20 juni 2019

RECENSIE Twee keer Saint-Saëns’ Orgelsymfonie

Voor de orgelliefhebber is Camille Saint-Saëns vooral bekend als organist van de Madeleine in Parijs. Tijdens zijn leven was hij echter vooral een zeer gevierde pianist, waarbij hij ook nog tijd vond voor reizen naar exotische oorden (zoals Egypte).

Tijdens die reizen noteerde hij veel melodieën die hij voorbij hoorde komen. Vervolgens konden deze worden gebruikt in een compositie. Zo zijn we direct bij de hoofmoot van de eerste cd met werken van Saint-Saëns die ik voor het voetlicht mag brengen.

Utah Symphony Orchestra

Onder leiding van Thierry Fischer wijdde het Utah Symphony Orchestra op het label Hyperion een complete cd aan Saint-Saëns. Daarop vallen we midden in oosterse sferen met de drie symphonische tableaus naar de tekst La foi (het vertrouwen) van de Franse toneelschrijver Eugène Brieux.

Opvallend is dat – ondanks het feit dat hij vaak als traditioneel werd betiteld – Saint-Saëns zelf binnen zijn eigen stijl constant naar nieuwe impulsen zocht, iets waar componisten als Claude Debussy van onder de indruk waren. Voor de orgelliefhebbers die Guilmant en Widor zeer waarderen, maar aan Vierne en Debussy moeten wennen zijn deze drie poëtische klankschilderingen een absolute aanrader. De componist wisselt hier op subtiele wijze tussen oriëntaalse sferen en zijn eigen classicistische componeertrant.

De Bacchannale uit Samson et Dalila kenden we al als werk voor orgel quatre mains. Ook dit werk wemelt van de oriëntaalse invloeden (wellicht als symbool van de verleidelijke dame in kwestie). De componist weet op de achtergrond danse-macabre-achtige sferen neer te zetten. Je voelt dat dit verhaal niet goed kan aflopen.

Als tweede hoofdgerecht krijgen we Symfonie Nr. 3 (‘de orgelsymfonie’). Solist is de bekende Amerikaanse organist Paul Jacobs. Organisten hebben bij deze symfonie zo hun gedachten: ‘Die paar akkoorden speel je zo weg, en dan nog wachten tot je eindelijk in het laatste deel eens los mag!’ Feit is wel dat juist door de orgelinzet zo lang uit te stellen om dan direct met de laagste tonen van het orgel te beginnen dit werk een ongelooflijke populariteit heeft gekregen.

De structuur van de symfonie is veel complexer dan bij het grote symfonische drieluik wat als tegenhanger op deze cd fungeert. Het orkest en de solist spelen transparant, verfijnd en gedetailleerd – iets waar ook Saint-Saëns als pianist beroemd om was. Het orgel is echter behoorlijk scherp en mengt niet echt met het orkest.

Ulrich Meldau en Capricco Baroque Orchestra

De structuur van de ‘orgelsymfonie’ wordt door de Zwitserse organist-componist en (hier) arrangeur Guy Bovet in het cd-booklet van de tweede cd prachtig uit de doeken gedaan (inclusief muziekvoorbeelden). Hij geeft daarbij een duidelijke antwoorden op de vraag waar je als bewerker tegenaan loopt.

Bovet heeft het namelijk aangedurfd om deze ‘orgelsymfonie’ voor orgel en (klein) orkest te bewerken om zo twee ‘problemen’ de wereld uit te helpen. 1. De organist krijgt in alle delen meer een rol als solist. 2. De grote orkestbezetting van het origineel wordt uitgedund tot proporties waar je als kleinere stad of kerk waarschijnlijk ook nog financieel mee uit kunt komen, om zo het aantal uitvoeringsmogelijkheden te vergroten.

Dat kon omdat in de ‘originele’ versie veel stemmen verdubbeld worden. Hoewel de componist daar natuurlijk een doel qua klankkleur mee heeft, is de filosofie van Bovet prima en doordacht. Het resultaat van deze bewerking is wat mij betreft erg overtuigend: je krijgt nergens het idee dat je iets mist.

De opname van Aeolus plaatst het orgel goed in de orkestklank. Het betreft hier een fraai Kuhn-orgel uit de jaren 50 in de Kirche Enge in Zürich. Solist Ulrich Meldau (hij is ook organist van deze kerk) levert met deze schijft weer een visitekaartje af , waarbij zijn inzet voor het opnemen van cd’s in het genre orgel en orkest nadrukkelijk geroemd moet worden. De solist en het orkest spelen met hoorbaar plezier. Na het laatste deel mis je bijna het applaus en bravo-geroep …

Voor de orgelfielen die de authentieke versie ‘teveel orkest’ en ‘te weinig orgel’ vinden, is dit een schijf voor de verlanglijst, evenals voor orkestliefhebbers die op een verassende manier een voor hen bekend werk op een andere manier willen horen.

Deze cd bevat (naast de symfonie) twee toetjes: een Romance (hier in een versie voor orgel en fluit) en een Tarantella (bewerkt voor fluit, klarinet en orgel).

 


Saint-Saëns | Trois tableaux symphoniques – Bacchanale – Symphony No. 3 ‘Organ’

Utah Symphony / Thierry Fischer
Paul Jacobs, organ

Trois tableaux symphoniques d’apres La foi, op. 130; Bacchanale (from Samson et Dalila, op. 47); Symphony No. 3 in C minor ‘Organ’

Hyperion Records – CDA68201, TT 75’15, booklet 16 p. EN/FR/DU | hyperion-records.co.uk

 

 

Saint-Saëns | Symphony No. 3 ‘Organ’ – Tarantella – Romance

Capricco Baroque Orchestra | Karel Valter, conductor
Anne Freitag, flute | Francesco Negrini, clarinet
Ulrich Moldau | Kuhn Organ of Kirche Enge, Zürich

Symphony No. 3 in C minor ‘Organ’ (tr. as concerto for organ and orchestra by Guy Bovet); Romance for flute and organ, op. 37 (arr. Ulrich Meldau); Tarantella for flute, clarinet and organ, op. 6 (arr. Ulrich Meldau)

Aeolus – AE-10097, SACD TT 53’25, booklet 31 p. EN/FR/DU, € 18,99 | aeolus-music.com

 

 

X