TerugWerk X – Nijmegen

nijmegen orgel
© foto Henk Braam / beeld ORGELNIEUWS

In TerugWerk blikt Bert Rebergen terug in kranten en artikelen uit het verleden, op zoek naar orgelnieuws. Wat speelde destijds? Wat hield de orgelgemoederen bezig en hoe kijken we daar nu verrast, met een glimlach, hoofdschuddend, met instemming knikkend, of met enige weemoed op terug? Deel X: Nijmegen.

Opnieuw lijdt Europa onder oorlogsgeweld. Verschrikkelijk is het aantal doden en gewonden, dankzij wederzijdse haat. Bijkomend verdriet is de schade voor kunst en cultuur.

Concertzalen en kerken ontspringen de dans niet. Of in Oekraïne inmiddels orgels ten prooi zijn gevallen aan de strijd weet ik niet, maar tijdens andere oorlogen en revoluties kwam het orgel er dikwijls bekaaid vanaf.

In de Saint Sulpice van Parijs ging het tijdens de Franse revolutie maar net goed. De kerk werd dan wel omgedoopt tot een ‘tempel voor het Opperwezen’, er waren er toch die graag het toenmalige orgel wilden vernielen. Gelukkig slaagden zij daarin niet, al stonden ze bij wijze van spreken al bijna bij de speeltafel.

Onder het mom: voorkomen is beter dan blussen, werd regelmatig besloten om kerkelijke kunstschatten, maar ook orgels, ergens veilig weg te stoppen, in afwachting van rustiger tijden. 

In London besloot men het orgel van St. Paul’s op te bergen in de crypte onder het noordtransept. Laat nu precies daar een niet ontplofte Duitse bom landen! Het projectiel was door dak en bodem gedrongen, maar explodeerde niet. Er was wel wat schade, maar de effecten van deze bom waren niet zo zuur als men had verwacht.

In Nederland verwoestten diezelfde bommen beroemde instrumenten. Het bekendst zijn de orgels van de Laurenskerk en Zuiderkerk van Rotterdam en dat van de Eusebius te Arnhem. 
Maar ook in Tiel, Klundert, Wouw, Nijmegen en Rhenen werden orgels verwoest, of beschadigd.

Het orgel in de Cunerakerk van Rhenen werd juist opgeknapt in de oorlogsjaren, maar overleefde een bombardement niet. Alleen een deel dat bij de orgelbouwer in Utrecht lag bleef gespaard. In die kerk hadden meer orgels pech. In vitrines liggen nog steeds restanten van verminkt en gesmolten pijpwerk.

In het Algemeen Handelsblad (thans NRC) van 15 maart 1944 wordt gemeld dat het getroffen König-orgel van de Stevenskerk kan worden gespaard.

Deze krant was aan het begin van de oorlog niet bepaald Duitsgezind. In 1941 werd de toenmalige directie en redactie vervangen door de bezetter, hetgeen op de voorpagina direct te zien is. Duitse overwinningen worden breeduit onder de aandacht gebracht. Onder andere die in … Oekraïne. In een te Salzburg gehouden toespraak liet Joseph Goebbels weten dat de oorlog op zijn hoogtepunt was en dat de Duitsers het initiatief weer zullen overnemen.

We lezen dat, door het bombardement, de Hervormde Gemeente van de Stevens moet verhuizen naar de Mariënburgkapel en dat Eduard Flipse met diens Rotterdam Philharmonisch de Zesde van Bruckner heeft uitgevoerd. Piet van Egmond zal met bariton Theo Baylé een uitvoering geven in het Concertgebouw en als waar handelsblad wordt precies uit de doeken gedaan wat de handelaar voor zijn citroenen mag vragen. 

Intussen is de Stevenskerk er niet best aan toe en was men over het orgel pessimistisch gestemd. De schade aan kast en binnenwerk bleek aanzienlijk. De C-lade van het pedaal is ingestort en de restanten van het bijbehorende pijpwerk zijn onbruikbaar. Een brokstuk uit de toren bungelde als een zwaard van Damocles boven het instrument. Gelukkig is dit verwijderd en waren de weersomstandigheden gunstig, zodat het orgel kon worden beschermd tegen regen en wind. Orgelbouwer De Koff is daarom positief gestemd. Het orgel – het werd uiteindelijk opgeslagen in de Buurkerk van Utrecht –  zal haar oude glans en klank niet gaan verliezen. In een tussenzinnetje wordt wel vermeld dat tot elektrificatie van het instrument zal worden overgegaan. Hoe verregaand die plannen zijn geweest, weet ik niet. Ging het alleen over de windvoorziening, of lagen er stoutmoediger ideeën op de tekentafel?

Volgens de krant moest de restauratie van de kerk zo’n acht jaar in beslag gaan nemen. 
De orgelrestauratie zou pas halverwege de jaren zestig worden opgestart. 

Daarna volgden nog restauraties door Flentrop en thans, terwijl opnieuw gevochten wordt in Oekraïne, buigt een aantal orgelbouwers zich over de toestand van een orgel dat door Jan Welmers ooit werd gekenschetst met ‘een blok graniet’. 

Hopelijk verkopen deze orgelbouwers ons geen knollen voor citroenen en kunnen we in 2026 opnieuw, in vrede en vrijheid, gaan genieten van een koninklijk instrument. 

Lees ook
Stevenskerk Nijmegen kiest orgelmakerscollectief voor restauratie König-orgel

Bert Rebergen (*1969) is ruim dertig jaar actief in het onderwijs en treedt op als spreker en verhalenverteller. Orgelmuziek mag zich in zijn belangstelling verheugen. Dit als luisteraar en als bespeler van menig instrument. Hij schrijft sinds 2006 voor ORGELNIEUWS als columnist en recensent.