COLUMN Bert Rebergen: Zonder aanzien des persoons …

Monnik aan het orgel, Johannes Bosboom 1847-1891 (prent, detail) | beeld Collectie Rijksmuseum

In de orgelwereld leggen wij elkaar graag langs onze kwaliteitsmeetlatten. Geef maar toe. U hebt vast en zeker ook uw ongezouten kritiek aangaande bepaald orgelspel, of een zekere organist gedeeld met anderen, waarbij de persoon in kwestie zich ongetwijfeld op veilige afstand bevond.

Text Example

advertentie



Zeker, er zijn de beleefde en bescheiden zwijgers die, gezeten in de kerkbank, tandenknarsend en onhoorbare verwensingen mompelend, hun hartritme onverantwoord hoog laten oplopen en dankzij cholesterol- en plaspillen desalniettemin een redelijk normaal en ontspannen leven kunnen voortzetten.

Het zijn die arme baasjes die, nadat een weinig ontwikkeld orgelfanaat een ongelooflijke knoeier op de orgelbank alle lof heeft toegebracht, moeizaam en met verwrongen gelaat blijven glimlachen en – zodra de mogelijkheid zich voordoet – achter een gordijn gaan stampvoeten, daarbij continu ‘Schandalig!’, of ‘Dom, Dom, Dom!” brommend.

Oud worden die jongens niet, maar ze zullen geen vlieg kwaad doen, of een onvertogen woord uitbrengen over een organist.

Anderen maken van hun hart geen moordkuil. Zo liet een kritisch collega me ooit weten: ‘Guillou? Het enige dat hij kan spelen is zijn eigen muziek en die klinkt ook niet …’

Kijk, dan praten we. Dat wil zeggen: dat is heldere taal, maar als je – dit zo fijntjes verwoordend – zelf niet verder komt dan twee concerten per jaar, op orgeltjes die u, bij het horen van de naam, eerst in een orgeldatabase moet opzoeken, dan is enige bescheidenheid wellicht toch op zijn plaats.

Lastig wordt het – dit gebeurt ook om de haverklap – wanneer anderen zich bij u gaan beklagen over een collega. Zo kwam regelmatig een emeritus predikant naar mij toe die zei: ‘Leer die amateur eens registreren!’

Wellicht behoor ik vooral tot de categorie der tandenknarsers en reageer derhalve, vrijwel altijd, met dezelfde opmerking: ‘Wees maar blij dat we niet allemaal op dezelfde manier spelen.’

Nimmer – hoe begrijpelijk – werd mij gevraagd om het spel van organisten tijdens, bijvoorbeeld, een concours te beoordelen. Ik zou het ook niet willen, want ‘verliezers’ bleken dikwijls na dergelijke feestjes veel meer in hun mars te hebben dan de, ernstig over halve brillenglazen kijkende, jury vermoedde. En van menig winnaar hoorden we nooit meer iets. Het frequent door mij vertelde verhaal ‘Géza de Varsany’ van Franz Werfel, een latere echtgenoot van Alma Mahler, verwoordt dat op prachtige wijze.

Edoch … ik werd desondanks, vele jaren geleden, gevraagd om aan te sluiten bij een commissie die nieuw aan te stellen organisten moest toetsen op hun bekwaamheid.

Bijna een gehele zaterdag hoorden we organist na organist – toen stonden ze nog in de rij! – en velden wij ons oordeel. Daar men mij toentertijd al talig vond, was het aan mij de eer om onze conclusies aan het papier toe te vertrouwen. Zodra een organist klaar was, deelden we onze gedachten en vroeg ik wat we uiteindelijk aan de – toen nog – kerkvoogdij moesten melden. We wilden vooral een eerlijke en goed beargumenteerde beoordeling formuleren.

Nadat het zorgvuldig onderbouwde verslag naar de president-kerkvoogd – wat moet zo’n man blij geweest zijn met een dergelijke titel! – was gestuurd kwam het snel terug: dit was te gedetailleerd! Dat dit een andere manier was om te zeggen: ‘We snappen hier geen hout van! ‘, was ons direct al duidelijk.

De heren – uiteraard was het een complete mannenaangelegenheid – moesten namelijk beslissen welke kandidaten zouden worden uitgenodigd voor een zogenaamde ‘voorspeeldienst’. Het liefst lieten ze alle kandidaten zondag na zondag optrommelen, want deze organisten hoefden niet betaald te worden.

Daarna besloten we een eenvoudig lijstje met aan te vinken antwoorden te maken. De omcirkelde antwoorden – matig/voldoende/goed – stuurden we naar meneer de president. Onder de gelukkigen zat destijds een kandidaat die u nu regelmatig op concertagenda’s aantreft.

Uiteraard werden we nooit eens bedankt voor onze inzet. Ach, het was leuk om te doen en ik geloof echt dat ons ‘sanhedrin’ – zoals ik deze commissie wel placht te noemen – keer op keer een eerlijk en weloverwogen oordeel richting de kerkrentmeesters stuurde.

Toen we op een zaterdag weer samenkwamen vroeg ik de collega’s hoe het zat met twee jonge organisten die al een paar weken meedraaiden in het rooster, maar die wij als commissie nooit hadden gezien. De voorzitter was verbaasd en zei toe te informeren bij de baas.
Deze liet hem weten, dat deze twee organisten niet hoefden te verschijnen voor ons illustere comité. Einde verhaal. Dat meneer de president zeer goed bevriend was met het desbetreffende gezin, liet hij bij zijn toelichting achterwege.

Het zou de laatste keer zijn dat ik zo’n zaterdag mijn best zou doen om, samen met drie anderen, die organisten te kiezen die een goede bijdrage aan de eredienst zouden kunnen leveren … zonder aanzien des persoons.

Protestantse kerken gaan er soms prat op dat zij niet de hiërarchie van de Rooms Katholieke Kerk kennen, maar ik had gehoopt dat het principe van ‘gelijke monniken, gelijke kappen’ iets serieuzer zou worden genomen.

Bert Rebergen (*1969) is ruim dertig jaar actief in het onderwijs en treedt op als spreker en verhalenverteller. Orgelmuziek mag zich in zijn belangstelling verheugen. Dit als luisteraar en als bespeler van menig instrument. Hij schrijft sinds 2006 voor ORGELNIEUWS als columnist en recensent.

2 Comments

  1. De organist is Gregorius van Dijk, die het uit 1677 stammende orgel bespeelt in de kapel van de karmelieten in Boxmeer, De prent werd gemaakt door Johannes Bosboom, en op het origineel zie je een spiegel boven de lessenaar, waardoor de organist via de spiegel in de hoek de handelingen aan het altaar kon volgen. Bosboom maakte meerdere studies van een dergelijke situatie.

  2. Wat leuk om de naamgever van onze orgelkring eens bij orgelnieuws aan te treffen.
    Orgelkring voor het land van Cuijk en Noord-Limburg Gregorius van Dijk

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.