Een uitstapje naar het pijporgel

Compact Disc

Spiritual Movement No.1

Barbara Dennerlein

Goll-orgel, St. Martin, Memmingen (BRD)

Introduktion (Barbara Dennerlein) – Rankett Blues (Barbara Dennerlein) – Pendel der Zeit (Barbara Dennerlein) – Tin Tin Deo (Luciano, Chano Pozo) – Holy Blues (Barbara Dennerlein) – Change of Pace (Barbara Dennerlein) – I miss You (Barbara Dennerlein) – Spiritual Movement (Barbara Dennerlein) – Longing (Barbara Dennerlein) – Waltzing Pipes (Barbara Dennerlein) – Ain’t Misbehavin’ (Harry Brooks / Fats Walter) – Psychedelic Cluster (Barbara Dennerlein)

Label: Bebab Records, BEBAB 250970

Tijdsduur: 75:66

Booklet: 12 pagina’s, Duits, Engels

Bladmuziek

Barbara Dennerlein

Spiritual Movement No. 1 – Jazz für Kirchenorgel

Partitur: Acoustic Music Books – AMB 7002Barbara Dennerlein, vooraanstaand Duits Hammond-organist, werd in 1964 in München geboren en begon op elfjarige leeftijd met orgellessen. Enige jaren later, op vijftienjarige leeftijd, speelde zij al in plaatselijke jazzclubs. Op twintigjarige leeftijd richtte zij haar eigen label Bebap Records – een woordspel tussen Bebop en Barbara – op. Dit was de basis voor haar succesvolle carrière als bespeler van het legendarische Hammond B3-type. Dit orgel is overigens het enige pijploze instrument dat zich heeft weten los te maken uit de context van imitatie-van-het-pijporgel. Dennerleins eigen kenmerkende stijl en technische kunnen voerden haar op concerttours naar diverse landen; een optreden in de legendarische New York’s Blue Note mag niet onvermeld blijven. Zij sleepte meerdere prijzen binnen de jazz-scene in de wacht en won de prestigieuze Preis der deutschen Schallplattenkritik. Hoewel Dennerlein zich tot enige tijd geleden vooral met de lichte muziek heeft beziggehouden, is het kerkorgel geen onbekende voor haar. Tijdens haar eindexamen aan de middelbare school diende zij voor het vak muziek een Bach-werk op orgel uit te voeren. Omdat in haar omgeving geen enkele organist zijn orgel hiervoor ter beschikking wilde stellen heeft zij dit examen thuis en in bijzijn van de rector en haar muziekdocent op haar Hammond B-3 moeten spelen. Hier ligt de kiem voor de kruisbestuiving tussen Hammond en pijporgel zoals deze in dit Spiritual Movement tot uitdrukking komt. Ondanks dit stukje anti-reclame door de heren organisten is Dennerlein mede naar aanleiding van de Würzburger Bach-Tage in 1996 dit niet alledaagse project gestart.

Organisten die jazz op pijporgel spelen zijn niet bepaald dik gezaaid, veel puriteinen moeten er overigens niets van hebben. Dennerlein trekt zich er weinig van aan en gaat met een jazz-programma langs kerken in binnen- en buitenland. Op deze schijf opent zij met een introductie die qua idioom nog heel dicht bij de traditionele context van het pijporgel staat. Het tweede nummer echter is al volbloed jazzy, iets dat duidelijk uit de titelaanduiding moge blijken. Voor de meeste composities geldt dat de harmonieën traditioneler zijn dan men op grond van de cd-titel en compositienamen zou vermoeden. Zo wordt er bijvoorbeeld gebruik gemaakt van aan de minimal music verwante technieken. Enkel de laatste compositie, waarbij het orgel op het einde letterlijk de adem wordt benomen, zou als avant-gardistisch aangemerkt kunnen worden. In een interview gaf Dennerlein te kennen dat zij tracht een brug te slaan tussen de traditie en het meer moderne zonder haar publiek te willen shockeren. Heel treffend verwoordde zij dit als volgt – de woordkeuze is te mooi om in een vertaling te laten sneuvelen – : ‘Na ja, ich will Musik aus dem Bauch machen, die mit dem kopf verknüpft ist’. Dit streven heeft geresulteerd in een volbloed jazz-schijf in een toegankelijk idioom, waar zich nauwelijks iemand een buil aan kan vallen. Voor een beetje groove en swing kan men bij Dennerlein wel terecht. De eerlijkheid gebiedt ons wel te zeggen dat het in één sessie achtereen beluisteren van deze compact disc wat teveel van het goede is. Luisteren met beleid is hier het adagium.

Tot slot nog een opmerking over de bladmuziek die gelijktijdig met de cd is uitgegeven. We kunnen ons afvragen of het verstandig is om muziek die bij uitstek bij de gratie van improvisatie bestaat te noteren. Een beetje glans gaat dan toch wel verloren. De componiste/improvisator heeft dit getracht te ondervangen door improvisatorische delen te voorzien van akkoordsymbolen, uitgeschreven begeleidingsakkoorden en andere bouwstenen. Het is de vraag of de klassiek geschoolde organist over voldoende swing en affiniteit met dit genre beschikt om deze muziek zoals deze bedoeld is uit te voeren. Aan de andere kant, niet geschoten…. [ANDRÉ KRUIJF]