RECENSIE Greetings from Haarlem Organ City

Dit is typisch een cd om het orgel in al zijn schoonheid en variatie te etaleren. Het lijkt er zelfs op dat hij met name is geproduceerd om in de souvenirshop bij de Grote of Sint-Bavokerk te leggen, zodat de toeristen die tijdens een rondleiding het prachtige orgel hebben gezien thuis kunnen luisteren hoe dat klinkt. Je kunt de cd namelijk niet bij de onlineshops krijgen. 

Stadsorganist Anton Pauw stelde een zorgvuldig programma samen, deels met werken die een link naar het orgel hebben. Vooral zijn muzikale vertolkingen, maken er een erg mooie cd van.

Stadsorganist

Al meer dan 30 jaar is Anton Pauw organist van het beroemdste orgel ter wereld: het Müller-orgel in de Grote of Sint-Bavokerk te Haarlem. Sinds het vertrek van Jos van der Kooy in 2017 is hij nog de enige Haarlemmer stadsorganist. Een functie met aanzien, nationaal en internationaal. Je bent tenslotte bespeler van een van de beroemdste orgels ter wereld. Ooit waren er zelfs drie organisten tegelijk in dienst.

Sinds het vertrek van Van der Kooy mag Pauw het allemaal doen: de liturgische muziek verzorgen van de kerkelijke gemeente die de Bavo gebruikt, de concertseries organiseren, gastheer zijn van bezoekende musici, de gemeente Haarlem artistiek adviseren, verantwoording dragen voor de onderhoud van het instrument en de pers te woord staan als er vanwege vleermuizenpoep groot onderhoud moet plaatsvinden. 

Programma

Toen de cd bij mij op de mat viel, had ik wat dubbele gevoelens. Enerzijds verwachtingsvol: Anton Pauw is een uitstekende musicus, die wat mij betreft wel wat meer cd’s mag opnemen. Maar een blik op het programma maakte mij minder enthousiast: veelal barokmuziek (van Böhm tot Brahms), met ook nog eens veel bekende werken. Moet een cd die het Haarlemse orgel presenteert niet ook muziek uit de 20ste en 21ste eeuw laten horen? Haarlem met zijn monumentale orgelfestival was en is tenslotte een grote promotor van hedendaagse muziek. 

Eenmaal aan het luisteren werden mijn bedenkingen weggenomen door het voortreffelijke spel van Anton Pauw. Als je je mee laat nemen door het programma ontdek je gaandeweg allerlei facetten van de klankschoonheid van het Müller-orgel. De individuele registers excelleren (alle solotongwerken komen aan bod: van de Trechterregaal op het Rugwerk tot de Cinq 2 op het Pedaal!), maar ook de grotere geluiden: het klassieke prestantenplenum in Böhms preludium, een uitgekiender plenum bij Bach, de meer volle registraties bij Mendelssohn, maar ook forte met de bovenwerkcymbel in Mozart. 

Musiceervreugde

Niet alleen de registraties van de werken kloppen. Pauw brengt de muziek tot leven. Je hoort hoe de organist intens plezier beleeft aan het muziek maken. De cd opent met de virtuoze pedaalsolo van het Preludium in d van Böhm. Het is een genot om Pauw te horen spelen met de akoestiek van de kerk: precies de juiste pauzes terwijl het stuk tegelijk een enorme drive blijft houden. 

Voor de volgende werken heeft de organist een truc toegepast. De koraalbewerkingen van Kaufman vragen om een extra melodie-instrument dat de cantus firmus speelt. In dit geval wordt die ook op het orgel gespeeld, niet door ‘een derde hand’, maar door de melodie apart op te nemen en in de eerste opname te mixen. Zo kun je in ‘Herr Gott Dich allen loben wir’ het pedaal zowel horen in zijn basfunctie als uitkomende stem met de Cinq.

Fishers Passacaglia (uit een klavecimbelsuite) is niet het meest spectaculaire werk en wordt gespeeld met twee bescheiden registraties (prestant 8 en fluiten 8, 4, 2). Juist in zo’n klein werk, dat maar zo saai kan worden, komt Anton Pauws muzikaliteit uit de verf. De passacaglia wordt bescheiden neergezet, maar boeit van de eerste tot laatste maat. 

Toelichtingen

In het cd-boekje geeft Anton Pauw zelf wat informatie over het orgel, over de gespeelde werken en ook over registratiekeuzes. De tekst is bedoeld voor de leek (de toevallige Bavotoerist), zo blijkt uit de uitleg van technische termen tussen haakjes, maar af en toe staat er voor de ingewijde een boeiende opmerking in. Zo schrijft Pauw dat Bach en het Bavo-orgel niet echt voor elkaar gemaakt zijn. Je moet doordacht registreren wil je niet of het orgel of de componist tegen de haren instrijken. Zelf doet hij dat door Preludium en Fuga BWV 541 te spelen met het hoofdwerkplenum op 8’ basis, terwijl het pedaal aan het rugwerk is gekoppeld (met de Fagot 16’). Het levert een vrolijk en aanstekelijk geheel op. De drie Schübler-koralen zijn dan juist weer heel vocaal. 

Minpuntje is wel de rommelige voorkant van het boekje, met vijf verschillende fotootjes en een titel met Word-art letters, maar voor de rest ziet de productie er goed uit. 

Hoogtepunt

Muziek uit de eeuw na Bachs dood (de periode 1750 – 1850) klinkt van Hummel, Mozart, Mendelssohn en Brahms. Van Mendelssohns tweede sonate zijn al veel opnames verschenen, ook op het Bavo-orgel, geeft Anton Pauw toe. Maar het werk “lijkt wel voor dit orgel geschreven”. Als je Pauw het hoort spelen ben je geneigd hem gelijk te geven. Ik heb zelden het derde deel (Allegro maestoso e vivace) zo feestelijk horen uitvoeren. 

Mozarts Fantasie in d KV 397 is wat mij betreft het muzikale hoogtepunt van de cd. Om een zo’n bekend werk te spelen alsof het net geschreven is, getuigt van grote klasse. Alles komt hier bij elkaar: fraaie registraties, spelplezier, vocaliteit en gevoelvol spelen met de ruimte. 

Kortom: een mooie cd, van harte aanbevolen.

Waardering: 4 uit 5.

Greetings from Haarlem Organ City

Böhm: Preludium in d; Kaufmann: 2 koralen uit Harmonische Seelenlust; Fisher: Passacaglia uit Uranie; Bach: Preludium en Fuga BWV 541, Schübler-koralen BWV 645, 648, 649; Mozart: Fantasie KV 397 en Kerksonate KV 245; Hummel: Un poco adagio & Fuga; Mendelssohn: Sonate II; Brahms: Fuga in as

Anton Pauw, Müller-orgel (62/IIIP) Grote of Sint Bavokerk Haarlem

Rex Music, TT 67’, opname 05/2021, booklet 18p. NE/EN, prijs € 15 | te verkrijgen in de winkel van de Grote Bavokerk of via rexmusic21@yahoo.com.