RECENSIE Léon Berben speelt de complete orgelwerken van Matthias Weckmann

De eerste uitgave van het compleet bekende werk van Matthias Weckmann op bijzonder passende (dat wil zeggen: vroeg 17e eeuwse) historische orgels. En wat voor instrumenten!

Zowel het Hans Scherer-orgel (1624) in de Stephanuskirche te Tangermünde als het Friedrich Stellwagen-orgel (1636) in de Jakobikirche te Lübeck past Weckmann als een handschoen. Zowel de plena als de solostemmen van deze orgels zijn van een ontroerende, diepe schoonheid. 

We hebben aan kwaliteitslabel Aeolus al menige waardevolle en waardige registratie van waardevol werk te danken. Recent nam Berben nog Cabezon op, eerder ook Müthel, Lübeck, Cabanilles, Kerll, enz. Ook is er een prachtige box met alle klavierwerken van Sweelinck uitgebracht. Het is aardig om Berbens catalogus voor Aeolus eens te bekijken; voor vrijwel al zijn opnamen heeft hij prijzen in de wacht gesleept! 

Weckmann (ca. 1616-1674) is een componist die veel meer is dan een scharnier tussen tijdperken of andere grootheden; hij verdient een eigen plaats en waardering in het pantheon van de Noord-Duitse barok. We hebben veel te danken aan de encyclopedische instelling van de negentiende eeuw die alles rond Bach in kaart wilde brengen; zo is het kostelijke werk van Weckmann voor ons bewaard gebleven. We weten natuurlijk nooit wat er allemaal wel niet verloren is gegaan; ongetwijfeld veel. 

Weckmann zong in Dresden in het koor van Heinrich Schütz en was later leerling van Jakob Praetorius, die op zijn beurt weer een leerling van Sweelinck was. Weckmann heeft ook in Denemarken gewerkt, sloot een vriendschap met Johann Froberger en is het laatste tijdperk van zijn leven organist geweest van het vermaarde viermanualige orgel van de St. Jakobikirche te Hamburg. Zijn leerlingen noemden Weckmann een groot improvisator. Zijn werk munt uit in doorwrochte polyfonie maar wordt ook gekenmerkt door liefelijkheid en poëzie. 

Berben mag wat mij betreft ook voor Weckmann wel weer in de prijzen vallen. Hij speelt avontuurlijk en fantasievol op twee schitterende orgels het voortreffelijke werk van Weckmann. De grote vocale kracht van beide instrumenten laat hij in een mooie balans van rust en levendigheid schitteren. De uitgave is op alle fronten op het eenzame niveau van alle Aeolus-uitgaven. Aeolus zoekt naarstig naar leemten in de klassieke catalogus; zoveel van Weckmann is er niet op schijf. Na de gezaghebbende Buxtehude door Harald Vogel op MDG (alweer zo’n dertig jaar oud, hoewel niet gedateerd) is er vast ruimte voor een mooie Buxtehude-box van Aeolus – en dan Bruhns, Böhm … 

Matthias Weckmann – Complete Organ Works

Praeambulum Primi toni a 5 d-moll; Fuga exD ped. primi Toni d-moll; Canzon in G G-Dur; Gott seÿ gelobet und gebenedeyet G-Dur; Toccata e-moll; Canzon d-moll; Ach wir armen Sünder D-Dur; Fantasia ex D d-moll; Komm, heiliger Geist, Herre Gott G-Dur; Canzon c-Moll; Nun freut Euch, lieben Christen Gemein G-Dur; Toccata dal 12 Tuono C-Dur; Canzon del istesso tuono C-Dur; Toccata vel Praeludium Primi Toni d-moll; Magnificat secundi toni G-Dur; Gelobet seystu Jesu Christ II G-Dur; Canzon C-Dur; Gelobet seystu Jesu Christ I G-Dur; O Lux Beata Trinitas d-moll; Toccata ex D d-moll; Es ist das Heÿl uns kommen her G-Dur

Léon Berben, Hans Scherer-orgel (1624), Stephanuskirche, Tangermünde & Friedrich Stellwagen-orgel (1636), Jakobikirche, Lübeck

Aeolus – AE 11261, 2CD, TT 151′, 2020, booklet 36 p. DE/EN, prijs € 26,31 tot 31-12-2020, daarna € 29,23 | aeolus-music.com