Forte ma dolce: Johannes Brahms’ orgelwerken [RECENSIE]

François Ménissier op het Wolfferts-orgel in de St. Maartenskerk te Zaltbommel en het Walcker-orgel in de St. Mariakerk te Schramberg.

Koraalvoorspel en Fuga over “O Traurigkeit, o Herzeleid”; Preludium en Fuga in a kl.t.; Fuga in as kl.t.; Preludium en Fuga in g kl.t.; Elf koraalvoorspelen, op. 122.

Label: Hortus 031.

Tijdsduur: 62’08.

Booklet: 36 pag., F, E.

Temidden van de rijke nalatenschap van Johannes Brahms, het symfonisch werk, de kamermuziek, de liederen, de pianowerken, neemt het orgel maar een bescheiden plaats in. Om het integraal uit te voeren heb je ruim een uur nodig. Dat past dus makkelijk op één cd. Veel organisten koesteren deze muziek echter als een kostelijk bezit, en niet ten onrechte.

Tussen het ontstaan van de vroege orgelwerken van Brahms en de late liggen bijna 40 jaar. Er wordt wel een verband verondersteld tussen het begin en het einde van Brahms’ diepe verbondenheid met Clara Wieck, de weduwe van Robert Schumann. Zo ontstonden de beide Preludes en Fuga’s in de jaren 1856 tot 1858, de tijd waarin Brahms regelmatig de gast was van de Schumanns in Düsseldorf en zich uitvoerig bezig hield met de studie van het contrapunt en het orgel. In deze stukken valt ook te horen dat de componist uit Hamburg afkomstig is en dat hij bewondering heeft voor de meesters uit de Barok en hun stylus fantasticus. Na de dood van Clara Wieck in 1896 componeert Brahms dan zijn elf koraalvoorspelen, opus 122, waarin de meditatie en reflectie overheersen. Gedachten over dood en eeuwigheid bepalen de sfeer in Brahms’ laatste opus, zijn muzikale testament.

Forte ma dolce, de titel van deze cd, is een speelaanwijzing die bij Brahms regelmatig opduikt en dus belangrijk is. Een krachtige, maar lieflijke klank. Overigens gebruikt Brahms in zijn orgelwerken dolce ook wel in het piano-bereik.

Voor François Ménissier, organist van de Thomaskerk in Straatsburg en orgeldocent aan het conservatorium van Rouen, was dit bij het voorbereiden van deze cd één van de criteria bij het kiezen van een of meer geschikte orgels. Een andere leidraad was het onderscheid tussen de vroege en de late orgelwerken. Omdat in de Romantiek de hang naar het verleden altijd aanwezig is, koos Ménissier voor de Preludes en Fuga’s, de Fuga in as en de koraalbewerking “O Traurigkeit” het Wolfferts-orgel in Zaltbommel, een laat 18de-eeuws instrument, een groot rococo-orgel waarin je de Romantiek toch al hoort naderen. Het is fameus om zijn fluwelige prestanten, zoetgevooisde fluiten en fijnzinnige strijkers. Maar het zijn ook de vele tertsregisters en de vurige tongwerken die aan het onmiskenbare karakter van dit orgel bijdragen. Een originele maar ook heel rake keuze!

Voor opus 122 trok Ménissier naar Schramberg in het Zwarte Woud, waar in de St. Mariakerk een vroeg Walcker-orgel uit 1844 staat (III/P/36), dat tien jaar geleden door de firma Kuhn puik werd gerestaureerd. Voor de klank van dit orgel geldt dat forte ma dolce nog meer dan in Zaltbommel. Van dit orgel klinken in de elf koraalvoorspelen vrijwel uitsluitend de sonore grondstemmen, waaruit ruimschoot gekozen kan worden. Het eerste en tweede manuaal beschikken respectievelijk over zes en vier achtvoets labialen, een complete kleurdoos. Zeer fraai is ook de werking van de sonore Quintbass 12’ van het pedaal, die aan het slot van “Mein Jesu, der du mich” en in het laatste koraal “O Welt, ich muss dich lassen” te horen is.

François Ménissier speelt buitengewoon fraai: hij neemt de tijd om de muziek tot bloei te laten komen en onderstreept op heel natuurlijke wijze met agogiek of gedifferentieerde articulatie de zeggingskracht van de stukken. Hij houdt bovendien goed rekening met de ruimteakoestiek.

De opnamen zijn evenwichtig van balans en duidelijk. Het booklet geeft in twee talen veel informatie, tot en met de teksten van de koralen en de gebruikte registraties.

Ménissiers complete Brahms-interpretatie is een uitstekend alternatief voor die van Ursina Caflisch (Neumünster in Zürich, label Coronata) of van Bernard Coudurier (Votivkirche in Wenen, label BNL). [BERT WISGERHOF]

© 2006 www.orgelnieuws.nl

Klik hier om dit artikel te bestellen