Hardorff-orgel in de Sint-Jan te Deinum gerestaureerd en uitgebreid

orgel deinum

Op zaterdag 17 maart wordt het gerestaureerde Hardorff-orgel in de Sint-Janskerk te Deinum op nieuw in gebruik genomen. Het instrument werd door Mense Ruiter Orgelmakers uit Ten Post geheel hersteld en uitgebreid met een Clarinet 8 voet en een tremulant.

Text Example

advertentie



Het Deinumer Hardorff-orgel

Het orgel van Deinum is opgeleverd in maart 1865 en is – in tegenstelling tot bijvoorbeeld dat van Scharnegoutum (1863) en Easterlittens (1867) – helemaal nieuw. Vergelijken we dit orgel met een orgel van de Firma L. van Dam & Zonen, dan is de opbouw van de samenklank bij Van Dam klassieker en transparanter. Dat van Hardorff is daarentegen doordringender en grondtoniger, maar het heeft ook zeker die pikante klank die alle goed bewaarde Hardorff-orgels kenmerkt.

Krachtiger en doordringender
Ten opzichte van de meeste Hardorff-orgels van vergelijkbare grootte is dat van Deinum wat krachtiger en doordringender. Dat wordt gedeeltelijk veroorzaakt door de gewijzigde akoestiek door de betonvloer bedekt met estriken en grafstenen die in de Sint-Janskerk in 1972 gelegd zijn. Daarvoor waren er aan weerszijden twee rijen grenen banken en een middenstuk en een houten vloer. Het orgel klinkt daardoor bij een lege of slechts gedeeltelijk bezette kerk veel directer dan in 1972. Bij een volle kerk valt dat verschil echter grotendeels weg. Desondanks herkennen wij ons in de karakteristieken die beschreven worden door de organist van de Grote Kerk te Leeuwarden, Klaas Suringbroek. Hij schrijft al over ‘de kracht van het volle werk en de doordringende geluiden der grondstemmen en der zachte registers.’

Opstelling
Bijzonder is ook de opstelling van het Bovenwerk die het plaatsen van een doorlopend Trompet-register in de bas verhindert. Daarvoor is gewoon niet voldoende hoogte beschikbaar. Vandaar dat in de bas een Basson 8 voet is geplaatst. Van Dam had daar een mooie oplossing voor bedacht: hij creëerde een andere volgorde van pijpen op de lade (een chromatische opstelling) waardoor er toch een complete Trompet kon staan. Alleen bij kleine orgels bleven er Basson- in plaats van Trompetpijpen voorkomen.

De pijpenvolgorde op de windlade van het onderklavier of Hoofdwerk is nog heel klassiek, met twee maal de zeven grootste pijpen aan weerszijden (de grootste pijp in het midden) en klein d centraal. Dit volgt precies de frontopstelling.

Cornet
Een extra bijzonderheid is de plaatsing van een Cornet op zestienvoetsbasis in Deinum. Bij de orgelmakers Van Dam, en daarvoor ook bij Hinsz, was dit tot het eind van de 1850-er jaren niet ongebruikelijk. Maar in 1865 deed Van Dam dit niet meer en ook in het oeuvre van Hardorff is deze samenstelling van een Cornet uniek. Daarnaast ontbreekt een drievoets register in de Deinumer dispositie.

interieur sint jan kerk deinum
Het interieur van de Sint-Jan te Deinum voor de modernisering van de jaren 70

Vanaf de oplevering in 1865 tot en met de restauratie in 2017-2018

Het onderhoud van het orgel berustte vanaf 1865 tot 1885 bij W. Hardorff, later de Firma Hardorff en Zoon, geleid door Hardorffs schoonzoon Johan Frederik Kruse. Bakker & Timmenga nemen dit na 1907 over, in 1962 gevolgd door heer W. Eppinga te Britswerd. Door hem werd niet nader omschreven onderhoudswerk uitgevoerd, waarbij de discant van de oorspronkelijke Viola 8 voet werd ingekort tot een Quint 3 voet. De pijpen van het klein octaaf werden afgekoppeld en bleven onaangetast op hun plaatsen staan.

Het ‘strikt noodzakelijke’
Een restauratie van het ‘strikt noodzakelijke’ door de firma Bakker & Timmenga uit Leeuwarden in 1976 behelsde voornamelijk het herstel van de technische staat van het instrument. Hierbij werden de windladen zorgvuldig gerestaureerd en voorzien van hechthouten platen. De discant van de Quint 3 voet werd weer tot Viola 8 voet verlengd. Het orgel bleef een zeer goed bewaard monument dat bij uitstek het oeuvre van de orgelmaker Hardorff vertegenwoordigt. Andere onderdelen die in 1976 eigenlijk ook gerestaureerd moesten worden, zoals balgen, Bourdonlade, mechaniek en reparaties aan houten pijpwerk, zijn wegens geldgebrek ongemoeid gelaten.

Na de restauratie door Bakker & Timmenga is het onderhoud terechtgekomen bij Tj. Heidinga, daarna bij Orgelmakerij Steendam, de firma Kaat & Tijhuis en Orgelmakerij Reil.

Op instorten
Het instrument genoot enige bekendheid door radio-uitzendingen van onder meer kerkdiensten door de IKON en de NCRV. De kerk raakte in de zestiger jaren van de twintigste eeuw zodanig in verval dat in 1970 de zaak op instorten stond. Letterlijk zelfs. De restauratie die toen in allerijl tot stand kwam betekende tevens het einde van het negentiende-eeuwse interieur, uitgezonderd het orgel en de wand eronder. Onder leiding van architectenbureau Wiersma en Brugman te Leeuwarden werd de ruimte ontdaan van de houten vloer, alle banken en de preekstoel. Een andere (zeventiende-eeuwse) eiken preekstoel uit de Hervormde Kerk van Hem in Noord-Holland (gesloopt in 1972) kwam in de plaats van de vorige. Ter versteviging van de constructie werden grote eiken balken aangebracht die sindsdien het zicht op het orgel voor een deel belemmeren.

kerk deinum
‘Yn Deinum stiet in sipel op ’e toer’ – de Sint-Jan in Deinum met karakteristieke ui-vormige torenbekroning

Synthetische verf
Ter gelegenheid van de interieurrestauratie van 1970-1972 werd ook de kleur van het orgel aangepakt. De orgelkas, inclusief het snijwerk en alle ornamenten werden tot op het hout ontdaan van verf- en grondverflagen. Daarna is met behulp van plamuur en een moderne laklaag de orgelkast aan de buitenzijde geschilderd met een dekkende crème van een synthetische verfsoort waaraan men bij het vernieuwde interieur niet erg behoefde te wennen. Alleen bij de bewaard gebleven orgelbank (met leuning) kon men naar mate de tijd verstreek nog restanten van dekkend bruin en daaronder een mahonie-imitatie aantreffen. Het snijwerk was bij de schilderbeurt met moderne schroeven vastgezet en daardoor gescheurd, gespleten en verbrokkeld.

orgel deinum voor de restauratie
De orgelkast werd aan de buitenzijde geschilderd met een dekkende crème van een synthetische verfsoort

Vanaf het begin van de jaren 2000 kwamen er steeds meer klachten over de bespeelbaarheid en stemming van het orgel. De conditie van de windladen gaf geen krimp, maar die van het houtwerk van orgelkas, orgelwand en balustrade des te meer. Rigoureus stoken met de heteluchtverwarming uit 1972 had veel ernstige krimpscheuren in het grenenhout achtergelaten.

Restauratieschilders
We realiseerden ons steeds meer dat het orgel, inclusief de wand onder het orgel (de zogenaamde peiwand), de enige overblijfselen waren van het kerkinterieur uit 1864-65. Door de moderne crèmekleur viel dat echter niet meer zo op. Bij het geplande herstel van het houtwerk uit 1864-65, inclusief de orgelkas, kwam de discussie boven borrelen of we ook de kleuren uit 1865 zouden durven herstellen. Naar mate de tijd verstreek, kreeg het idee steeds meer voet aan de grond. En zo werd de restauratie van het schilderwerk in 2017 opgedragen aan restauratie-schildersbedrijf De Jongh uit Waardenburg, in nauwe samenwerking met schilder Lolle Schakel uit Parrega. De kas en balustrade zijn hierbij weer in de kleuren en verfsamenstelling van 1865 geschilderd. De frieslijst, kolonetten en bijbehorende ornamentiek zijn gemarmerd. Bladgoud is opnieuw aangebracht. Het overige schilderwerk is dekkend uitgevoerd in ivoorkleur. Ook het snijwerk is – na restauratie – opnieuw geschilderd in ivoor, afgezet met bladgoud. De peiwand is tussen de kolonetten ook opnieuw geschilderd, in ivoorkleur.

hardorff orgel deinum na restauratie
De oorspronkelijke kleurstelling werd in 2017 teruggebracht door restauratieschilder De Jongh uit Waardenburg in nauwe samenwerking met schilder Lolle Schakel uit Parrega

Orgelrestauratie
Mense Ruiter Orgelmakers BV uit Ten Post hebben het orgel zorgvuldig en volgens ambachtelijke principes gerestaureerd en uitgebreid met een vanaf de bouw gereserveerde Clarinet 8 voet en een nieuwe inliggende tremulant. De restauratiewerkzaamheden bestonden uit het herstel van frontpijpen, houten pijpwerk, windkanalen, het aanbrengen van een nieuwe stemplank voor het bovenwerk, restauratie van de Bourdonlade, magazijn- en schepbalgen en klaviatuur.

De orgelmakers hebben gedurende het gehele proces vooral respect getoond voor het gaaf bewaard gebleven orgel in al zijn facetten. Nu, na de restauratie, is dat aan alle delen af te lezen. Het pijpwerk staat er bij, alsof Hardorff het pas gisteren afgeleverd heeft.

klaviatuur orgel deinum
Gerestaureerde klaviatuur van het Hardorff-orgel in Deinum

Ingebruikname

De ingebruikname van het orgel in de Deinumer Sint-Jan vindt plaats op zaterdag 17 maart om 14.00 uur. Harm Woltjer zal het orgel bespelen in werk van Mendelssohn, Rheinberger en improvisatie. Samen met adviseur Dirk Bakker zal hij het orgel ook presenteren. Rinze Leeverink laat twee werken van Dubois horen. Dolf Tamminga van Mense Ruiter Orgelmakers zal een toelichting op de restauratie geven.

 


Dispositie

Manuaal C-f3

Prestant  8

C-h1 in het front; c2-f3 op de lade.

Bourdon 16

C-F op aparte (Bourdon-)lade; C-h eiken gedekt; c1-f3 metaal gedekt; relatief wijde mensuur.

Holpijp  8

C-H eiken gedekt; c0-f3 metaal, gedekt.

Octaaf 4

Roerfluit 4

C-b2 gedekt, metaal met korte en enge roeren; h2-f3 conisch open.

Octaaf 2

Cornet III discant

Op c1:  5 1/3-voets koor c1-h1 gedekt; rest wijd open (open fluitmensuur); 4 voets koor wijd open; 3 1/5-voets koor wijd open.

Basson 8 bas

Metalen stevels zonder voetspits, in stok verzonken. Loden koppen en tinnen kelen. Metalen bekers cilindrisch op conisch onderstuk.

Trompet 8 discant

Factuur als Basson. Met trechtervormige metalen bekers.

 

Bovenwerk C-f3

Salicet 4

C-h in het front (bovenste middentoren en zijvelden; van de zijvelden is aan iedere zijde een frontpijp loos). Alle pijpen met expressions.

Viola 8

C-H gecombineerd met Fluit dolce 8 voet; c-h dwars op pijpenbank afgevoerd; vanaf c1 op de lade. Oorspronkelijk gemaakt van 90% tin. Alle pijpen met expressions (gedeeltelijk gereconstrueerd). Driehoekige afwijkende onder- en bovenlabiumvorm (origineel) met inscriptie: ‘Fiola’.

Fluit dolce 8

C-H eiken gedekt; c-f3 metaal gedekt.

Prestant  8 discant

Uitgevoerd met forse baarden.

Fluit d’amour 4

C-f2 metaal, gedekt; fis2-f3 conisch open.

Speelfluit 2

Metaal, conisch open.

Clarinet 8

2018. Opslaand tongwerk naar voorbeeld van het orgel te Menaldum (Bakker & Timmenga, 1929). Metalen stevels en koppen, bekers cilindrisch op onderconus, voorzien van losse trechtervormige opzetstukken.

 

Pedaal, C-h

Aangehangen

 

Werktuiglijke registers

Tremulant – inliggend, 2018
Afsluiting Manuaal
Afsluiting Bovenwerk
Pedaalkoppel – (door Hardorff ‘pedaal verzetting’ genoemd)
Klavierkoppeling

Toonhoogte: a1= 435 Hz bij 17oC

Winddruk: 73 mm waterkolom

 

Labiumvorm zoals gebruikelijk bij Hardorff: ronde bovenlabia bij de gedekte pijpvormen, spitse relatief korte bovenlabia bij de open pijpen. Baarden zijn aangebracht voor vrijwel alle gedekte pijpen en de Prestant 8 voet discant van het Bovenwerk.

 

© 2018 fotografie Dirk Bakker