17 september 2019

RECENSIE Zur Orgelmusik Felix Mendelssohn Bartholdys

Mendelssohn blijft boeien, ondanks het beperkte orgeloeuvre. Wellicht komt dat omdat er toch een soort waas van geheimzinnigheid ligt over zijn nagelaten orgeljuwelen. Mendelssohn, als kind van zijn tijd, correspondeerde graag, maar over orgels en zijn inspiratie om hiervoor te componeren ging het relatief weinig. Vandaar dat iedere studie op dit gebied welkom is.

De professoren Birger Petersen en Michael Heinemann hebben negen andere muziekwetenschappers uitgenodigd om een beeld te schetsen van Mendelssohn als orgelcomponist. Dit resulteert in een boeiend portret. Gestart wordt met het schetsen van de eerste kennismaking van de jonge Felix met de koningin onder de muziekinstrumenten. Daarna krijgt zijn muziek in het verdere van deze bundel de vrije loop.

De bijdragen van eindredacteur Heinemann zelf zijn vaak (te) breedsprakig en schetsen wel erg ver het ‘Umfeld’ van Mendelssohn. Hierbij is de relevantie soms zoek. Tot nadenken zet hij wel weer aan, als hij onder andere naar aanleiding van de Bach-receptie van Mendelssohn stelt dat zijn interesse voor de Thomascantor in de eerste plaats is gevoed vanuit het muzikale  protestantisme en pas in de tweede instantie vanuit de compositietechniek. Van een goed niveau zijn vooral de bijdragen van de andere eindredacteur Birger Petersen die in staat is om met heldere uitleg, gelardeerd met de nodige muziekvoorbeelden, Mendelssohns muziek tot leven te brengen.

Een groot deel van deze studie is gewijd aan het bespreken van de overgeleverde composities van Mendelssohn. Boeiend om te zien hoe veel vroege werken uiteindelijk uitgroeien tot de beroemde preludia en sonates. Verluchtigd met veel muziekvoorbeelden is het ideale literatuur om bij de hand te hebben op het moment dat Mendelssohn op de lessenaar staat. Helaas gaat veruit de meeste aandacht uit naar de opussen 37 en 65. Juist wat uitgebreidere studie en analyse van de overige werken zou deze bundel extra toegevoegde waarde hebben geleverd.

Naast Mendelssohn zelf wordt ook zijn invloed op tijdgenoten en de volgende generatie in beeld gebracht. Het type koraalsonate blijkt stevige voet aan de grond te hebben gezet. Bij deze bespreking komt vooral onze Jan Albert van Eijken uitgebreid aan bod. Helaas mis ik in dit hoofdstuk de aandacht voor Ernst Friedrich Richter die toch een soort ‘Krebs’-figuur is als leerling en vooral volgeling van Mendelssohn. Tot op heden is er weinig onderzoek naar hem gedaan. Een uitgelezen kans om in deze studie een eerste aanzet te doen.

Daarnaast worden de invloeden in Engeland en Nederland geschetst. Met name het Nederlandse hoofdstuk is interessant omdat door Albert Clement en Clara Sophie Spohrer musici voor het voetlicht worden gehaald die ik nog niet eerder heb gehoord maar zeker tot het 19e eeuwse muziekgilde mogen worden gerekend. Opvallend is wel dat zowel in deze bijdrage als in het eerdere hoofdstuk over de ’Nachfolgers’ Johan Gijsbertus Bastiaans buiten beeld blijft.

In een 21e eeuwse studie mag uiteraard een hoofdstuk over de vele transcripties die van vocale en instrumentale werken van de grootmeester zijn gemaakt niet ontbreken. Beginnend in Engeland, al in de 19e eeuw, tot op de dag van vandaag wordt Mendelssohn bewerkt. Wat mij betreft een uitstekend hoofdstuk om de transformatie door de tijd eens naast de eigenstandige orgelwerken te leggen. Hoe aantrekkelijk de transcripties ook zijn, er gaat voor mij niets boven het origineel!

Buitengewoon boeiend vond ik de recensies van tijdgenoten van Mendelssohn die, een beetje verborgen, ook in deze bundel zijn opgenomen. Vooral de analytisch beoordelingen van Eduard Krüger en August Gottfried Ritter geven een goed beeld van de hoge waardering van het werk van Mendelssohn. Robert Schumann is zoals altijd breedsprakig en waarderend, maar wat zegt hij nu eigenlijk …

Voor de theorie geïnteresseerde organisten die studies rondom Mendelssohn en het 19e-eeuwse orgelrepertoire hebben bijgehouden zal de bundel wel een mooi overzicht bieden waarin de laatste stand van zaken van het Mendelssohn onderzoek is verwerkt. De toegevoegde waarde zal voor hen echter  beperkt zijn. Voor alle andere liefhebbers is het een mooi complete inleiding op het orgelwerk van de jong overleden Felix. Bovendien vermoed ik dat er nog voldoende mensen zijn die denken dat zijn orgelnalatenschap beperkt is tot de drie preludia en zes sonates. Die zien hun orgelrepertoire dan ineens groeien.

 


Studien zur Orgelmusik, Band 7

Zur Orgelmusik Felix Mendelssohn Bartholdys

Herausgegeben von Birger Petersen und Michael Heinemann

Dr. J. Butz Musikverlag Bonn – BuB 26– ISBN 978-3-928412-26-1, .254 p. DU, prijs € 19 | butz-verlag.de

 

X