RECENSIE Een hoogwaardige Duruflé-integrale door Thomas Trotter in King’s

cd duruflé organ works thomas trotter

Van de persoon Maurice Duruflé is niet eens zoveel bekend. Als het om zijn persoon en privéleven ging zou hij het in deze tijd graag zonder eigen Facebookpagina doen. Voor mij is hij zeker de gentleman-composer van de Franse orgelmuziek uit de 20eeeuw. Toen ik hem voor het eerst op een foto zag, dacht ik dat het een Brit was, dezelfde indruk achterlatend als een Herbert Howells.

Text Example

advertentie



Zoals Franck zich amper liet meeslepen door het spektakel uit zijn tijd, zo laat Duruflé zijn geheel eigen geluid horen in tijden waarin Dupré – hoe knap ook – meer voor effect en virtuositeit lijkt te gaan en Langlais en Messiaen nog sterker zijn in het schilderen en het neerzetten van sfeer. 

Jéhan Alain en Maurice Duruflé zijn in ieder geval mannen die hoofd en hart hand in hand laten gaan en allebei een beperkt oeuvre achterlieten. Bij Alain maakte de oorlog een abrupt einde aan het leven van een veelbelovend componist, terwijl Duruflé zelf het kritische mes zette in zijn composities. Zijn tweede echtgenote vertelde ooit voor de BBC-radio hoe lastig hij voor zichzelf kon zijn. De lat lag meters hoog. Veel verdween in de prullenbak en complimenten voor zijn muziek vielen zelden in goede aarde. Toen mevrouw Duruflé hem ooit vergeleek met Debussy, schudde hij boos het hoofd en zei: ‘Aan jou heb ik ook niets!’

In ieder geval heeft die zelfkritische houding ons gelukkig weinig overbodige orgelmuziek opgeleverd. Over de Suite was Duruflé tot het laatst ontevreden – hij bleef er eindeloos aan werken – en ondanks de schoonheid van deze compositie, is die twijfel wel te begrijpen. Het is, behalve het openingsdeel, niet zijn sterkste muziekstuk. Diezelfde kunst van het beperken horen we in de muziek van Duruflé zelf. Geen noot lijkt te veel, geen noot had mogen missen. Een vakmanschap dat we bij weinigen aantreffen. Net zoals bij Widor stopte Duruflé al vrij snel met het schrijven van orgelmuziek. 

Velen gingen Thomas Trotter voor in het opnemen van het complete orgeloeuvre, dat net op één cd past, zelfs met de postuum uitgegeven Méditation en het niet al te uitgesproken studiewerkje Chant donné.

Trotter koos voor het zojuist gerestaureerde orgel van King’s College Chapel in Cambridge. Het booklet van deze cd zwijgt helaas grotendeels over het orgel. In zijn recensie van de dvd/cd-set ‘A Legend Reborn’ beschrijft Peter Sneep piekfijn wat er met het orgel is gebeurd. Niets liever zou Sneep op de boot stappen naar Engeland om het instrument in levenden lijve te horen. 

Ik vrees dat ik dan in een hut naast hem zit, want het orgel maakt ook op deze uitstekende opname meer indruk dan het ooit op mij heeft gemaakt. Dat heeft ook met de vaardigheid van de bespeler te maken. Trotter stelde mij zelden teleur en doet dat hier opnieuw niet. 

Vergeef me als ik in herhalingen val, maar de grote valkuil voor menig Britse organist is het keurig spelen van wat er staat en het nalaten van avontuur. Het klopt allemaal, behalve een hart. Het heeft ook met de intentie te maken die een bespeler heeft voordat deze gaat opnemen. 

Wil deze een goed onderbouwd en wetenschappelijk doorwrocht stuk schrijven, of durft de auteur (daarnaast) grenzen op te zoeken en met, soms gebruik makend van gewaagde speldenprikken, een goed verhaal te komen. Schrijver Godfried Bomans zei het ooit kernachtig: ‘Mannen zijn meesters in het vertellen van een sterk verhaal. Juist door her en der de boel wat op te blazen en er wat bij te verzinnen, hangen toehoorders aan zijn lippen. Hij is immers niet bezig met het reproduceren van louter feiten, maar fantaseert de waarheid en is begonnen aan een creatie.’

Thomas Trotter aan het Harrison & Harrison-orgel van King’s College Chapel Cambridge | © foto Benjamin Sheen / King’s College Cambridge

Trotter vindt binnen dat spanningsveld een gulden middenweg. We herkennen direct Duruflé, maar we merken dat hij belangrijke details zo benadrukt dat deze opvallen zonder je af te leiden van de vertrouwde muziek, die met gezonde geestdrift wordt vertolkt.

Zo’n moment had ik heel sterk tijdens het beluisteren van het Scherzo. Wat een meesterwerk is dat toch! Al vrij snel vraagt Duruflé om een Nasard op het Récit, maar die missen we in King’s op het zwelwerk. De kenners moeten me maar verbeteren, maar ik vermoed dat Trotter daarom de Fifteenth 2’ gebruikt, waardoor die karakteristieke loopjes vanaf het Tempo Vivace – het moment waarop de rustige, dromerige start, die me hier aan de opname van John Scott in St Paul’s deed denken, vleugels krijgt – om extra attentie vragen, hetgeen bij mij lukte!

De opname van de cd is zo dat we het orgel van nabij en in de ruimte ervaren. Daardoor krijgen veel registers de kans om van zich te laten horen, zonder dat je het akelige idee hebt in de orgelkast te zitten. 

De muziek van Duruflé vraagt om die doorzichtigheid, omdat over elk nootje lijkt te zijn nagedacht. Inspiratie was niet de ‘drive’ van deze grote musicus. Hij schreef, omdat hij muziek wilde schrijven. Wilde. Maar om de juiste noten op de juiste plek te krijgen, was voor de organist van de Parijse Saint- Étienne-du-Mont dikwijls een flinke worsteling.

Over de rest van deze cd kan ik kort zijn: zowel de kwaliteit van de opname, als de muzikaliteit in acht nemend, een hoogwaardige uitvoering van het orgelwerk van Maurice Duruflé! 

Muziek van een authentieke en zeer begenadigde Fransman, die blijkbaar ook iets Brits heeft. Zijn geboortegrond Normandië is niet zo ver weg en terecht wordt in het booklet gewezen op zijn grote voorliefde voor het Gregoriaans, daar waar Britten zo dikwijls dankbaar gebruik maken van hun folksongs. 

Gespeeld door een Brit op een Brits instrument. Wat mij betreft een zeer geslaagd huwelijk. Eentje, die tussen de vele uitvoeringen die ik ken, een topvijfnotering inneemt. 

Duruflé – Complete Organ Works

Fugue sur le thème du Carillon des Heures de la Cathédrale de Soissons, Op. 12; Méditation, op. post.; Prélude et fugue sur le nom d’Alain, Op. 7; Scherzo, Op. 2; Prélude sur l’Introït de l’Epiphanie, Op. 13; Prélude, adagio et choral varié sur le theme du ‘Veni Creator’, Op. 4; Chant donné: Hommage à Jean Gallon; Suite, Op. 5

Thomas Trotter, Harrison & Harrison-orgel, Chapel of King’s College, Cambridge

King’s College Recordings – KGS0053, TT 73′, opname 03/2020, booklet 16 p. (EN), prijs £ 10.00 (verschijnt 11 juni 2021) | kingscollegerecordings.com