20 september 2019

RECENSIE ‘Soleils couchants’ – Louis-Noël Bestion de Camboulas

Aristide Cavaillé-Coll bouwde in 1864 een drieklaviers salonorgel met 44 stemmen voor een rijke Zwitser, meneer Maracci uit Coligny. In 1936 kreeg het instrument een nieuwe plek in de refter van de vroegere cisterciënzer abdij van Royaumont, een complex dat toen al een culturele functie had gekregen. Het orgelmeubel van Cavaillé-Coll kwam niet mee naar Royaumont. Bij een restauratie in 2006 door Laurent Plet en Yves Koenig kreeg het orgel een kas in neogotische stijl.

Met zijn opname van de vier symfonieën op. 13 van Widor was Joris Verdin in 2009 de eerste organist die dit bijzondere instrument in de spotlights zette. Maar zo’n salonorgel zal niet in de eerste plaats bedoeld zijn geweest om er symfonische orgelwerken op te spelen: ongetwijfeld lag de oorspronkelijke functie méér in de sfeer van kamermuziek en transcripties, begeleiding en samenspel.

Gouden greep

Met de cd Soleils couchants heeft organist Louis-Noël Bestion de Camboulas een gouden greep gedaan door samen met vier collega-musici een gevarieerd orgelplus-programma samen te stellen, waarin het salonorgel z’n rol als ensemble-instrument glansrijk vervult. We horen het orgel in samenspel met twee vocalisten, met altviool en met harp. De fraaie akoestiek van de eeuwenoude ruimte zorgt ervoor dat de versmelting van stemmen en instrumenten optimaal is, terwijl toch elk detail verstaanbaar blijft.

Altviolist Adrien la Marca is te horen in het bekende Après un rêve van Fauré en in twee werken van Liszt. Het symfonisch gedicht Orpheus (ook al eens door Jean Guillou voor orgel solo bewerkt) klinkt hier in een versie voor altviool en orgel. In de fortepassages komen ook de tongwerken in actie, maar de altviool blijft stralend hoorbaar: symfonische allure in salonformaat! Heel geraffineerd wordt die orkestrale atmosfeer ook opgeroepen in de Danses sacrée et profane van Debussy, uitgevoerd samen met harpiste Lucie Berthomier. Genieten geblazen!

Expressief waar het kan, virtuoos waar dat nodig is

Driemaal krijgen we het orgel solo te horen. Eerst in de bekende Sicilienne uit de orkestsuite Pelléas et Mélisande van Fauré, een orgeltranscriptie van Louis Robilliard. Maar ook in het onvolprezen Choral No. 3 van Franck: een voorbeeldige uitvoering, expressief waar het kan, virtuoos waar dat nodig is. Geen tranentrekkerij, maar een mooi ademende muzikale voordracht, waardoor het overbekende stuk geen moment verveelt. In een orgelbewerking van Jean-Baptiste Robin klinkt Clair de lune van Debussy.

Als de organist het gebed ‘Herr, schicke was du wilt’ van Hugo Wolf inzet (voor orgel bewerkt door Max Reger), lijkt de tongwerkenklank wel heel heftig – maar vóórdat sopraan Eugénie Lefebre inzet, gaat de zwelkast dicht en is alles prima in balans: alsof de begeleiding op een drukwindharmonium wordt gespeeld. En dat is helemaal niet zo’n rare associatie: hetzelfde lied werd door Karg-Elert in zijn Tröstungen bewerkt voor harmonium solo. Reger zelf is vertegenwoordigd met zijn ‘Ich sehe dich in tausend Bildern’, ook al zo’n onverwoestbaar repertoirestuk voor vocalisten.

Aangename afwisseling

Het programma biedt een aangename afwisseling van bekende en minder bekende muziek, want naast die toppers van Debussy, Fauré en Franck horen we bijvoorbeeld ook fraaie liederen van Émile Paladilhe en Nadia Boulanger. Soir d’hiver van Boulanger is het enige stuk op de cd waarin we drie musici gelijktijdig horen: de sopraan wordt begeleid door harp en orgel. Van Nadia Boulanger is ook Soleils couchants waaraan de cd z’n titel ontleent.

Het genre orgel-plus is niet ieders cup of tea, heb ik gemerkt, maar zelf kan ik intens genieten van dit samenspel. Orgelspelen is vaak een solitaire bezigheid: hoe fijn is het dan om ook eens met anderen samen te musiceren. Laat je door deze cd inspireren om ook eens iets aan samenspel te gaan doen!

 


Louis-Noël Bestion de Camboulas – ‘Soleils couchants’

orgue de salon Aristide Cavaillé-Coll de l’Abbaye de Royaumont

Eugénie Lefebvre, soprano
Étienne Bazola, baryton
Adrien la Marca, alto
Lucie Berthomier, harpe

Romance oubliée (Liszt/tr. Bestion de Camboulas); Orpheus (Liszt/tr. Bestion de Camboulas); Sicilienne – extrait de la suite d’orchestre Pelléas et Mélisande op. 80 (Fauré/tr. Robilliard); Fantaisie (Paladilhe/tr. Bestion de Camboulas); Deux Danses (Debussy/tr. Bestion de Camboulas); Gebet Lied (Wolf/tr. Reger); Ich sehe dich – extrait de 2 Geistliche Lieder Op. 105/1 (Reger); Choral pour orgue no.3 op. 40 (Franck); L’Horizon chimérique op. 118 (Fauré/tr. Bestion de Camboulas); Clair de lune – extrait de la Suite bergamasque (Debussy/tr. Robin); Soir d’hiver (Boulanger/tr. Bestion de Camboulas); Soleils couchants (Boulanger/tr. Bestion de Camboulas); Après un rêve op. 7 no. 1 (Fauré/tr. Bestion de Camboulas)

Harmonia Mundi – Harmonia Nova #8 / HMN 916113, TT 68’06, booklet 28 p. EN/FR | harmoniamundi.com

 

X