad nossen in huis te hebben, en ook nog eens te luisteren naar Albert de Klerk in de oude Bavo, of, recenter, naar die prachtige vertolking van Iddo van der Giessen aldaar. 

Vermeldenswaard is hoe Latry de omvangrijke mogelijkheden van dit orgel uitbuit: hoor bijvoorbeeld hoe de klokken klingelen in die harppassages. Ook de overige werken krijgen vertolkingen die hoorbaar en détail zijn voorbereid; Latry zou het allemaal kunnen realiseren via de automatische piloot, maar doet dat gelukkig niet.

De syncretische versie van Guillou van Liszts B.A.C.H. is een assimilatie van de orgel- en de pianoversie van dit werk; fraai, maar vast een verschrikking voor puristen. Latry speelt Weinen, Klagen, Sorgen, Zagen met veel passie. Maar hier greep de immense en schrijnende strijd die Jos van der Kooy in Haarlem liet horen mij wel meer bij de spreekwoordelijke strot. 

Hoe dan ook: een prachtige Lisztplaat van een groot toonkunstenaar op een fraai eigentijds instrument in het hartje van Parijs. Hopelijk kan Olivier Latry over enige tijd dit programma nog een keer spelen en opnemen in de ‘Grote of Onze-Lieve-Vrouwekerk’ te Parijs. Want wat betreft die zwijgende en helaas nog gehavende Notre-Dame: echt Weinen, Klagen!  

Waardering: 5 uit 5.

Liszt – Inspirations 

Liszt: Fantasie und Fuge über das Thema B.A.C.H. (syncretische versie Jean Guillou); Liebestraum no. 3 (transcr. Olivier Latry); Variationen über ‘Weinen, Klagen, Sorgen, Zagen’ (bew. Marcel Dupré); Saint-François d’Assise: La prédication aux oiseaux (transcr. Camille Saint-Saëns); Fantasie und Fuge über den Choral ‘Ad nos, ad salutarem undam’ 

Olivier Latry, Rieger-orgel, Philharmonie de Paris

La Dolce Volta – LDV 95, TT 77’20, opname 12/2020, prijs € 20,00 | ladolcevolta.com