TERUGWERK XIII – Sint Nicolaas

vier pieten in festo nicolae

In TerugWerk blikt Bert Rebergen terug in kranten en artikelen uit het verleden, op zoek naar orgelnieuws. Wat speelde destijds? Wat hield de orgelgemoederen bezig en hoe kijken we daar nu verrast, met een glimlach, hoofdschuddend, met instemming knikkend, of met enige weemoed op terug? Deel XIII: Sint Nicolaas.

Reeds begin augustus lagen de eerste pepernoten in de supermarkt en voor je het weet borrelen opnieuw discussies op over de aankleding van het heerlijk avondje. 

‘De aardigheid van Sinterklaas is, dat hij maar één avond per jaar verschijnt. Dat maakt hem zo boeiend. Als hij iedere avond zou verschijnen, zou geen kip hem meer aankijken.’, zei ooit Godfried Bomans voor de radio, maar zo langzamerhand ‘vertoeft’ de bisschop van Myra zo’n vijf maanden in ons land. 

Sinterklaas en het orgel hebben zeker raakvlakken. We kennen veel Nicolaaskerken met fraaie orgels, orgelbouwer Van Hirtum was een Nicolaas, Langlais componeerde een Légende de Saint Nicolas en de nodige organisten heten Piet.

In mijn vorige column stipte ik de Pieten-concerten al aan die in de jaren zestig en zeventig in ons land werden georganiseerd. 

In Trouw van 4 december 1963 staan de orgel-Pieten, samen met de vader van Piet, organisator Cor Kee, op de foto voor hun sinterklaasconcert in het Concertgebouw waar ze zullen improviseren over sinterklaasliedjes. De NCRV zond het concert uit met een titel die nu meer stof zou doen opwaaien dan toen: ‘Vier blanke Pieten spelen Sinterklaas’. 

Van de improvisatie van Piet van Egmond, over ‘O, kom er eens kijken’ is een opname terug te vinden op internet, ingeleid door de markante stem van Cor Kee en inclusief Van Egmonds handelsmerk: de klokjes.

In dit zelfde dagblad Trouw hernieuwde aandacht voor de moord op John F. Kennedy en de dood van hoofdverdachte Lee Harvey Oswald. Het rommelt bij defensie en de chef van de generale staf neemt ontslag. Polio laait op en daarmee de discussie over wel of niet inenten. 

De Pieten-op-de-orgelbank van toen waren dus Van Egmond, Van Amstel, Post en Van den Kerkhoff. Ruimte voor orgel met een glimlach, bijna zestig jaar geleden. Het blijft een gewaagde combinatie, want menigeen neemt de orgelwereld zeer serieus en tolereert een kwinkslag niet zonder slag of stoot. Het liefst gaven ze die Pieten een tik met de roe-fluit.

Ieder jaar zijn er nog wel initiatieven waarbij het orgel en de goedheiligman hand in hand gaan. Met name sinterklaasliedjes, in een jasje dat Bach zou hebben kunnen dragen, deden het goed. In het prille internettijdperk deden dergelijke ‘Choralvorspiele’ soms de ronde. Zeer geslaagd vond ik het ‘In festo Nicolae’ dat destijds te downloaden was. Alsof ‘De zak van Sinterklaas’ gewoon in het Orgelbüchlein te vinden was.

Wie wat rondkijkt op YouTube treft de nodige sinterklaasimprovisaties aan. Deze lijken het beter te doen onder protestanten dan onder hen die nadrukkelijker met bisschoppen en Rome verbonden zijn.  

En nu dit jaar 4 december op een zondag viel, zou het zomaar kunnen zijn dat er ergens in het land een guit rondliep die het kerkvolk, tussen de kerkliederen door, op een surprise trakteerde. Mocht u niets met de kindervriend hebben, dan zou ik volgend jaar op 5 december thuisblijven. 

Intussen zijn we heel wat Pieten kwijtgeraakt op de orgelbank. Naast bovengenoemde organisten ontvielen ons tevens de Pieten: Wiersma, Kee en Zwart en vermoedelijk nog veel meer die minder bekendheid genieten. Er zijn nog Pieten over, al missen we de weelde van destijds en is het de vraag of zij nog eens zo’n vermakelijk concert zouden willen organiseren.

Tja … en die Pieten uit de jaren zestig hadden de luxe dat er bij hun concerten gerust honderden kwamen om de wind te horen waaien door de pijpen.  

Nog niet zo lang geleden vernam ik dat, ondanks voldoende propaganda, een organist slechts één toehoorder mocht begroeten. Wat een drama! Hoeveel organisten zouden niet het verlanglijstje in de schoen willen doen met daarop het verzoek: ‘Mag het wat drukker worden bij mijn concerten?’ Sint zou een hele Piet zijn als hij dat weer voor elkaar zou krijgen.

En terecht, want welke organist steekt niet ontzettend veel tijd in de voorbereiding van een mooi concert? Wat willen we liever dan een organist die als een blijde makker zijn geraas kan staken en verrukt kan uitroepen: ‘O, kom er eens kijken, wat ik in de kerkbanken vind? Alles gekregen, van die beste Sint!’

Kom op, Sint! Doe je best voor orgelspelend Nederland het komende jaar!

Zo, die kan hij in zijn zak steken!

We willen toch met z’n allen voorkomen dat de organist, bij diens (Sinterklaas-)concert, er voor Piet Snot zit?

Bert Rebergen (*1969) is ruim dertig jaar actief in het onderwijs en treedt op als spreker en verhalenverteller. Orgelmuziek mag zich in zijn belangstelling verheugen. Dit als luisteraar en als bespeler van menig instrument. Hij schrijft sinds 2006 voor ORGELNIEUWS als columnist en recensent.