Mathias: Complete Organ Works [RECENSIE]

William Mathias – Complete Organ Works

Richard Lea plays the Organ of Liverpool Metropolitan Cathedral

Fanfare; Vexilla Regis Prodeunt; l’Homme Arme; Antiphonies op. 88/2; Processional; Berceuse op. 95/3; Recessional op. 96/4; Invocations op. 35; Prelude, Elegy and Toccata; Postlude; Fanfare for KBL and Toccata Giocosa; Jubilate op. 67/2; Braint; Variations on a Hymn Tune (Braint) op. 20; Carillon; Fenestra; Canzonetta op. 78/2; Fantasy op. 78; Chorale ‘Easter 1966’; Partita op. 19.Label: Priory Records

Nummer: PRCD870

Boeklet: 28 pagina’s

Prijs: € 29,95 (2CD)

Muzikale interpretatie * * * * *

Programmakeuze * * * * *

Keuze van het instrument * * * * *

Kwaliteit van de opname * * * * *

Informatie in het boeklet * * * * *

Grafische vormgeving (cd en boekje) * *

[button link=”http://www.orgelshop.nl/orgelnieuws” target=”_new” style=”large” title=”BESTELSERVICE”][/button]

Het zal begin 1983 geweest zijn, dat ik in een antiquariaat voor een paar gulden een beduimeld stuk muziek kocht dat me qua notenbeeld wel aansprak. Het was het (nog geen twintig jaar oude) werk Jubilate van ene William Mathias. Het fascineerde vanaf het eerste moment dat ik het op de lessenaar zette: felle ritmiek, akkoorden à la Messiaen maar dan anders, hier en daar jazzy, herkenbaar twintigste-eeuws, goed uitvoerbaar op tweeklaviers orgel enz. Dat leek me wel wat voor mijn eerste overgangsexamen op het conservatorium. Niet alle examenleden waren erg gecharmeerd. Niemand kende Mathias, sowieso leek niemand Engelse muziek na Stanley te kennen…

Vanaf dat moment rolde ik in het circuit van begeleider van kerk- en kamerkoren en kwam er steeds vaker een partituur van die Mathias langs. En eenmaal in Engeland kocht ik me zowat blut aan Mathias-partituren en -cd’s en maakte ik me vertrouwd met zijn werk. In de lespraktijk bleken veel van zijn kortere werken uitstekend te pruimen door zowel de leerlingen als hun toehoorders in de kerken. Altijd is deze muziek ervaren als ‘modern’ maar ‘fris’ en ‘goed te volgen’.

Inderdaad heeft Mathias niet beoogd de muziekgeschiedenis te veranderen. In de structuur van zijn werk herkennen we steeds de menselijke maat; dat is in dit geval een natuurlijke (archaïsche) periodisering, een herkenbare retoriek en vooral het speelplezier. Enkele jaren geleden registreerde John Scott een cd-selectie van Mathias’ oeuvre op het orgel van de St. Paul’s Cathedral te Londen, nu is er dan het complete oeuvre voor orgel (overigens zonder het concert voor orgel en orkest), opgenomen op dubbel-cd door Richard Lea op ‘zijn’ imposante orgel (Walker,1967, 88 registers) in de (R.K.) kathedraal van Liverpool.

Voor (hopelijk) velen zal het een feest der herkenning zijn nu eindelijk te beschikken over voorbeeldige uitvoeringen van de voor amateurorganisten goed bereikbare Postlude, Toccata Giocosa, Choral, Fanfare, Canzonetta en Recessional. Voor de overige luisteraars (waaronder hopelijk ook concertorganisten) moet het een aardig avontuur zijn geconfronteerd te worden met zijn meer grootschalige werken zoals Antiphonies, Invocations, Partita en Fantasy. Mathias is er in geslaagd in al deze werken (evenals in zijn koor- en orkestmuziek) een eigen taal te ontwikkelen die onmiddellijk als de zijne herkenbaar is. Inderdaad, qua ritmische souplesse en durf baanden grootheden als Britten, Bartók en Walton voor hem de weg en hebben de harmonisch taal van Messiaen en de Keltische volksmuziek ook hun sporen achtergelaten. Hoewel pianist van origine was Mathias goed vertrouwd met het orgel en is zijn muziek altijd ‘op maat’ voor dit instrument gemaakt. Met het Walker-orgel van Liverpool heeft Richard Lea welhaast het perfecte vehikel voor deze muziek onder handen. Een groot werk als Invocations vraagt om een groot instrument met goed werkende zwelkast en een pittige chamadetrompet. Andere stukken klinken echter optimaal in kleine, spits en boventoonrijke combinaties. In dit alles voorziet het neoklassieke Walker-orgel en Lea maakt er dankbaar gebruik van. De dynamische bandbreedte van het orgel is dusdanig dat het oppassen is met afluisteren: dit orgel kan zowel fluisteren als brullen en als je de partituren niet voor je neus hebt, kun je voor verrassingen komen te staan. De (overdadige) akoestiek van de kathedraal speelt gelukkig geen al te prominente rol op deze opname, zodat alles goed is te volgen maar zeker niet te droog klinkt. Lea’s spel is in al deze werken accuraat en gelukkig niet gehaast, hier en daar wijkt hij overtuigend af van registratievoorschriften van de componist.

Is er dan niets te zeuren over dit product? Toch wel. Hoewel er zeer veel informatie over de componist, zijn werk, de organist en zijn orgel in het boeklet staat, is dit tekstgedeelte noodgedwongen gezet in het kleinst denkbare lettertje en een loep is helaas niet bijgeleverd. Ook de voorkant van het boeklet had wel iets fantasievoller gekund. Er is niets mis met de gebrandschilderde ramen van de kathedraal, maar het hier gebruikte lettertype detoneert behoorlijk. Verder is bij geen enkel werk vermeld waar de bladmuziek is uitgegeven. Zeker in het geval van enkele werkjes die we nog niet kenden (en hier hun eerste opname beleven), hadden we deze info graag ook gehad. Enfin, alleen luisteren kan ook geen kwaad en werkt heel verfrissend tussen al het Messiaen-geweld dat heden ten dage gevraagd en ongevraagd over ons wordt uitgestort. [AART DE KORT]

[button link=”http://www.orgelshop.nl/orgelnieuws” target=”_new” style=”large” title=”BESTELSERVICE”][/button]

© 2008 www.orgelnieuws.nl