‘Laat een lokale held een concert geven’

Organisten, orgelbouwers en organisators van orgelconcerten kwamen gisteren (21/11) in Rotterdam bij elkaar om na te denken over het aantrekkelijk maken van orgelconcerten.

ROTTERDAM – ‘Jullie maken altijd zoveel ruzie.’ Zeg dat maar eens tegen orgelliefhebbers. Martijn Sanders, tot juni van dit jaar directeur van het Concertgebouw in Amsterdam durfde het gisteren. Hij zei het tegen ongeveer tachtig mensen die zonder uitzondering iets met het orgel te maken hebben: organisten, organisators van orgelconcerten, medewerkers van orgelbladen, muziekrecensenten. Ze waren gisteren op uitnodiging van Vereniging Nederlands Platform Orgelkunst en -cultuur in Rotterdam bij elkaar, om na te denken over de plaats van het orgel in het Nederlandse muziekleven.

Organisten en orgelkenners mogen als ruziezoekers bekend staan, ze hoorden Sanders welwillend aan, ondanks de felle kritiek die hij over de aanwezigen uitstortte. Toen hij directeur van het Concertgebouw was, werd het grote orgel in de zaal voor veel geld gerestaureerd. Desondanks wordt het instrument zelden gebruikt. Sanders legde uit waarom. ‘We hebben geprobeerd orgelconcerten te organiseren. Dat was geen succes, want er kwamen veel te weinig mensen op af, ongeveer vijfhonderd.’

De aanwezigen klapperden met hun oren. Zo’n aantal, daar kun je alleen van dromen. Bij goedlopende concertseries als in de Stevenskerk in Nijmegen komen rond de driehonderd mensen, vertelde Jetty Podt, organiste van de Stevenskerk, later op de dag. Organist Jos van der Kooy van de St. Bavo in Haarlem telt in de zomer regelmatig meer dan vijfhonderd bezoekers. Andere concertseries lopen minder goed. Een van de bezoekers wist van een orgelconcert in Den Haag waar slechts zes mensen op af kwamen.

Sanders vindt een orgel een duur instrument. Het moet doorlopend gestemd en onderhouden worden. Een groot probleem vindt hij het feit dat orkesten hun instrumenten steeds hoger stemmen, waardoor samenspel met een orgel onmogelijk is, omdat je een orgel niet even kunt bijstemmen. Verder vindt hij dat er geen echte sterorganisten zijn in Nederland ‘van het niveau van violiste Janine Jansen’.

Meteen na de restauratie van het orgel in het Concertgebouw bestookten mensen uit de orgelwereld Sanders met kritiek. Het instrument had niet uitgebreid mogen worden. ‘Ze gebruikten vaktermen waar ik nog nooit van gehoord had: superoctaafkoppels en barkermachines. Misschien kan iemand me vandaag uitleggen wat die termen betekenen’, waarna hij bekende nooit echt liefde voor het orgel gevoeld te hebben. Zoiets vermoedden de aanwezigen al.

Ook Cynthia Wilson kraakte kritische noten. De in de Verenigde Staten geboren musicologe had als voordeel dat ze de orgelwereld van binnenuit kent, onder meer vanwege haar werk bij de NCRV-radio. ‘Er zijn zaken die we niet kunnen veranderen, bijvoorbeeld dat er te veel afgestudeerde organisten zijn, dat de kerken leeglopen en dat de omroepen weinig aandacht hebben voor het orgel. Er zijn ook dingen die we wel kunnen veranderen als het gaat om het onder de aandacht brengen van het orgel. Waar ik ook kom in de wereld, in Japan of in Amerika, iedereen weet dat er in Nederland goede orgels staan. Toch maken de VVV’s reclame voor Nederland met alleen klompen, tulpen en molens, niet met orgels.’ Ze had nog meer tips voor het binnenhalen van publiek. ‘Concertorganisaties kunnen het best internationale namen of lokale helden programmeren. Je gaat niet naar een concert waar iemand speelt die je niet kent.’

Jetty Podt deed een poging om het succes van de Nijmeegse orgelserie te verklaren. ‘De orgelcommissie heeft geen kerkelijke binding. Het gaat ons niet om de orgelcultuur, maar om het brengen van goede muziek. De programma’s van gastorganisten worden ver van te voren beoordeeld op zwakke plekken, waarna met de gastorganist overlegd wordt. Elke organist die we uitnodigen, gaan we eerst beluisteren. Na afloop van het concert is er koffie en thee en daarna kunnen we nog napraten op een speciaal voor ons gereserveerd terras.’

Jos van der Kooy van de St. Bavo in Haarlem, waar de burgerlijke overheid al eeuwenlang orgelconcerten organiseert, zoekt het in de mix van toegankelijke muziek en nieuwe eigentijdse composities. ‘Maak nooit een programma met alleen moderne muziek. Dat is te veel voor de mensen.’ Hij erkende dat hij de nieuwe muziek ook niet altijd meteen mooi vindt. ‘Soms zit ik onder het studeren ervan te balen en gooi ik de partituur door de kamer. Meestal vind ik de muziek na verloop van tijd toch mooi.’

[PETER SNEEP, bron: NEDERLANDS DAGBLAD]

© 2006 www.orgelnieuws.nl

© 2006 fotografie Wim van der Ros