[RECENSIE] L'art de la transcription

L’art de la transcription

Erwin Wiersinga bespeelt het Verschueren-orgel in het Orgelpark te Amsterdam

Symfonie in d C. Franck, Choeur des Jeunes Filles Ch. Tournemire, Scherzo M. Duruflé, Drie delen uit Ma Mere de L‘Oye M. Ravel, Uit: Poemes pour Orgue ‘Eaux natales’ & ‘Vers l’esperance’ Th. Escaich

Label: Orgelpark

Nummer: Orgelparkrecords 005-2009

Speelduur: 73’41”

Boekje: 16 pagina’s (NE, EN)

Prijs: € 14,99

Opname * * * * *

Uitvoering * * * * *

[button link=”http://www.orgelshop.nl/orgelnieuws” target=”_new” style=”large” title=”BESTELSERVICE”][/button]

Soms krijg je een cd ter recensie aangeboden die je bij de eerste keer beluisteren achter elkaar uitluistert; omdat het orgel je boeit, de bespeler prachtig speelt of het programma zo samengesteld is dat het geheel als een concert te beluisteren is….

De eerste cd van het Verschueren-orgel in het Orgelpark voldoet geheel aan de bovenstaande kwalificaties. Erwin Wiersinga speelt echt Frans: met zwier en sfeer en hij heeft prachtige registraties uitgekozen. Het Verschueren-orgel klinkt op deze cd stukken beter dan ik me kan herinneren toen ik het vorig jaar mocht beluisteren en zelf mocht bespelen. Wellicht is er in de afgelopen tijd nog aan de intonatie gewerkt, want het orgel klinkt in mijn beleving meer ontspannen en verfijnder dan toen.Omdat het orgel twee werken in zwelkast heeft zou je niet in de gaten hebben dat het Orgelpark niet al teveel nagalm heeft.

Het programma bestaat geheel uit transcripties van Franse muziek uit de negentiende en twintigste eeuw. Van de Symfonie in d-klein van Franck bestaan al enkele opnamen in een orgelsoloversie, dit is echter de eerste die mij als geheel kon overtuigen. Het eerste deel klinkt heel natuurlijk, waarbij ook de baspartij mooi meegroeit met de andere manualen. Alle solo-instrumenten uit het orkest hoor je ook werkelijk (zoals in het tweede deel de hobo). Wat in hetzelfde deel ook direct opvalt is dat Wiersinga een prachtig gevoel heeft voor timing (zoals bij de pizzicati aan het begin). Het derde deel staat als een huis, waarbij de organist een prachtige balans tussen de virtuositeit en lyriek weet te maken.

Van Tournemire klinkt het Choeur des Jeunes Filles betoverend, met een fraai legato in de snelle passages op de Flûte Harmonique. Het Scherzo van Duruflé (oorspronkelijk een werk voor orkest) is een compositie waarbij je ver boven de materie moet staan om een doorgaande lijn te creëren omdat ook bij de rustige passages de scherzo-ritmen o.a. in het pedaal door gaan. Wiersinga laat duidelijk horen dat je geen elektrische tractuur nodig hebt om dit werk exact en puntig neer te zetten.

De drie delen uit het ballet Ma Mère l’Oye van Ravel vormen een fraai rustpunt in het programma. In het deel ‘De feeërieke tuin’ valt op hoe fraai de strijkers van het Recit klinken met een fluit 8′ van een ander klavier daaraan gekoppeld. Je hoort echt twee verschillende lagen. Twee transcripties van werken voor koor en orgel van Escaich (en niet Escaisch, zoals op de achterzijde en in de Engelse tekst staat) vormen het sluitstuk van dit concert. Hoge aliquoten als solostem, snelle veranderingen van registratie en spectaculair passagewerk houden je tot het slot aan je stoel gekluisterd. Het mag duidelijk zijn dat ik deze schijf een aanrader vindt die in geen cd-collectie mag ontbreken.

Het enige minpuntje is de toelichting op de werken; enige achtergrondinformatie op de vreemde titel van het werk van Tournemire en de tekst van de gedichten waarop de werken van Escaich zijn gebaseerd had niet misstaan. Nu moeten we het doen met een zeer globale tekst over de componisten en een paar zinnen over het gespeelde werk. [GERBEN MOURIK]

[button link=”http://www.orgelshop.nl/orgelnieuws” target=”_new” style=”large” title=”BESTELSERVICE”][/button]

© 2010 www.orgelnieuws.nl