RECENSIE L’orgue chambriste: du salon à la salle de concert

l'orgue chambriste

Het conservatorium van Parijs heeft sinds kort een eigen platenlabel, Initiale. Het is in het leven geroepen om getalenteerde studenten aan het eind van hun studie een visitekaartje geven. Op die manier kunnen ze hun talent overal laten horen via cd’s, online en door middel van downloads.

De studenten krijgen een duwtje naar hun professionele carrière. Het maakt niet uit aan welke afdeling de studie plaats vond, hedendaags, jazz, klassiek. De technische kant van de cd-opname vindt plaats als stage voor studenten van de afdeling ‘geluidsberoepen’. Wat een vondst.

Kamermuziekrepertoire

Fluitiste Khrystyna Sarksyan, organist Quentin Guérillot en cellist Thibaut Reznicek gingen tijdens hun studie op zoek naar kamermuziekrepertoire om met z’n drieën te spelen. Dat viel niet mee. Ze vonden niets. Ze ontkwamen er niet aan om muziek te bewerken, waarbij vooral een pianopartij moest worden omgewerkt naar orgel. Maar ook grote werken uit de orgelliteratuur werden bewerkt.

Zo staat op de ‘afstudeer-cd’ van deze drie muzikanten een ragfijne bewerking van het Andante Sostenuto uit de Symphonie Gothique van Charles-Marie Widor. De gemiddelde Flûte Harmonique verbleekt bij dit breekbare en gevoelige duet voor cello en fluit. Ik zeg opnieuw: wat een vondst. Elke liefhebber van Franse orgelmuziek zou dit een keer moeten horen. In het origineel speelt de Flûte Harmonique tweestemmig, in de bewerking nemen fluit en cello elk een stem daarvan voor hun rekening.

Intieme sferen

Maar ik ga te snel. Het stuk van Widor is al de tweede track. De cd begint met Fauré (Andante pour violoncelle et orgue) en blijft na Widor nog in intieme sferen met Sonate pour violoncelle et orgue van Marcel Dupré. Hoewel in het derde deel al wat meer registers opengaan dan alleen zachte strijkers. De zwelkasten blijven nog even zo goed als dicht, behalve aan het slot van het derde deel.

Dat wordt anders bij het Aïn Karim van Daniel Roth, de organist van de Saint-Sulpice in Parijs. Dat werk opent met het volle orgel, maar neemt gas terug als fluit gaat meedoen. Of het orgel zwijgt dan zelf helemaal. Roth componeert creatief. Zijn muziek is eigentijds, maar hij blijft dicht bij het tonale. Dat luistert prettig.

Van Royaumont naar Parijs

Tijd om te verkassen naar een andere kerk. De eerste zes tracks van deze cd zijn opgenomen in de Abdij van Royaumont, iets ten noorden van Parijs. Daar staat een onaangetast Cavaillé-Coll-orgel uit 1864. De drie laatste tracks zijn ingespeeld bij het Beuchet-Debierre-orgel van de kerk van Saint-Étienne-du-Mont, vlakbij het Panthéon in hartje Parijs. 

Het vierklaviers instrument met 89 stemmen is gebouwd in 1956 – met veel pijpwerk van oudere datum erin, zoals Cavaillé-Coll. Het is het orgel waar Thierry Escaich organist is. Met die overstap verandert ook het repertoire van de cd. We komen nu echt in onze tijd terecht, bij componisten die zich hebben ingezet voor moderne orgelbouw.

Tandwielen van de tijd

Allereerst horen we in deze kerk Kénose van Rolande Falcinelli. Wondermooi en superspannend is het lange duet tussen de cello en tweevoets fluit van het orgel waarmee dit werk afsluit. De twee jaar geleden overleden componist/organist Jean Guillou laat de fluitiste kwarttonen spelen. Zijn muziek klinkt als een improvisatie.

Omdat er geen muziek voor de combinatie cello, fluit en orgel is geschreven, hebben de drie muzikanten een nieuw stukstuk laten maken. De keuze viel daarbij op componist Jean-Baptise Robin. Hij schreef voor hen het werk Les Rouages du Temps – de tandwielen van de tijd. 

Heel apart foutje: op de achterkant van het hoesje staat als componist van dit werk Régis Campo vermeld. Dat is weliswaar ook een Franse componist, maar Jean-Baptiste Robin noemt op z’n eigen website noemt zelf ook dat zijn nieuwe werk op deze cd staat.

Goede richting

De muzikanten gaven hun cd de titel L’orgue chambriste du salon à la salle de concert. Dat betekent zoiets als ‘het orgel als kamermuziek- en concertzaalinstrument’. Ik twijfel er niet aan of deze cd de carrières van de drie musici een duw in de goede richting zal geven, want de uitvoering is kwalititief hoog. 

Organist Quentin Guérillot (28), heeft al een mooie stap gemaakt. Hij is sinds 2018 organist van de kathedraal van Saint-Denis, een voorstad van Parijs. Hij is daar opvolger van de tamelijk jong overleden Pierre Pincemaille (1956-2018).

Visitekaartje

De muziek op deze cd is transparant en naturel opgenomen. Vormgeving en inhoud van hoesje en boekje krijgen van mij een tien. In het boekje worden de gespeelde werken toegelicht, staat een cv van de muzikanten maar ook de dispositie en een foto van beide gebruikte orgels. Deze cd is daarom niet alleen een mooi visitekaartje voor de muzikanten, maar ook van het Parijse conservatorium.

L’orgue chambriste du salon à la salle de concert

Fauré: Andante pour violoncelle et orgue, (d’aprés Romance, Op. 69); Widor: Andante Sostenuto uit de Symphonie Gothique (arr. Quentin Guérillot); Dupré: Sonate pour violoncelle et orgue; Roth: Aïn Karim (fluit en orgel); Falcinelli: Kénose (cello en orgel); Guillou: Intermezzo op. 17 (fluit en orgel); Robin: Les Rouages du Temps (cello, fluit en orgel)

Khrystyna Sarksyan, fluit; Thibaut Reznicek, cello; Quentin Guérillot, Cavaillé-Coll-orgel, Abbaye de Royaumont & Beuchet-Debierre/Gonzales-orgel, Saint-Étienne-du-Mont, Parijs

Initiale – INL 07, TT65’17, opname 05+06/2019, booklet 24 p. FR/EN; prijs € 16,00 | conservatoiredeparis.fr